{"id":16679,"date":"2026-08-19T12:12:58","date_gmt":"2026-08-19T10:12:58","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/jeroen-veraart\/"},"modified":"2026-08-19T12:14:56","modified_gmt":"2026-08-19T10:14:56","slug":"jeroen-veraart","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/jeroen-veraart\/","title":{"rendered":"Jeroen Veraart"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":8,"featured_media":16680,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-16679","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"Addressing uncertainties at the interface between climate adaptation research and water management","samenvatting":"SAMENVATTING\n\nInleiding\nHet meest recente IPCC-rapport (2023) concludeert dat klimaatverandering heeft geleid tot een mondiale gemiddelde atmosferische temperatuur die in de periode 2011-2020 ongeveer 1,1 \u00b0C hoger lag dan in het pre-industri\u00eble tijdperk (1850-1900). Tegelijkertijd neemt het aantal extreme weersomstandigheden wereldwijd toe. Ook in Nederland is het daarom noodzakelijk om het waterbeheer, de ruimtelijke ordening en de infrastructuur aan te passen aan een veranderend klimaat. Waterbeheerders en onderzoekers werken intensief aan de ontwikkeling en implementatie van klimaatadaptatiestrategie\u00ebn. De besluitvorming hierover blijft echter complex vanwege verschillende vormen van onzekerheid.\n\nDit proefschrift onderzoekt hoe met deze onzekerheden wordt omgegaan binnen deels samenhangende interfaces tussen klimaatadaptatieonderzoek en waterbeheer op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Het doel is de kennisuitwisseling tussen klimaatadaptatieonderzoek en waterbeheer te verbeteren en daarmee de bruikbaarheid van klimaatadaptatieonderzoek voor de praktijk te vergroten. De volgende onderzoeksvragen staan centraal:\n\u2022 Welke rol spelen verschillende typen onzekerheden bij kennisuitwisseling op het grensvlak tussen klimaatadaptatieonderzoek en het Nederlandse waterbeheer gedurende een langere tijdsperiode?\n\u2022 Welke rol spelen grensobjecten (boundary objects) in de kennisuitwisseling tussen klimaatadaptatieonderzoek en waterbeheer, en verschilt deze rol tussen nationaal, regionaal en lokaal niveau?\n\u2022 Welke strategie\u00ebn kunnen worden ingezet om onzekerheden te adresseren binnen gedeeltelijk samenhangende interfaces, zodat de bruikbaarheid van klimaatadaptatieonderzoek voor het waterbeheer wordt vergroot?\n\nAanpak en theoretisch kader\nVoor dit onderzoek is een geneste longitudinale casestudie uitgevoerd waarin het Nederlandse waterbeheer, met nadruk op de zoetwatervoorziening, centraal staat. De studie bestrijkt de periode 2000-2014 en bevat een doorkijk naar 2025. Acht interfaces zijn onderzocht op nationaal niveau, in de Zuidwestelijke Delta en op het niveau van individuele agrarische bedrijven. Bij het onderzoek waren talrijke professionals betrokken die zich strategisch bezighouden met de huidige en toekomstige zoetwatervoorziening van Nederland. In het proefschrift wordt een typologie gehanteerd waarin onderscheid wordt gemaakt tussen ambigu\u00efteit, ontische onzekerheden en epistemische onzekerheden. Onderzocht is hoe waterbeheerders, onderzoekers en watergebruikers deze verschillende typen onzekerheden hanteerbaar proberen te maken bij besluitvorming over klimaatadaptatie in het waterbeheer. Daarnaast is geanalyseerd hoe deze onzekerheden de kennisuitwisseling tussen de betrokken actoren be\u00efnvloeden.\n\nHet proefschrift bestaat uit een introductie (hoofdstuk 1), een beschrijving van de longitudinale casestudie (hoofdstuk 2), zes hoofdstukken gebaseerd op gepubliceerde resultaten (hoofdstukken 3-8) en een synthese met conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 9).\n\nHoofdstuk 2 beschrijft een historische analyse van de ontwikkeling van de interfaces tussen klimaatadaptatieonderzoek en waterbeheer op verschillende ruimtelijke schalen. Het hoofdstuk biedt eerst een beknopt overzicht van de ontwikkelingen vanaf het begin van de jaren zestig tot aan de publicatie van het derde IPCC-rapport rond 2000. Vervolgens wordt de ontwikkeling van deze interfaces voor de periode 2000-2014 uitgebreider geanalyseerd, waarna een doorkijk wordt gegeven naar de ontwikkelingen tot 2025. Voor elk van deze perioden wordt beschreven welke rol klimaatscenario's en klimaatadaptatie speelden bij het omgaan met onzekerheden op het grensvlak tussen onderzoek en waterbeheer. Gedurende meerdere decennia hebben zowel klimaatscenario's als het concept klimaatadaptatie gefungeerd als grensobjecten. Hun betekenis en functie veranderden echter onder invloed van institutionele ontwikkelingen binnen de interface tussen klimaatadaptatieonderzoek en het Nederlandse waterbeheer. Hoewel de kennisuitwisseling tussen beide domeinen aanzienlijk is verbeterd, blijven er belangrijke uitdagingen bestaan bij het ontwikkelen van integrale, sector overstijgende klimaatadaptatiestrategie\u00ebn. Dit hoofdstuk laat zien dat in het waterbeheer de bestaande wetenschappelijke methoden voor het evalueren van onzekerheden nog te weinig rekening houden dat de rol van de verschillende typen onzekerheden kunnen verschillen in besluitvormingsprocessen over klimaatadaptatie op nationaal, regionaal en lokaal schaalniveau. Wanneer onzekerheidsanalyses op dit punt worden verbeterd, zal dit de toepasbaarheid van klimaatonderzoek vergroten.\n\nHoofdstuk 3 behandelt een enqu\u00eate uit 2001 waarin de percepties van belanghebbenden en het oordeel van experts over de gevolgen van klimaatverandering voor het Nederlandse waterbeheer zijn onderzocht. Uit de resultaten blijkt dat experts en stakeholders overeenstemming bereikten over de risico's van overstromingen. Ten aanzien van de ernst van de gevolgen voor de zoetwaterbeschikbaarheid bestonden echter uiteenlopende opvattingen. Deze ambigu\u00efteit bemoeilijkte rond 2001 de ontwikkeling en beoordeling van klimaatadaptatiestrategie\u00ebn. Het hoofdstuk laat zien dat klimaatwetenschappers in deze periode steeds nadrukkelijker stakeholders betrokken bij onderzoek naar regionale en sectorale klimaatadaptatiestrategie\u00ebn. Daarmee ontstonden nieuwe mogelijkheden om verschillende perspectieven op risico's en onzekerheden met elkaar te verbinden.\n\nHoofdstuk 4 beschrijft klimaatbestendigheid (climate proofing) als een strategisch afwegingskader waarin risico's, kansen, onzekerheden en veerkracht gezamenlijk worden meegenomen in besluitvorming over klimaatadaptatie in het waterbeheer. Binnen dit kader wordt afscheid genomen van de traditionele aanname van hydrologische stationariteit. In plaats daarvan ligt de nadruk op adaptief waterbeheer en toepassing van het voorzorgsbeginsel bij lange termijn beslissingen. Deze benadering stimuleert acceptatie van onzekerheden bij het ontwikkelen van langetermijnvisies en beleidsstrategie\u00ebn. Bovendien worden leerprocessen tussen onderzoekers en waterbeheerders expliciet beschouwd als een belangrijke strategie om met onzekerheden om te gaan bij dit afwegingskader. Het hoofdstuk benadrukt dat organisaties en netwerken op het grensvlak van onderzoek en waterbeheer een cruciale rol spelen bij de toepassing van klimaatbestendigheid als afwegingskader. Daarnaast zijn zij essentieel voor het voeren van een bredere maatschappelijke dialoog over klimaatadaptatie.\n\nHoofdstuk 5 beschrijft hoe binnen besluitvormingsprocessen in de Rijn-Maas-Schelde-estuaria, en in het bijzonder rond het Volkerak-Zoommeer, is omgegaan met wetenschappelijke onzekerheden over klimaatverandering, waterkwaliteit, zoetwatervoorziening en waterberging in de periode 2000-2014. Op basis van literatuuronderzoek, interviews en meerjarige deelname aan het beleidsteam dat de voorkeursstrategie voor de Zuidwestelijke Delta ontwikkelde, is de status van wetenschappelijke kennis beoordeeld waarbij drie categorie\u00ebn zijn gebruikt: \u201covereenstemming\u201d, \u201cweerlegde kennis\u201d en \u201conzekere kennis\u201d. Het hoofdstuk laat zien hoe consensus over wetenschappelijke inzichten kan ontstaan wanneer wetenschappers, beleidsmakers en stakeholders gedurende langere tijd intensief met elkaar samenwerken en kennis uitwisselen. Daarbij blijken ook onderhandelingsprocessen een belangrijke rol te spelen. Een voorbeeld hiervan is de consensus die ontstond over een strategie ter verbetering van de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer. Deze strategie omvatte de introductie van een beperkt getij en de gecontroleerde inlaat van zout water om toekomstige algenbloei te voorkomen. Na 2014 verminderde deze consensus echter door het ontstaan van nieuwe ontische onzekerheden. Voorbeelden hiervan zijn de niet verklaarbare afname van de algenproblematiek en de terugkerende discussie over kosteneffectieve oplossingen voor een toekomstbestendige zoetwatervoorziening van de landbouw rond het Volkerak-Zoommeer. Bij het omgaan met deze onzekerheden werden verschillende strategie\u00ebn toegepast, waaronder joint fact-finding, het hanteren van duidelijke besluitvormingstermijnen en het toepassen van het no-regret-principe. Het hoofdstuk sluit af met aanbevelingen voor het vergroten van de bruikbaarheid en legitimiteit van klimaatadaptatieonderzoek binnen complexe governance-structuren.\n\nHoofdstuk 6 onderzoekt het belang van sociaaleconomische factoren voor de adoptie van innovatieve drainagesystemen in Zuidwest-Nederland. Deze systemen worden beschouwd als mogelijke adaptatiemaatregel voor afnemende zoetwaterbeschikbaarheid door klimaatverandering en verzilting. Drie drainagepilots werden gezamenlijk uitgevoerd door onderzoekers en agrari\u00ebrs, met als doel het hydrologische rendement van de systemen door middel van veldexperimenten te bepalen. Daarnaast werd de sociaaleconomische haalbaarheid onderzocht via stakeholderworkshops en een enqu\u00eate onder agrarische ondernemers over hun ervaringen met watertekorten. Bij de drie agrari\u00ebrs die deelnamen aan de pilots nam het vertrouwen in de nieuwe drainageconcepten gedurende het project toe. Uit de enqu\u00eate bleek echter dat onder niet-betrokken agrari\u00ebrs nog aanzienlijke twijfel bestond over de praktische toepasbaarheid ervan. De resultaten laten zien dat betrouwbare toegang tot zoetwater, ondersteunende regelgeving, financi\u00eble prikkels zoals subsidies en sectorspecifieke maatwerkoplossingen voor akkerbouw en fruitteelt van groot belang zijn voor bredere toepassing van deze drainagesystemen. Daarnaast blijft verbetering van agro-hydrologische modellen noodzakelijk om het rendement beter te kunnen onderbouwen en wetenschappelijke onzekerheden verder te verkleinen.\n\nHoofdstuk 7 beschrijft een vergelijkende casestudie naar de toepassing van Nature-based Solutions op het grensvlak van voedselproduceert en waterbeheer. Vanuit de Voedsel Systeem Benadering richt de analyse zich op regenwateropvang in de bodem, innovatieve drainagesystemen en hergebruik van afvalwater. Hoewel deze oplossingen technisch haalbaar en maatschappelijk acceptabel blijken, wordt grootschalige toepassing belemmerd door uiteenlopende biofysische, technische, institutionele en sociaal-culturele barri\u00e8res. Het hoofdstuk laat zien dat ruimtelijke informatie, ontwikkeld in samenwerking met belanghebbenden, kan bijdragen aan het verminderen van deze barri\u00e8res. De studie benadrukt daarnaast de rol van hardnekkige ontische onzekerheden bij het ruimtelijk expliciet maken van toekomstscenario's. Deze onzekerheden hangen grotendeels samen met beperkingen in de beschikbaarheid en kwaliteit van gegevens. Vooral onzekerheden rond toekomstig landgebruik en de berekening van gewasverdamping binnen het Nationaal Hydrologisch Model blijken hierbij een belangrijke uitdaging te vormen.\n\nHoofdstuk 8 reflecteert op een decennium van Nederlands klimaatadaptatieonderzoek aan de hand van twee omvangrijke onderzoeksprogramma's: Klimaat voor Ruimte (2004-2012) en Kennis voor Klimaat (2008-2014). Deze programma's vormden een belangrijke schakel tussen klimaatonderzoek, beleid, waterbeheer en praktijktoepassingen. Tijdens de uitvoering ervan vond een duidelijke ontwikkeling plaats: van nationaal geori\u00ebnteerde klimaateffect analyses op basis van scenario's naar een meer ge\u00efntegreerde benadering waarin scenarioanalyses worden gecombineerd met interdisciplinair onderzoek naar concrete klimaatadaptatiemaatregelen op regionale en lokale schaal. Deze verschuiving heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van klimaatadaptatiestrategie\u00ebn binnen verschillende sectoren, waaronder het waterbeheer.\n\nConclusies\nHoofdstuk 9 beschrijft de conclusies. Gedurende de periode 2000-2025 heeft het Nederlandse klimaatadaptatieonderzoek met succes methoden ontwikkeld om beter om te gaan met ambigu\u00efteit, ontische en epistemische onzekerheden bij de ontwikkeling van klimaatadaptatiestrategie\u00ebn voor het waterbeheer. De kennisuitwisseling hierover werd ondersteund door grensobjecten zoals klimaatscenario's, klimaatbestendigheid en later ook adaptatie- en ontwikkelpaden. Hierdoor is de bruikbaarheid van klimaatadaptatieonderzoek voor het Nederlandse waterbeheer aanzienlijk vergroot. Tegelijkertijd blijven verschillen van inzicht bestaan over de effectiviteit van klimaatadaptatie opties, met name wanneer technische maatregelen, landgebruiksverandering en Nature-based Solutions tegen elkaar afgewogen worden. Dit heeft geleid tot een cyclisch terugkerende ambigu\u00efteit. Daarnaast hebben nieuwe ontische onzekerheden, onder meer rond zeespiegelstijging en de frequentie van extreme weersomstandigheden, de toepassing van klimaatadaptatieonderzoek opnieuw complexer gemaakt.\n\nIn eerste instantie lag de nadruk vooral op het verfijnen van klimaatscenario's en het uitvoeren van verkennend onderzoek naar klimaateffecten binnen de nationale onderzoeksprogramma's Klimaat voor Ruimte en Kennis voor Klimaat bij het adresseren van onzekerheden. Deze programma's hebben de kennisuitwisseling tussen onderzoekers en waterbeheerders gestimuleerd, ondanks hardnekkige onzekerheden over de gevolgen van klimaatverandering. Extreme droogteperioden, zoals in 2018, en de overstromingen in het Maasstroomgebied in 2021 hebben het gevoel van urgentie rond klimaatadaptatie daarna verder versterkt. Tegelijkertijd namen de onzekerheden rond toekomstige zeespiegelstijging toe. Om deze redenen zijn betere methoden voor onzekerheidsanalyse nodig. Daarbij is het van belang om in klimaatadaptatieonderzoek niet alleen rekening te houden met veranderingen in onzekerheden door de tijd heen, maar ook met onzekerheden die ontstaan doordat besluitvormingsprocessen in regionaal en landelijk waterbeheer slechts gedeeltelijk op elkaar aansluiten en op verschillende tijdschalen plaatsvinden.\n\nVanaf ongeveer 1990 hebben zowel klimaatscenario's als het concept klimaatadaptatie regelmatig gefungeerd als grensobjecten binnen het Nederlandse waterbeheer. De precieze rol van deze grensobjecten veranderde echter in de loop der tijd. Zij vervulden een belangrijke functie bij het faciliteren van de dialoog tussen wetenschappelijke disciplines en tussen verschillende bestuurlijke niveaus. Voor 2000 vervulden IPCC-scenario's deze rol al gedeeltelijk, maar hun ruimtelijke resolutie was te grof voor praktisch gebruik in het Nederlandse waterbeheer. De eerste generatie KNMI-scenario's bleek hiervoor beter geschikt. Tussen 2000 en 2014 kreeg het gebruik van deze scenario's bovendien een formele plaats binnen het nationale waterbeleid. In dezelfde periode ontwikkelde ook klimaatadaptatie zich tot een belangrijk grensobject. Daaraan verwante begrippen, zoals klimaatbestendigheid, ondersteunden strategische discussies over de toekomst van het waterbeheer. Tegelijkertijd bleven dergelijke concepten voor operationele toepassingen vaak relatief abstract. Na 2014 nam de bruikbaarheid van klimaatscenario's verder toe door de ontwikkeling van klimaatdiensten (climate services), waaronder aanvullende scenario's voor rivierafvoeren en droogte-indicatoren. Desondanks blijft de interpretatie van dergelijke informatie voor waterbeheerders een uitdaging. De periodieke actualisering van KNMI-scenario's en de herijking van voorkeursstrategie\u00ebn binnen het Deltaprogramma zijn inmiddels institutioneel verankerd. Deze ontwikkeling laat zien dat klimaatkennis steeds sterker wordt ge\u00efntegreerd in het Nederlandse waterbeheer. Tegelijkertijd concludeert dit proefschrift dat de interface tussen klimaatadaptatieonderzoek en waterbeheer na afloop van Kennis voor Klimaat deels weer een meer sectorale invulling heeft gekregen. Hoewel de kennisuitwisseling de afgelopen 25 jaar aanzienlijk is verbeterd, blijft het ontwikkelen van integrale strategie\u00ebn voor waterbeheer, landgebruik en infrastructuur een belangrijke uitdaging.\n\nSinds 2000 zijn uiteenlopende strategie\u00ebn toegepast om onzekerheden op het grensvlak van klimaatadaptatieonderzoek en waterbeheer te adresseren. Voorbeelden van gezamenlijk toegepaste strategie\u00ebn zijn joint fact-finding, het beperken van het aantal te onderzoeken klimaatadaptatieopties en het uitvoeren van experimenteel onderzoek wanneer ontische onzekerheden een grote rol spelen. Daarnaast beschikken waterbeheerders en beleidsmakers over procedurele instrumenten, zoals milieueffectrapportages en vastgestelde besluitvormingstermijnen. Vooral op nationaal en regionaal niveau werd veel gebruik gemaakt van epistemische benaderingen. Op regionale en lokale schaal blijkt dit vaak complexer vanwege de grotere diversiteit aan betrokken stakeholders. De bruikbaarheid van klimaatadaptatieonderzoek kan verder worden vergroot wanneer wordt erkend dat consensusvorming over kennis binnen besluitvormingsprocessen deels een sociaal en bestuurlijk proces is. Tegelijkertijd blijft het essentieel om onderscheid te maken tussen onderhandelbare belangen en niet-onderhandelbare wetenschappelijke bevindingen.\n\nDe geneste longitudinale aanpak van deze casestudie maakt zichtbaar hoe klimaatadaptatieonderzoek voortdurend moet inspelen op uiteenlopende kennisbehoeften op verschillende schaalniveaus en binnen verschillende sectoren. Binnen het Deltaprogramma is geprobeerd nationale doelstellingen op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie te vertalen naar regionale deelprogramma's, zoals de Zuidwestelijke Delta. Deze koppeling blijkt waardevol voor strategisch waterbeheer, maar biedt vaak onvoldoende context voor lokale stakeholders. Hoewel klimaatadaptatieonderzoek en waterbeheer de afgelopen decennia dichter naar elkaar zijn toegegroeid, ontbreekt nog altijd een samenhangende strategie voor structurele transdisciplinaire samenwerking. De aanbevelingen uit dit proefschrift benadrukken daarom het belang van vroegtijdige betrokkenheid van lokale stakeholders en bredere toepassing van joint fact-finding. Daarnaast kan het waterbeheer zijn klimaatadaptieve capaciteit vergroten door nieuwe klimaatdiensten te ontwikkelen en experimenteel onderzoek, monitoring en formele procedures, zoals milieueffectrapportages, beter op elkaar af te stemmen. Tot slot laat deze studie zien dat een geneste longitudinale casestudie geschikt is om interacties tussen verschillende schaalniveaus inzichtelijk te maken. De bruikbaarheid van klimaatadaptatieonderzoek kan verder vergroot worden door hieraan extra aandacht te geven. Dit kan ook bijdragen aan het ontwerp en besluitvorming over transformatieve klimaatadaptatie strategie\u00ebn in het waterbeheer.","summary":"SUMMARY\n\nIntroduction\nHuman activities have caused global warming, with surface temperatures rising 1.1\u00b0C above pre-industrial levels. In the Netherlands, climate change necessitates changes in infrastructure, water systems, and spatial planning. Water managers and researchers are developing climate adaptation strategies, yet decision-making at the interface between research and practice is complicated by various forms of uncertainty. This thesis investigates how uncertainties are addressed in interactions between climate adaptation research and Dutch water management, particularly within co-existing and nested science-policy interfaces across spatial scales. The research, as described in this dissertation, aims to improve knowledge exchange and enhance the usability of climate adaptation research.\n\nResearch Questions\n\u2022 Q1: What are the type and role of uncertainties at the interface between climate adaptation research and Dutch water management?\n\u2022 Q2: What is the role of boundary objects in knowledge exchange between climate adaptation research and water management across spatial scales?\n\u2022 Q3: What are strategies to address uncertainties from the perspectives of research and practice respectively, and how to enhance the usability of climate adaptation research in water management?\n\nApproach and framework\nA nested longitudinal case study was conducted, examining freshwater management in the Netherlands in detail from 2000 to 2014, with a forward-looking outlook extending to 2025. Eight interfaces were examined at national, regional (Rhine-Meuse-Scheldt Estuaries), and local (farm-level water supply) scales. The study engaged professionals involved in strategic freshwater planning, primarily within the Delta Programme and national climate research initiatives. The thesis applies a typology of uncertainty - ontic, epistemic, and ambiguity - to analyse how each type of uncertainty is addressed in decision making regarding climate adaptation strategies. In this way, specific strategies can be identified that are employed by the various knowledge systems (water managers, researchers, water users), as well as the mechanisms through which knowledge is exchanged among them. The dissertation comprises an introduction (Chapter 1), a case study description (Chapter 2), and six chapters detailing the research (Chapter 2-8). It concludes with a synthesis (Chapter 9).\n\nChapter 2 presents a temporal analysis of the evolving interface between climate adaptation research and water management policy across spatial scales. It traces the trajectory of developments from the inception of Dutch climate research in the 1960s, the formulation of climate adaptation strategies in the period 2000- 2014 and subsequent developments between 2014 and 2025. The chapter explores how uncertainties were addressed in these three periods and what the boundary role of climate scenarios and climate adaptation was. Across three decades climate scenarios and the term climate adaptation have repeatedly functioned as boundary objects, but their roles have evolved in line with institutional shifts, scientific developments, and changing governance priorities. The chapter concludes that, although the exchange of knowledge between the domains of water management and climate adaptation research has strengthened over time, significant challenges remain in formulating cross-sectoral climate adaptation strategies. Furthermore, the current approaches to address epistemic and ontic uncertainties, as well as ambiguity within nested interfaces, could be improved.\n\nChapter 3 analyses a survey assessing stakeholder and expert perceptions of climate change impacts on Dutch water management that was conducted in 2001. Consensus was found regarding flood risks, with alignment in knowledge, values, and objectives. However, divergent views from experts and stakeholders proved present regarding freshwater resource impacts, complicating prioritization, and climate adaptation strategy formulation. The chapter concludes that climate adaptation scientists in 2001 increasingly engaged stakeholders in co-designing regional and sectoral adaptation strategies.\n\nChapter 4 conceptualizes \u201cclimate proofing\u201d as a strategic framework integrating risk thresholds, uncertainty, and long-term resilience. It contrasts the foundational paradigm - based on hydrological stationarity and structural measures - with adaptive water management, which embraces uncertainties and the precautionary principle. Climate proofing also involves scenario-based visioning, experimental learning, and evaluation through decision-support tools. Boundary organizations are identified as essential for facilitating science-policy-society dialogue. The chapter positions climate proofing as a dynamic, interdisciplinary process aimed at enhancing adaptive capacity and resilience.\n\nChapter 5 investigates how scientific uncertainties were managed during decision-making processes concerning water quality and climate adaptation in the Rhine-Meuse-Scheldt estuaries, with a focus on Lake Volkerak-Zoom (2000\u20132014). Based on interviews, participant observation and literature research the status of scientific knowledge was classified as negotiated, disputed and uncertain. It highlights the role of consensus about knowledge, shaped collaboratively by scientists, water managers, NGOs, and agricultural stakeholders. One proposed water management strategy - introducing saline tidal inflow in lake Volkerak-Zoom - was based on this shared understanding. However, an unexpected decline in algal blooms, introduced new ontic uncertainty and ambiguities regarding future climate-proof freshwater supply for agriculture revealed persistent. The chapter identifies strategies for addressing uncertainties, such as joint fact-finding, deadline setting, and applying the no-regret principle. Tailor-made approaches were recommended to improve the usability and legitimacy of results of climate adaptation research in complex governance settings.\n\nChapter 6 examines socio-economic factors shaping the adoption of innovative drainage systems in the southwestern part of the Netherlands in response to anticipated reductions in freshwater availability due to climate change and salinisation. Researchers and farmers conducted three pilot experiments collaboratively to evaluate the hydrological performance of novel drainage systems. Complementary, a participatory feasibility assessment and a regional drought risk survey were undertaken. Findings indicate that while participating farmers gained confidence in the reliability of the recent technologies, broader stakeholder scepticism remained. Factors such as reliable access to freshwater, supportive legislative conditions, economic incentives (subsidies) and sector specific crop planning strategies were identified as critical to adoption of the investigated drainage systems at farm level, alongside with addressing uncertainties by improving agro-hydrological modelling. These elements collectively influenced farmers\u2019 willingness and capacity to implement the investigated drainage measures.\n\nChapter 7 presents a comparative case study examining the adoption of Nature-based Solutions for food production and water resource management in both countries. Employing the Food System Approach, the analysis focuses on rainwater harvesting, innovative drainage systems and wastewater reuse. Although these technologies are technically feasible and socially acceptable, their implementation is constrained by a range of biophysical, technical, institutional, and socio-cultural barriers. Spatial information, co-produced with stakeholders, was identified as a pivotal enabler of adoption. The study highlights persistent ontic uncertainties in rendering spatially explicit scenarios for freshwater demand in the Netherlands based on national climate scenarios, due to limitations in data availability and quality. These ontic uncertainties and data limitations were a result of the difficulty to become spatial explicit about the future land use and the calculation of associated crop evaporation with the National Hydrological Model.\n\nChapter 8 reflects on a decade of Dutch climate adaptation research by two large research programmes: Climate changes Spatial Planning (2004\u20132012) and Knowledge for Climate (2008\u20132014). These initiatives bridged science, policy, and practice, evolving from scenario driven impact assessments to integrated approaches from local and regional spatial scale. The interdisciplinary and demand-driven nature of these programs enriched both fundamental and applied climate adaptation research in the Netherlands. Within this 10-year period, a trend emerges. Climate impact assessments based at national scale are increasingly being complemented by \u2018bottom-up\u2019 approaches that enrich top-down approaches with experiences from local en regional level. This shift is evident in the development of climate adaptation strategies in different sectors, including water management.\n\nConclusions (chapter 9)\nOver the past 25 years, Dutch climate adaptation research has evolved significantly, developing strategic approaches to address ontic, epistemic, and ambiguity-related uncertainties. Early efforts focused on climate scenario development and exploratory research, supported by national programmes such as Climate Changes Spatial Planning and Knowledge for Climate. These initiatives fostered knowledge exchange about climate adaptation in water management across national, regional, and local scales, though uncertainties about climate change remained. Events like the 2018 drought and 2021 Meuse floods heightened urgency, while ontic uncertainties regarding sea level rise remained persistent. Tensions between nature-based and engineered solutions further intensified ambiguity. Furthermore, the current approaches to address epistemic and ontic uncertainties, as well as ambiguity within nested interfaces, could be improved.\n\nSince 1990, climate scenarios and the concept of climate adaptation have repeatedly functioned as boundary objects in the Netherlands, but their bridging roles have shifted over time. They played a significant role in facilitating communication across disciplines and governance levels in Dutch water management. Before 2000, IPCC climate scenarios linked climate science to international climate policies, but those scenarios were too coarse for Dutch water management. The first KNMI scenarios (1998) functioned as a boundary object between climate research and water management at national level. Between 2000 and 2014, KNMI scenarios became formally embedded in national water policy, and climate adaptation emerged also as a boundary object. The term climate proofing supported strategic planning but often lacked operational clarity for local stakeholders. Climate scenarios became more usable by the development of climate services such as scenarios for river discharge and additional drought indicators, yet water users continued to struggle with interpretation of these climate services. Institutional reforms, including KNMI scenario updates and Delta Programme reviews, reflect progress in embedding climate knowledge into water governance. Despite formal mechanisms for climate scenario updates and climate adaptation strategy reviews as a way to address uncertainties, the interface reverted partially to a sectoral structure. The emergence of the Sea Level Rise Knowledge Programme (KP-SLR) in 2019 highlighted renewed urgency in face of ontic uncertainties. Although the exchange of knowledge with support of both boundary objects between water management and climate adaptation research has strengthened over time, significant challenges remain in formulating cross-sectoral climate adaptation strategies for both water management and land use.\n\nA range of strategies emerged to address uncertainties since 2000 at the interface of climate adaptation research and water management. Epistemic approaches were common at national and regional levels, whereas developing strategies at the interface with water users was more complex due to the diversity of stakeholders involved. Shared strategies between climate adaptation research and water management included joint fact-finding, narrowing solution options, and integrating experimental knowledge. Water managers and policy makers also employed procedural tools such as Environmental Impact Assessments and decision deadlines - less common in research settings. Recognizing the distinction between scientific and negotiated knowledge is essential for improving the usability of climate adaptation research.\n\nThis dissertation\u2019s nested longitudinal case study illustrates how climate adaptation research has navigated diverse knowledge needs. The Delta Programme\u2019s three national strategies - flood risk management, freshwater supply, and spatial adaptation - are tailored to regions like the Southwestern Delta and Wadden Sea, yet local stakeholders require more context-specific insights. Despite increased integration between research and practice, a coordinated strategy to embed transdisciplinary knowledge into research programming strategies is still lacking. Final recommendations emphasize the need for context-sensitive research design, expanded joint fact-finding, and early stakeholder engagement. Strengthening climate services and aligning formal procedures with exploratory monitoring can enhance adaptive capacity in water management. Future case study research should adopt structured, comparative methodologies to support transformational adaptation across scales.","auteur":"Jeroen Veraart","auteur_slug":"jeroen-veraart","publicatiedatum":"21 september 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/jeroenveraart?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/f02903c6-391f-424c-b84d-ee585bcf5271\/highres","url_epub":"","ordernummer":"18454","isbn":"","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Wageningen University","afbeeldingen":16681,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Wageningen University","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16679","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=16679"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16679\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":16682,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16679\/revisions\/16682"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/16680"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=16679"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=16679"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}