{"id":16667,"date":"2026-08-19T12:02:39","date_gmt":"2026-08-19T10:02:39","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/dominique-mollet\/"},"modified":"2026-08-19T12:02:47","modified_gmt":"2026-08-19T10:02:47","slug":"dominique-mollet","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/dominique-mollet\/","title":{"rendered":"Dominique Mollet"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":8,"featured_media":16668,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-16667","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"Exploring the Role of Law in Preventing Non-Communicable Diseases","samenvatting":"Cari\u00ebs is momenteel een van de meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten (non-communicable diseases, NCD's). Wereldwijd lijden twee miljard mensen aan deze aandoening in hun blijvend gebit, terwijl naar schatting 510 miljoen kinderen last hebben van cari\u00ebs in hun melktanden, waardoor het ook de meest voorkomende NCD bij kinderen is. Cari\u00ebs wordt gezien als gedragsgerelateerde ziekte, aangezien voeding \u2013 meer specifiek de consumptie van (vrije) suikers \u2013 de belangrijkste oorzaak is, terwijl andere gedragsfactoren, zoals mondhygi\u00ebne en bezoek aan de tandarts, de effecten ervan verzachten. Cari\u00ebs in melktanden is lange tijd over het hoofd gezien, omdat melktanden tijdens de kindertijd wisselen. Opvallend is echter dat de prevalentie en ernst van cari\u00ebs op jonge leeftijd het hoogst zijn bij kinderen in kwetsbare situaties, en dat cari\u00ebs ernstige gevolgen kan hebben die verder reiken dan de mondgezondheid en de kindertijd. De hoge wereldwijde prevalentie van cari\u00ebs is opvallend, gezien het feit dat het grotendeels te voorkomen is.\n\nTraditioneel domineerde een ge\u00efndividualiseerde benadering van mondgezondheid, waarbij de nadruk vooral lag op zorgbezoek in plaats van preventiestrategie\u00ebn op populatieniveau. Er is echter een groeiende erkenning binnen de tandheelkundige volksgezondheid dat preventieve maatregelen op populatieniveau nodig zijn om mondziekten te voorkomen en een slechte mondgezondheid aan te pakken. Ook buiten de context van mondgezondheid wint het idee dat wetgeving een overkoepelende rol speelt bij de preventie van NCD\u2019s aan populariteit en wordt nu algemeen aanvaard. Wetten zijn bijzonder effectieve instrumenten om risicofactoren voor NCD's aan te pakken en een goede gezondheid te bevorderen, omdat ze de maatschappij structureren en daarmee de voorwaarden scheppen voor zowel goede als slechte gezondheid. Dit proefschrift onderzoekt de rol van wetgeving bij de preventie van NCD's in the context van (ongezonde) voedselomgevingen als drijvende kracht achter ongezonde voedingspatronen, een van de belangrijkste risicofactoren voor NCD's, door middel van preventieve maatregelen op populatieniveau.\n\nDe centrale onderzoeksvraag van dit proefschrift is: hoe kan het recht bijdragen aan de bescherming en verbetering van de mondgezondheid van kinderen, met name de preventie van cari\u00ebs? Het proefschrift is verdeeld in drie delen, die elk relevante wetgeving bestuderen binnen een specifiek thema. De thema's vari\u00ebren van cari\u00ebs als NCD en de (ongezonde) voedselomgeving als sturende factor van ongezonde di\u00ebten (en daarmee NCD's), tot NCD-preventie in het algemeen. Het eerste deel van dit proefschrift onderzoekt het recht op mondgezondheid in het kader van internationale mensenrechten; het tweede deel beschouwt de rol van het recht bij het vormgeven van de voedselomgeving; en het derde deel bestudeert het Europese Unie (EU) recht met betrekking tot NCD-preventie als onderdeel van het volksgezondheidsrecht.\n\nHoewel de reikwijdte van dit proefschrift inhoudelijk beperkt blijft tot het toepasselijk recht in de context van cari\u00ebs (mondgezondheid) en de voedselomgeving, overstijgt het meerdere grenzen. Ten eerste reikt de studie van het recht verder dan de grenzen van rechtsstelsels, waaronder internationale, EU, nationale en \u2013 in beperkte mate \u2013 lokale wetten en regelgeving. Ten tweede blijft het in dezelfde context niet beperkt tot \u00e9\u00e9n rechtsgebied, maar behandelt het meerdere rechtsgebieden, waaronder mensenrechten, handelsrecht, levensmiddelenrecht en publieke gezondheidsrecht. Ten slotte overstijgt dit proefschrift de disciplinaire grens van het recht door juridische analyses aan te vullen met inzichten uit de tandheelkunde, volksgezondheid en voedingswetenschappen \u2013 door samenwerking met andere relevante disciplines, de integratie van niet-juridische informatie in juridische analyses en beoogde publicatie in wetenschappelijke juridische, volksgezondheids- en tandheelkundige tijdschriften.\n\nDoor deze overkoepelende benadering is de belangrijkste bijdrage van dit proefschrift dat het de veelzijdige en gelaagde rol van het recht bij de preventie van NCD's benadrukt. Wetten stellen niet alleen normen vast die het algehele systeem vormgeven (normstellende wetten), maar ook maatregelen die de samenleving actief vormgeven (maatregelstellende wetten). Beide soorten wetten opereren op meerdere niveaus. Voor het laatstgenoemde type moet worden opgemerkt dat er een complexe wisselwerking bestaat tussen de verschillende niveaus, met name het EU- en het nationale niveau. Bovendien worden incidentele gezondheidswetten dat wil zeggen wetten die niet per se een doelstelling op het gebied van de volksgezondheid hebben, aangemerkt als belangrijke potenti\u00eble determinanten van gezondheid. Op basis van deze bevindingen dient dit proefschrift tevens als een uitnodiging aan onderzoekers en praktijkprofessionals buiten het vakgebied van het volksgezondheidsrecht om de krachten te bundelen.\n\nDeel I (hoofdstukken 2 en 3) onderzoekt het recht op mondgezondheid onder internationaal recht, met name het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR). Een op kinderrechten gebaseerde benadering wordt benadrukt, aangezien slechte mondgezondheid gevolgen heeft die van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven \u2013 wat betekent dat een slechte mondgezondheid in de kindertijd via gedragsfactoren ook na de kindertijd nog gevolgen kan hebben. Dit vormt de basis voor de rest van het proefschrift, dat focust op interventies op populatieniveau om tandbederf en niet-overdraagbare ziekten in het algemeen aan te pakken.\n\nHoofdstukken 2 en 3 stellen dat het recht op mondgezondheid een integraal onderdeel is van het recht op de hoogst haalbare standaard van lichamelijke en geestelijke gezondheid, aangezien mondgezondheid zelf een integraal onderdeel is van de algemene gezondheid. Een slechte mondgezondheid kan dus de uitoefening van het recht op gezondheid beperken. Aangezien ernstige, onbehandelde cari\u00ebs bij kinderen de eetgewoonten kan be\u00efnvloeden, moet dit daarom worden beschouwd als een mogelijke oorzaak van ondervoeding (artikel 24(2)(c) IVRK). Bovendien is het relevant om maatregelen te richten op kinderen om de uitoefening van het recht op gezondheid gedurende hun hele leven te waarborgen, aangezien de kindertijd bepalend is voor de latere (mond)gezondheid en cari\u00ebs in de kindertijd intergenerationele en intragenerationele effecten heeft. Cari\u00ebs kan ook gevolgen hebben voor de vervulling van andere rechten. Een slechte mondgezondheid, waaronder cari\u00ebs, kan bijvoorbeeld schadelijk zijn voor het sociale leven en functioneren, en daardoor rechten met betrekking tot de ontwikkeling van kinderen be\u00efnvloeden (artikelen 6(2) en 27(1) van het IVRK). Bovendien wordt een slechte mondgezondheid in verband gebracht met schoolverzuim en een verminderde academische ontwikkeling, wat zorgen baart in de context van het recht van kinderen op onderwijs (artikel 12(1)(e) IVRK).\n\nHoofdstukken 2 en 3 brengen de verplichtingen van overheden in het kader van het kinderrecht op mondgezondheid in kaart met het oog op de risico- (en matigende) factoren van cari\u00ebs. Cari\u00ebs ontstaat wanneer frequente suikerconsumptie de microbi\u00eble balans van de tandplak op het tandoppervlak verandert in een cariogene balans. Dergelijke cariogene tandplak kan gemakkelijk metaboliseren en zuren vormen die de twee harde tandweefsels \u2013 glazuur en dentine \u2013 oplossen, wat leidt tot de ontwikkeling van cari\u00ebslaesies. Het is dan ook de vorming en het voortbestaan van deze zuren die moeten worden onderbroken om cari\u00ebs te voorkomen. Vier (gedrags)factoren die via wetgeving kunnen worden aangepakt of gewijzigd, kunnen worden ge\u00efdentificeerd. Ten eerste moet de frequentie en de hoeveelheid (vrije) suikers die worden ingenomen, worden beperkt om de ontwikkeling van cari\u00ebslaesies te voorkomen. Ten tweede helpt het verwijderen van cariogene tandplak door middel van adequate poets- en stookgebruiken. Dat beperkt de tijd dat de plak op het tandoppervlak aanwezig is, waardoor het mondmilieu verbetert. Ten derde verhoogt blootstelling aan lage fluorideconcentraties, hetzij via tandpasta met fluoride of via fluoridering van het drinkwater, de weerstand van het glazuur tegen demineralisatie. Ten vierde kunnen mondzorgprofessionals helpen bij het voorkomen en behandelen van cari\u00ebs.\n\nHoofdstuk 3 interpreteert de verplichtingen van staten die voortvloeien uit de mensenrechten in de context van elk van de bovengenoemde factoren ((vrije) suikers consumptie, mondhygi\u00ebne, blootstelling aan fluoride en mondzorg). In de context van het aanpakken van (vrije) suikerconsumptie als de belangrijkste risicofactor voor cari\u00ebs, zijn de verplichtingen onder het recht op gezondheid breed. Zo dragen internationale mensenrechten staten op ongezond gedrag wat waarschijnlijk leidt tot vermijdbare (aan voeding gerelateerde) ziekte en sterfte niet te bevorderen. Verder hebben staten ook een verplichting de activiteiten van derden te reguleren, waaronder industrie\u00ebn wiens praktijken schadelijk kunnen zijn voor de (volks)gezondheid. Individuen moeten ook worden geholpen met de beschikbaarheid van voedzaam en veilig voedsel, en informatie. Voorbeelden van passende preventieve (wettelijke) maatregelen zijn onder andere belastingen op suikerhoudende dranken, reclame- en promotiemaatregelen of -verboden, en verplichte etikettering (op de voorkant van de verpakking). Interventies om suikerconsumptie aan te pakken lijken geen grote kostenposten voor staten te zijn. Sommige van deze preventieve interventies worden door de WHO aanbevolen als kosteneffectieve interventies om NCDs in het algemeen, en zelfs cari\u00ebs in het bijzonder, aan te pakken en te voorkomen. Dergelijke maatregelen worden ook erkend als onderdeel van algemene strategie\u00ebn ter preventie van NCDs en zullen daardoor waarschijnlijk ook bijdragen aan de preventie van andere NCD's. Volgens het recht op gezondheid, zouden dergelijke maatregelen daarom prioriteit moeten krijgen.\n\nIn de context van mondhygi\u00ebne moeten staten een evenwicht vinden tussen enerzijds het niet verstoren van de relatie tussen verzorgers en kinderen, en anderzijds het voorzien van die verzorgers van middelen, zoals informatie en ondersteuning, om ervoor te zorgen dat kinderen opgroeien op een manier die de bevordering van hun rechten waarborgt. De verplichtingen van staten zijn daarom met name relevant voor het verstrekken van informatie aan ouders, verzorgers en kinderen. In de context van blootstelling aan fluoride moet worden opgemerkt dat fluoride in zijn topische vorm is toegevoegd aan de 22e WHO-modellijst van essenti\u00eble geneesmiddelen en de 8e WHO-modellijst van essenti\u00eble geneesmiddelen voor kinderen, wat betekent dat het nu tot de kern van het recht op gezondheid behoort. Fluoride kan individueel worden toegediend door te poetsen of tijdens fluoridebehandelingen, of op gemeenschapsniveau via gefluorideerd water, zout of melk. In elk geval hebben staten de verplichting om te zorgen voor passende verstrekking, verkoop en gebruik van essenti\u00eble geneesmiddelen om nadelige gezondheidseffecten te voorkomen.\n\nDe verplichtingen van staten in de context van mondgezondheidszorg zijn zeer breed. Gezondheidszorg moet verder gaan dan alleen curatieve zorg en ook preventieve zorg omvatten, en investeringen in curatieve zorg mogen niet onevenredig veel aandacht krijgen. Ten slotte moet universele toegang tot eerstelijnszorg prioriteit hebben en mag het onvermogen om te betalen geen belemmering vormen voor het recht van een kind op toegang tot gezondheidszorg.\n\nDeel II (hoofdstukken 4 en 5) richt zich op de rol van wetgeving in de voedselomgeving. Het onderzoekt met name hoe wetgeving de structuur van voedselomgevingen bepaalt. Voedselomgevingen zijn de ruimtes waarin individuen beslissingen nemen over hun voedselconsumptie. Het theoretische kader van voedselomgevingen is gebaseerd op meerdere pijlers, waaronder \u2013 in brede zin \u2013 toegankelijkheid, betaalbaarheid, voedselpromotie, reclame en informatie (wenselijkheid), en voedselkwaliteit en -veiligheid. Al deze categorie\u00ebn of pijlers kunnen wettelijk worden gereguleerd, en hoofdstuk 4 laat zien dat er een complexe wisselwerking bestaat tussen de verschillende rechtsniveaus.\n\nHoofdstuk 4 onderzoekt de rol van wetgeving bij het bepalen van voedselomgevingen in de EU. Het verkent deze rol (niet-uitputtend) door een breed perspectief te hanteren: het om vat het toepasselijke internationale recht, het EU-recht, het nationale recht en (in beperkte mate) lokale wetgeving. Het hoofdstuk maakt onderscheid tussen twee soorten wetgeving, namelijk wetgeving die maatregelen vaststelt en wetgeving die normen vaststelt, die beide (in verschillende mate) op alle vier de genoemde niveaus voorkomen. Maatregelstellende wetten zijn wetten die dichter bij het daadwerkelijke gedrag en de consumptiekeuzes van individuen staan, zoals reclamevoorschriften en etiketteringseisen. Dit soort wetten stelt de verschillende systemen of componenten vast die samen de voedselomgeving vormen. Normstellende wetten daarentegen bieden een normatief systeem voor het ontwerpen, aannemen, toetsen, evalueren en herzien van wetten die de voedselomgeving concreet reguleren. Deze wetten hebben niet altijd een directe impact op individuen of consumenten in het dagelijks leven, maar zijn wel normatief voor het gehele systeem.\n\nOverheden en regelgevers geven vorm aan de voedselomgeving door te bepalen welke ruimte private actoren bijvoorbeeld hebben om hun commerci\u00eble belangen na te streven. Daarbij moeten overheden of regelgevers in wezen een evenwicht vinden tussen publieke belangen, waaronder de volksgezondheid, en commerci\u00eble belangen. Verder wordt opgemerkt dat (de pijlers van) de voedselomgeving niet noodzakelijkerwijs worden gevormd door wetgeving op \u00e9\u00e9n niveau, maar dat er een complexe wisselwerking bestaat tussen wetgeving op verschillende niveaus. Wetten die op een hoger niveau worden aangenomen, kunnen het recht (en de vrijheid) van lagere overheden om te reguleren beperken. Om die reden is het ook belangrijk om de co-regulerende wisselwerking te benadrukken, met name tussen het EU-niveau en de lidstaten \u2013 waar een complexe \u2018lappendeken\u2019 van wetgeving de vorm bepaalt van de voedselomgeving waaraan individuen worden blootgesteld. Dit benadrukt de noodzaak van expertise op verschillende rechtsniveaus, evenals op verschillende rechtsgebieden, voor het vormgeven van (gezondere) voedselomgevingen: samenwerking is niet alleen nodig tussen juridische onderzoekers en onderzoekers op het gebied van volksgezondheid, maar ook binnen de rechtsgeleerdheid zelf.\n\nHoofdstuk 5 dient als casestudy. Het onderzoekt de Nederlandse regelgeving inzake voedselreclame en analyseert kritisch het toepasselijke regelgevingskader in het licht van de normen die zijn vastgesteld door het recht op gezondheid en het recht op voedsel onder het IVESCR en het IVRK. Bij deze analyse wordt in wezen een nationaal kader kritisch getoetst aan een (internationaal) normstellend juridisch kader.\n\nDe Nederlandse regelgeving bestaat uit een niet-bindende code die onder andere door de industrie zelf wordt gereguleerd. Het reguleert reclame in het algemeen en bevat een specifieke code voor levensmiddelen, waarvan de regels in februari 2026 zijn aangescherpt. Dit hoofdstuk richt zich met name op drie aspecten: 1) welke partijen de regelgevende bevoegdheid hebben; 2) welke groepen door de regelgeving worden beschermd; en 3) welke media worden gereguleerd. Het betoogt dat, ondanks de recent ingevoerde, aangescherpte regels, het Nederlandse regelgevingsstelsel op alle drie de punten onvoldoende inclusief is.\n\nWat betreft het eerste aspect, namelijk welke partijen de regelgevende bevoegdheid hebben, kent het zelfreguleringssysteem inherent een belangenconflict, zowel in de normstelling als in de handhaving. De bescherming van de volksgezondheid is ook geen primair belang of doel van de Nederlandse regulering, wat daardoor ook niet de standaarden van het vastgestelde mensenrechtenkader behaalt. De aanbeveling op dit aspect benadrukt dan ook de noodzaak om wettelijke bepalingen voor reclame voor levensmiddelen vast te stellen, om een adequate afweging van belangen te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen. In de context van de tweede dimensie, namelijk welke groepen bescherming genieten, worden de rechten op gezondheid en voeding van volwassenen en kinderen boven de 16 jaar onvoldoende gewaarborgd in het huidige regelgevingskader. Het mensenrechtenkader vereist adequate bescherming voor alle kinderen, terwijl volwassenen ook tot op zekere hoogte beschermd zouden moeten worden. De aanbevelingen in hoofdstuk 5 herhalen daarom de noodzaak om primair te zorgen voor adequate bescherming van kinderen, en bevelen tevens verdere bescherming aan voor volwassenen, boven op de beginselen van consumentenbescherming. Tot slot blijkt het Nederlandse regelgevingskader ook onvoldoende inclusief te zijn ten opzichte van het mensenrechtenkader wat betreft de soorten media die eronder vallen. Hoewel online reclame onderworpen is aan dezelfde regels als offline reclame, blijkt de handhaving van deze regelgeving in de praktijk lastig; dit laat lacunes in de onlinewereld en is dus onvoldoende inclusief ten opzichte van de normen die voortvloeien uit de mensenrechten. De aanbevelingen benadrukken daarom de noodzaak van duidelijke en overheersende richtlijnen om te bepalen welke soorten commerci\u00eble communicatie op welke platforms en voor welk publiek zijn toegestaan.\n\nDeel III (hoofdstuk 6) bestudeert het EU-recht als volksgezondheidsrecht, met name de impact ervan op de incidentie van NCD\u2019s. Hoofdstuk 6 past het door Burris en collega's ontwikkelde kader voor volksgezondheidsrecht toe op de EU-context. Het richt zich met name op de regulering van drie producten waarvan de consumptie tot de belangrijkste risicofactoren voor NCD's behoort: tabak, alcohol en (ongezonde) voeding. Dit kader onderscheidt drie typen volksgezondheidsrecht. Simpel gezegd: infrastructureel volksgezondheidsrecht beschrijft de bevoegdheden, plichten en instellingen van het volksgezondheidsrecht; interventioneel volksgezondheidsrecht is wetgeving die de volksgezondheid bewust be\u00efnvloedt; en incidenteel volksgezondheidsrecht is wetgeving die onbedoeld een impact heeft op de volksgezondheid. Het hoofdstuk voegt een vierde type toe, namelijk EU soft law in de context van volksgezondheid, gezien de prominente rol van niet-bindende initiatieven in de context van de volksgezondheid op EU-niveau. Er wordt opgemerkt dat het onderscheid tussen interventionele en incidentele gezondheidswetgeving relevante inzichten biedt in het EU-volksgezondheidsrecht en de gezondheid in alle beleidsdomeinen (health in all policies) binnen de EU kan bevorderen.\n\nDe bevoegdheden van de EU, die in het kader van hoofdstuk 6 worden gecategoriseerd als infrastructureel EU-volksgezondheidsrecht, vormen de kern van de reden waarom incidentele volksgezondheidswetgeving en soft laws bestudeerd zouden moeten worden. De Unie kan alleen acties ondernemen ter ondersteuning, co\u00f6rdinatie of aanvulling van de acties van de lidstaten in het kader van de bescherming van de volksgezondheid, en de harmonisatie van wetten is uitdrukkelijk uitgesloten van haar wetgevingsmogelijkheden. Er kan echter een beroep worden gedaan op andere rechtsgrondslagen op grond waarvan de EU wetgevende bevoegdheden heeft en die nog steeds een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid moeten waarborgen.\n\nDe interventionele EU-wetgeving op het gebied van de volksgezondheid is divers en het voorbeeld van de Richtlijn audiovisuele mediadiensten laat zien dat, zelfs als EU-wetgeving een doelstelling op het gebied van de volksgezondheid erkent, de inhoud van de wetgeving vanuit een volksgezondheidsperspectief nog steeds tekort kan schieten. Hoofdstuk 6 onderscheidt twee typen incidentele EU-wetgeving op het gebied van de volksgezondheid: wetgeving die weliswaar onder een erkende interventie op het gebied van de volksgezondheid valt, maar die een dergelijke doelstelling niet nastreeft; en wetgeving die niet als interventie op het gebied van de volksgezondheid wordt erkend, maar wel een impact heeft op de volksgezondheid. De voorbeelden op het gebied van het mededingingsrecht tonen aan dat bepaalde (uitvoerings)besluiten botsen met de EU-verplichting om een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen bij de uitvoering van al het Uniebeleid. Tot slot belicht het hoofdstuk de rol van EU soft law op het gebied van de volksgezondheid. Het laat zien dat de EU, zelfs zonder wetgevende bevoegdheden uit te oefenen, actief blijft met betrekking tot de drie risicofactoren voor NCDs die in hoofdstuk 6 worden onderzocht \u2013 tabak, alcohol en ongezonde voeding \u2013 door middel van politieke betrokkenheid, financiering en het faciliteren van samenwerking tussen de lidstaten.\n\nReflecterend op de thematisch verspreide bevindingen van de hoofdstukken, is de belangrijkste bijdrage van dit proefschrift, en daarmee de kernboodschap, dat om de volksgezondheid te bevorderen en NCD's te voorkomen, het recht niet ge\u00efsoleerd bestudeerd moet worden. Het moet juist worden beschouwd als een alomvattend systeem dat van invloed is op risicofactoren op verschillende niveaus en in verschillende rechtsgebieden, inclusief gebieden die andere belangen nastreven dan de volksgezondheid. Het onderscheid tussen wetgeving die maatregelen vaststelt en wetgeving die normen vaststelt, geeft bovendien aan dat het recht ook op verschillende manieren kan worden ingezet. De bestaande academische en praktische kennis over de rol van het recht in het voorkomen van niet-overdraagbare ziekten kan bovendien ook inspiratie bieden voor het bevorderen van strategie\u00ebn op populatieniveau die zich richten op de gedragsmatige risicofactoren van mondziekten, waaronder cari\u00ebs. Dit proefschrift beoogt hiervoor een basis te leggen. Het dient daarom als een oproep aan iedereen: samenwerking is nodig, voorbij de grenzen van rechtsstelsels, juridische disciplines en wetenschappelijke disciplines, om de gezondheid te bevorderen en NCD's te voorkomen.","summary":"Caries is currently one of the most common non-communicable diseases (NCDs). Worldwide, two billion people suffer from this condition in their permanent teeth, while an estimated 510 million children suffer from caries in their primary teeth, making it the most prevalent NCD in children. Caries is seen as a behavior-related disease, as nutrition \u2013 specifically the consumption of (free) sugars \u2013 is the main cause, while other behavioral factors, such as oral hygiene and dental visits, mitigate its effects. Caries in primary teeth has long been overlooked because primary teeth are replaced during childhood. Notably, however, the prevalence and severity of caries at a young age are highest among children in vulnerable situations, and caries can have serious consequences that extend beyond oral health and childhood. The high global prevalence of caries is striking, given that it is largely preventable.\n\nTraditionally, an individualized approach to oral health dominated, with an emphasis primarily on healthcare visits rather than population-level prevention strategies. However, there is growing recognition within dental public health that population-level preventive measures are needed to prevent oral diseases and address poor oral health. Beyond the context of oral health, the idea that legislation plays an overarching role in NCD prevention is gaining popularity and is now widely accepted. Laws are particularly effective instruments for addressing NCD risk factors and promoting good health because they structure society and thereby create the conditions for both good and poor health. This dissertation examines the role of legislation in preventing NCDs in the context of (unhealthy) food environments as a driving force behind unhealthy dietary patterns, one of the main risk factors for NCDs, through population-level preventive measures.\n\nThe central research question of this dissertation is: how can law contribute to the protection and improvement of children's oral health, specifically the prevention of caries? The dissertation is divided into three parts, each studying relevant legislation within a specific theme. Themes range from caries as an NCD and the (unhealthy) food environment as a steering factor for unhealthy diets (and thus NCDs), to NCD prevention in general. The first part explores the right to oral health within the framework of international human rights; the second part considers the role of law in shaping the food environment; and the third part studies European Union (EU) law regarding NCD prevention as part of public health law.\n\nAlthough the scope of this dissertation remains substantively limited to the applicable law in the context of caries (oral health) and the food environment, it transcends multiple boundaries. First, the study of law extends beyond the boundaries of legal systems, including international, EU, national, and \u2013 to a limited extent \u2013 local laws and regulations. Second, within the same context, it is not limited to one legal area but addresses multiple legal fields, including human rights, trade law, food law, and public health law. Finally, this dissertation transcends the disciplinary boundary of law by supplementing legal analyses with insights from dentistry, public health, and nutritional sciences \u2013 through collaboration with other relevant disciplines, the integration of non-legal information into legal analyses, and intended publication in scientific legal, public health, and dental journals.\n\nThrough this overarching approach, the primary contribution of this dissertation is its emphasis on the multifaceted and layered role of law in NCD prevention. Laws not only establish norms that shape the overall system (norm-setting laws) but also measures that actively shape society (measure-setting laws). Both types of laws operate at multiple levels. For the latter type, there is a complex interplay between different legal levels, notably the EU and national levels. Furthermore, incidental health laws\u2014laws that do not necessarily have a public health objective\u2014are identified as significant potential determinants of health. Based on these findings, this dissertation also serves as an invitation to researchers and practitioners outside the field of public health law to join forces.\n\nPart I (Chapters 2 and 3) examines the right to oral health under international law, particularly the Convention on the Rights of the Child (CRC) and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights (ICESCR). A child-rights-based approach is emphasized, as poor oral health has consequences that can be passed from generation to generation \u2013 meaning that poor oral health in childhood can also have consequences after childhood through behavioral factors. This forms the basis for the rest of the dissertation, which focuses on population-level interventions to address dental decay and NCDs in general.\n\nChapters 2 and 3 state that the right to oral health is an integral part of the right to the highest attainable standard of physical and mental health, as oral health itself is an integral component of general health. Poor oral health can thus limit the exercise of the right to health. Since severe, untreated caries in children can affect eating habits due to pain, it must be considered a possible cause of malnutrition (Article 24(2)(c) CRC). Furthermore, it is relevant to target measures at children to ensure the exercise of the right to health throughout their lives, as childhood is decisive for later (oral) health and childhood caries has intergenerational and intragenerational effects. Caries can also affect the fulfillment of other rights, such as social life and functioning, thereby influencing rights related to child development (Articles 6(2) and 27(1) CRC). Moreover, poor oral health is linked to school absenteeism and reduced academic development, causing concern regarding children's right to education (Article 12(1)(e) CRC).\n\nChapters 2 and 3 map government obligations under the child's right to oral health concerning caries risk (and mitigating) factors. Caries occurs when frequent sugar consumption changes the microbial balance of plaque on the tooth surface into a cariogenic one. Such cariogenic plaque can easily metabolize and form acids that dissolve the two hard tooth tissues \u2013 enamel and dentine \u2013 leading to the development of caries lesions. It is the formation and persistence of these acids that must be interrupted to prevent caries. Four (behavioral) factors addressable or changeable via legislation are identified. First, the frequency and amount of (free) sugars ingested must be limited. Second, removing cariogenic plaque through adequate brushing and flossing practices helps improve the oral environment. Third, exposure to low fluoride concentrations, either via fluoride toothpaste or community water fluoridation, increases enamel resistance to demineralization. Fourth, oral health professionals can help prevent and treat caries.\n\nChapter 3 interprets state human rights obligations in the context of each factor ((free) sugar consumption, oral hygiene, fluoride exposure, and oral care). Regarding (free) sugar consumption as the main risk factor for caries, obligations under the right to health are broad. International human rights direct states not to promote unhealthy behavior likely leading to avoidable diet-related morbidity and mortality. Furthermore, states have an obligation to regulate third-party activities, including industries whose practices may harm public health. Individuals must also be assisted with the availability of nutritious and safe food and information. Examples of appropriate preventive (legislative) measures include taxes on sugar-sweetened beverages, advertising and promotion restrictions or bans, and mandatory (front-of-pack) labeling. Interventions to address sugar consumption do not appear to be major costs for states. Some are recommended by the WHO as cost-effective for addressing NCDs in general and caries specifically. Such measures are also recognized as part of general NCD prevention strategies and will likely contribute to preventing other NCDs. According to the right to health, such measures should be prioritized.\n\nIn the context of oral hygiene, states must find a balance between not disrupting the relationship between caregivers and children and providing caregivers with resources, information, and support to ensure children grow up in a way that safeguards their rights. State obligations are therefore particularly relevant for providing information to parents, caregivers, and children. Regarding fluoride exposure, fluoride in its topical form has been added to the 22nd WHO Model List of Essential Medicines and the 8th WHO Model List of Essential Medicines for Children, meaning it now belongs to the core of the right to health. Fluoride can be administered individually through brushing or treatments, or at the community level via fluoridated water, salt, or milk. In any case, states are obligated to ensure proper supply, sale, and use of essential medicines to prevent adverse health effects.\n\nState obligations regarding oral healthcare are very broad. Healthcare must go beyond curative care to include preventive care, and investments in curative care should not receive disproportionate attention. Finally, universal access to primary healthcare must have priority, and the inability to pay should not hinder a child's right to healthcare access.\n\nPart II (Chapters 4 and 5) focuses on the role of legislation in the food environment. It specifically examines how legislation determines the structure of food environments. Food environments are the spaces where individuals make decisions about their food consumption. The theoretical framework of food environments is based on several pillars, including \u2013 in a broad sense \u2013 accessibility, affordability, food promotion, advertising, and information (desirability), and food quality and safety. All these categories or pillars can be legally regulated, and Chapter 4 shows a complex interplay between different legal levels.\n\nChapter 4 examines the role of legislation in determining food environments in the EU. It explores this role (non-exhaustively) by adopting a broad perspective: it includes applicable international law, EU law, national law, and (to a limited extent) local legislation. The chapter distinguishes between two types of legislation: measure-setting legislation and norm-setting legislation, both occurring to varying degrees at all four levels. Measure-setting laws are closer to actual behavior and individual consumption choices, such as advertising regulations and labeling requirements. These laws establish the various systems or components that form the food environment. Norm-setting laws, by contrast, provide a normative system for designing, adopting, testing, evaluating, and revising laws that concretely regulate the food environment. These laws do not always have a direct impact on individuals or consu\u00admers in daily life but are normative for the entire system.\n\nGovernments and regulators shape the food environment by determining the space private actors have to pursue commercial interests. Governments or regulators must essentially balance public interests, including public health, with commercial interests. Furthermore, (the pillars of) the food environment are not necessarily shaped by legislation at one level alone; a complex interplay exists between legislation at different levels. Laws adopted at a higher level can limit lower governments' right (and freedom) to regulate. For this reason, it is important to emphasize the co-regulatory interplay, particularly between the EU level and Member States \u2013 where a complex 'patchwork' of legislation determines the shape of the food environment to which individuals are exposed. This highlights the need for expertise across legal levels and areas for shaping (healthier) food environments: collaboration is needed not only between legal and public health researchers but also within the discipline of law itself.\n\nChapter 5 serves as a case study. It examines Dutch food advertising regulations and critically analyzes the applicable regulatory framework in light of the norms established by the right to health and the right to food under the ICESCR and CRC. This analysis essentially tests a national framework against an (international) norm-setting legal framework.\n\nDutch regulation consists of a non-binding code regulated partly by the industry itself. It regulates advertising in general and contains a specific code for foodstuffs, the rules of which were tightened in February 2026. This chapter focuses on three aspects: 1) which parties have regulatory power; 2) which groups are protected by the regulation; and 3) which media are regulated. It argues that, despite recently introduced tightened rules, the Dutch regulatory system is insufficiently inclusive on all three points.\n\nRegarding the first aspect, the self-regulatory system has an inherent conflict of interest in both norm-setting and enforcement. Protecting public health is not a primary goal of Dutch regulation, which consequently does not meet international human rights standards. The recommendation on this aspect emphasizes the need to establish statutory provisions for food advertising to ensure adequate interest balancing and prevent conflicts of interest. In the context of the second dimension, the rights to health and nutrition for adults and children over 16 are insufficiently safeguarded. The human rights framework requires adequate protection for all children, while adults should also be protected to some extent. Recommendations in Chapter 5 reiterate the need to prioritize adequate protection for children and recommend further protection for adults beyond consumer protection principles. Finally, the Dutch regulatory framework is also insufficiently inclusive regarding the types of media covered. Although online advertising is subject to the same rules as offline advertising, enforcement is difficult in practice, leaving gaps in the digital world. Recommendations emphasize the need for clear, coherent guidelines to determine which types of commercial communication are allowed on which platforms and for which audiences.\n\nPart III (Chapter 6) studies EU law as public health law, specifically its impact on NCD incidence. Chapter 6 applies the public health law framework developed by Burris and colleagues to the EU context. It focuses on the regulation of three products whose consumption is among the main risk factors for NCDs: tobacco, alcohol, and (unhealthy) nutrition. This framework distinguishes three types of public health law. Simply put: infrastructural public health law describes powers, duties, and institutions; interventional public health law is legislation that consciously influences public health; and incidental public health law is legislation that unintendedly impacts public health. The chapter adds a fourth type, EU soft law in the context of public health, given the prominent role of non-binding initiatives at the EU level. It is noted that the distinction between interventional and incidental health legislation provides relevant insights into EU public health law and can promote 'health in all policies' within the EU.\n\nEU powers categorized as infrastructural EU public health law are central to why incidental health legislation and soft laws should be studied. The Union can only take actions to support, coordinate, or supplement Member States' actions regarding health protection, and harmonizing laws is explicitly excluded from its legislative possibilities. However, other legal bases can be invoked where the EU has legislative powers that must still ensure a high level of health protection.\n\nInterventional EU public health legislation is diverse, and the Audiovisual Media Services Directive example shows that even when EU legislation recognizes a public health objective, its content from a public health perspective can still fall short. Chapter 6 distinguishes two types of incidental EU health legislation: legislation falling under a recognized public health intervention but not pursuing such an objective; and legislation not recognized as a public health intervention but having a health impact. Examples in competition law show that certain (implementation) decisions clash with the EU obligation to ensure high health protection in all policies. Finally, the chapter highlights EU soft law's role, showing that even without legislative powers, the EU remains active regarding the three risk factors studied \u2013 tobacco, alcohol, and unhealthy nutrition \u2013 through political engagement, funding, and facilitating Member State cooperation.\n\nReflecting on the findings, the main contribution and core message of this dissertation is that to promote public health and prevent NCDs, law must not be studied in isolation. Instead, it should be viewed as a comprehensive system influencing risk factors at different levels and in different legal areas, including areas pursuing interests other than public health. The distinction between measure-setting and norm-setting legislation indicates that law can be deployed in different ways. Existing knowledge on law's role in NCD prevention can also provide inspiration for promoting population-level strategies targeting behavioral risk factors for oral diseases, including caries. This dissertation aims to lay a foundation for this. It serves as a call for collaboration across legal systems, legal disciplines, and scientific disciplines to promote health and prevent NCDs.","auteur":"Dominique Mollet","auteur_slug":"dominique-mollet","publicatiedatum":"27 augustus 2026","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/dominiquemollet?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/f2380578-73b6-44a4-8ab9-47cc88ad9f06\/highres","url_epub":"","ordernummer":"19352","isbn":"978-94-6534-556-7","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Rijksuniversiteit Groningen","afbeeldingen":16669,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Rijksuniversiteit Groningen","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16667","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=16667"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16667\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":16670,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16667\/revisions\/16670"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/16668"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=16667"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=16667"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}