{"id":16395,"date":"2026-07-29T16:20:57","date_gmt":"2026-07-29T14:20:57","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/frank-wagemans\/"},"modified":"2026-07-29T16:21:06","modified_gmt":"2026-07-29T14:21:06","slug":"frank-wagemans","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/frank-wagemans\/","title":{"rendered":"Frank Wagemans"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":16396,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-16395","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Socially Responsible Investment","samenvatting":"De financi\u00eble sector komt vaak niets als eerste sector naar voren als het gaat over duurzaamheid wordt, maar de kapitaalstromen van beleggers financieren wereldwijd zowel duurzame als niet\u2011duurzame activiteiten. Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB) biedt beleggers de mogelijkheid om duurzaamheidsaspecten mee te wegen in vermogensbeheer. In de afgelopen drie decennia is MVB wereldwijd sterk gegroeid; het aantal leden van de UNPRI, een wereldwijde organisatie op het vlak van MVB, steeg van tien in 2006 tot meer dan vijfduizend in 2025, en het belegd vermogen waarbinnen MVB wordt toegepast is nu meer dan USD 30 biljoen. Dit heeft tevens geleid tot een toenemend aantal wetenschappelijke studies over MVB.\n\nIn dit proefschrift wordt de term MVB gebruikt, hoewel er meerdere verwante termen bestaan die de integratie van maatschappelijke thema\u2019s in beleggingsbeheer beschrijven. Veelgebruikte synoniemen of overlappende termen zijn onder andere verantwoord beleggen, duurzaam beleggen, ethisch beleggen, duurzame financiering en Environmental, Social and Governance (ESG)\u2011beleggingen. Soms worden deze termen als synoniemen voor de term MVB gehanteerd, maar ze kunnen ook verschillende accenten leggen of specifieke praktijken in bepaalde markten beschrijven. Het bestaan van verschillende termen wordt ook veroorzaakt door de verschillende drijfveren die er zijn om MVB toe te passen. Er kunnen ethische motieven zijn, financi\u00eble motieven, de motivatie maatschappelijke impact te maken of het kan een reactie zijn op druk vanuit de maatschappij of regelgeving.\n\nMVB kan bovendien op uiteenlopende manieren worden ge\u00efmplementeerd doormiddel van verschillende instrumenten; het uitsluiten van specifieke beleggingen, het invloed uitoefenen via engagement of stemmen, de integratie van ESG-informatie in beleggingsprocessen (ESG\u2011integratie), tot impact\u2011investeringen met expliciet doel positieve impact te maken op milieu en\/of maatschappij. Dit resulteert in een divers landschap van MVB\u2011praktijken dat zich snel ontwikkelt en zich aanpast aan maatschappelijke ontwikkelingen in diverse landen wereldwijd.\n\nDe literatuur over MVB is gefragmenteerd over verschillende wetenschappelijk disciplines, van economie tot sociologie, met beperkte interdisciplinaire samenwerking. De meeste onderzoeken richten zich op de relatie tussen MVB en financieel rendement, terwijl de maatschappelijke impact van MVB grotendeels onderbelicht blijft. Dit proefschrift richt zich daarom op twee kernvragen: Wanneer leidt MVB tot maatschappelijke verandering, en welke factoren bepalen de ontwikkeling van MVB?\n\nIn hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de vraag wanneer MVB effectief is in het tot stand brengen van maatschappelijke verandering. Dit wordt gedaan aan de hand van een literatuur-review van studies over MVB\u2011instrumenten, hun mechanismes om bedrijven te be\u00efnvloeden en of zij tot maatschappelijke verandering leiden. Wanneer gekeken wordt naar instrumenten die de kapitaalkosten kunnen be\u00efnvloeden (zoals uitsluiting en ESG\u2011integratie), blijkt dit momenteel op zichzelf geen effectieve manier zijn om maatschappelijke verandering tot stand te brengen. Er zijn aanwijzingen dat significante verschillen in kapitaalkosten in theorie mogelijk zijn, maar deze ontstaan nog niet, omdat een groot percentage beleggers wereldwijd een specifiek uitsluitings\u2011 of ESG\u2011beleid zou moeten hanteren om een merkbaar effect op de kapitaalkosten van beursgenoteerde bedrijven te krijgen. Voor engagement bestaat geen eenduidig beeld van de effectiviteit, aangezien dit onderwerp op het moment van het schrijven van het hoofdstuk een onderbelicht onderwerp is in de literatuur. Samengevat concludeert het hoofdstuk dat de impact van MVB beperkt en moeilijk te identificeren en kwantificeren is. Uit de literatuur komen er vijf factoren naar voren waarom de effecten van MVB nog niet groot zijn: 1. Het lage kennisniveau van beleggers over MVB; 2. Het aandeel van MVB is nog klein ten opzichte van het totaal aan investeringen wereldwijd; 3. Beleggers richten zich te veel op de korte termijn; 4. De interpretatie van de fiduciair plicht is een obstakel voor MVB; 5. Er is weinig samenwerking tussen MVB\u2011beleggers.\n\nIn hoofdstuk 3 worden de netwerken van engagement en de factoren die bepalen of engagement effectief is onderzocht. Hiervoor werden 23 interviews afgenomen met actoren die betrokken zijn bij engagement en met de bedrijven waarmee engagement wordt gevoerd. Daarnaast werd kwantitatieve data uit de jaarlijkse \u201cVBDO Benchmark Responsible Investment by Pension Funds\u201d gebruikt. De resultaten tonen aan dat engagement steeds vaker wordt toegepast door Nederlandse pensioenfondsen, maar dat de uitvoering wordt uitbesteed aan netwerken binnen de investeringsketen (asset managers, gespecialiseerde ESG\u2011serviceproviders). Deze netwerken staan echter los van andere niet\u2011investeerders, zoals ngo\u2019s en beleidsactoren. Als analytisch kader werd de theorie van Gifford (2012) over de invloed van aandeelhouders gehanteerd. Drie hoofdfactoren blijken cruciaal voor effectief engagement: Legitimiteit: de legitimiteit van de engagerende partij, inclusief het kennisniveau en de kracht van de argumentatie die in de engagement wordt gebruikt. Urgentie: De mate waarin de engagement inspeelt op onderwerpen die hoog op de agenda staan in de maatschappij, stakeholders en het bedrijf. Macht: De inzet van diverse instrumenten om de engagement kracht bij te zetten (aandeelhoudersrechten, economische invloed, publieke uitspraken). Twee aanvullende factoren zijn de relatie tussen engager en investeerder, en de ontvankelijkheid van het bedrijf voor engagement, gerelateerd aan interne machtsdynamiek binnen het bedrijf. Het hoofdstuk concludeert dat engagement zijn volledige potentieel nog niet bereikt. Zo stellen bedrijven dat beleggers hun beschikbare instrumenten (bijv. formele aandeelhoudersrechten en publieke statements) niet volledig benutten. Effectiever engagement kan worden bereikt door gebruik te maken van o.a. aandeelhoudersresoluties, een effectiever samenwerking tussen beleggers en het inzetten van de expertise van ngo\u2019s.\n\nIn hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling van MVB onderzocht. Dit wordt gedaan aan de hand van ontwikkelingsmodellen voor verantwoord ondernemen (CSR stage models). Aan de hand van deze modellen werd onderzocht of er logische ontwikkelpaden bestaan voor de ontwikkeling van MVB en op basis hiervan worden vijf verwachtingen ontwikkeld en getest. Dit testen gebeurt op basis van de data van de VBDO benchmark voor verantwoord beleggen door Nederlandse pensioenfondsen. De resultaten tonen aan dat ontwikkelmodellen voor verantwoord ondernemen toepasbaar zijn op MVB. Zo vinden het vaststellen van doelstellingen voor MVB en het betrekken van stakeholders vooral plaats bij fondsen die al ver gevorderden zijn met het implementeren van MVB. MVB\u2011ontwikkeling begint met implementatie; pas later wordt het ge\u00efntegreerd in de governance, strategie en het stellen van doelen. Een duidelijk volgorde van instrumenten wordt waargenomen: eerst uitsluiting, daarna ESG\u2011integratie, en tenslotte impact\u2011investeringen (gericht op bredere maatschappelijke resultaten naast financieel rendement).\n\nIn hoofdstuk 5 staat de vraag centraal welke factoren bepalen de beoefening van MVB naar elkaar toe beweegt bij Nederlandse pensioenfondsen. Op basis van institutionele theorie (institutional theory) werden verwachtingen geformuleerd die worden getest met behulp van een meerjarige dataset van Nederlandse pensioenfondsen en onderzocht welke factoren convergentie of divergentie veroorzaken. Tussen 2010 en 2012 ontwikkelden de MVB\u2011praktijken zich en leidde dit tot toenemende convergentie, vooral op het gebied van rapportage. Het hebben van dezelfde fiduciaire manager vergrootte de convergentie. Grootte van beheerd vermogen, kenmerken van begunstigden of financi\u00eble positie hadden geen invloed op convergentie.\n\nWat kunnen we op basis van deze hoofdstukken concluderen wat betreft de onderzoeksvragen of de effectiviteit en ontwikkeling van MVB? Wat betreft de effectiviteit van MVB schetsen de bevindingen een genuanceerder beeld van de (potenti\u00eble) impact van MVB. Het begint met de constatering dat MVB een zeer breed concept is dat een breed scala aan praktijken en motivaties omvat. De vraag of MVB effectief is, begint daarom met subvragen over de effectiviteit van specifieke MVB-instrumenten of combinaties daarvan. Wat betreft het be\u00efnvloeden van de kapitaalkosten door uitsluiting of ESG-integratie, wordt geconcludeerd dat deze methoden in theorie effectief kunnen zijn om verandering teweeg te brengen. Uit dit proefschrift blijkt echter uit dat dit momenteel niet het geval is voor beursgenoteerde beleggingen. Beleggers kunnen ook rechtstreeks invloed uitoefenen op de bedrijven waarin ze beleggen, via engagement en stemgedrag. Wat betreft engagement, wordt geconcludeerd dat engagement potentieel effectief is, maar dat de daadwerkelijke effectiviteit afhangt van verschillende factoren, van legitimiteit, urgentie tot macht. Daarnaast zijn relatieopbouw en het rekening houden met de bedrijfsagenda en besluitvormingsprocessen relevant. Voor sommige vormen van betrokkenheid is legitimiteit, inclusief expertise, effectief als het bedrijf waarin wordt belegd bereid is feedback uit engagement te verwerken. Voor bedrijven die daar minder toe bereid zijn, komen er meer formele machtsmiddelen in beeld, zoals het vormen van coalities, stemmen op aandeelhoudersvergaderingen, het indienen van aandeelhoudersresoluties en publiekelijk een positie innemen.\n\nWat betreft de onderzoeksvraag over de ontwikkeling van MVB, kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van MVB logische ontwikkelpaden volgt, beginnend met capaciteitsopbouw en dat pas in een later stadium integratie in governance en strategie plaatsvindt. Voor Nederlandse pensioenfondsen zien we dat MVB-praktijken in de loop der tijd naar elkaar toe bewegen. Van de onderzochte factoren is de rol van de fiduciaire manager een factor die geassocieerd is met een grotere convergentie. De resultaten benadrukken de relevantie van de institutionele theorie voor de ontwikkeling van MVB, de rol van de maatschappij bij het vormgeven van MVB en de rol van de beleggingsketen bij het mogelijk maken of belemmeren van MVB-praktijken.\n\nReflecterend op de bevindingen betoogt dit proefschrift dat het louter toepassen van MVB geen garantie biedt voor impact; de effectiviteit van MVB hangt niet alleen af van de gebruikte instrumenten, maar ook van de volwassenheid van MVB bij de institutionele belegger die ze inzet. Vier onderling verbonden factoren rondom de ontwikkeling en de motivatie voor MVB spelen een belangrijke rol in de effectiviteit van MVB om een maatschappelijke impact te maken:\n1. Capaciteit en expertise: Zonder adequate data\u2011infrastructuur, analytische vaardigheden en thematische kennis kunnen instrumenten (uitsluiting, ESG\u2011integratie, impact\u2011investeringen) niet effectief worden toegepast. Een gebrek hieraan leidt tot \u201ccompetence greenwashing\u201d, oftewel dat de capaciteit en expertise niet in lijn zijn met de ambities op MVB-gebied die naar de buitenwereld worden gecommuniceerd.\n2. Integratie in strategie: De effectiviteit van MVB wordt bepaald door de instrumenten, en de effectiviteit van deze instrumenten is meer dan de som der delen. Zo vergroten combinaties van instrumenten (bijv. engagement gekoppeld aan aandeelhoudersresoluties) hun kracht. Pas in latere ontwikkelingsfasen wordt MVB een formeel onderdeel van governance, waardoor ook escalatie mogelijkheden en daarmee de combinatie van instrumenten kunnen worden ingebed.\n3. Motivatie van de belegger: Financi\u00eble, ethische, impact\u2011gedreven of marketing\u2011drijfveren be\u00efnvloeden zowel de bereidheid om te investeren in capaciteit en expertise voor MVB-activiteiten, als de tolerantie voor eventueel een verminder risico-rendement op kortere termijn.\n4. Maatschappelijke en regelgevende context: Interpretaties van fiduciair plicht, druk van deelnemers & klanten en het publieke debat (bijv. over het wel of niet investeren in fossiele brandstoffen) kunnen zowel een stimulans of beperking zijn. Regelgeving (EU\u2011taxonomie, SEC\u2011regels) kan MVB mogelijk maken, maar ook beperken wanneer fiduciaire plicht te nauw wordt ge\u00efnterpreteerd.\n\nDit proefschrift biedt drie praktische aanbevelingen voor beleidsmakers en institutionele beleggers. Ten eerste zouden pensioenfondsbesturen prioriteit moeten geven aan capaciteitsopbouw in de gehele beleggingsketen en alert moeten blijven op maatschappelijke trends. Omdat de adoptie van MVB zich doorgaans organisch ontwikkelt, in plaats van via een lineaire cyclus van \"plannen, uitvoeren, controleren, handelen\", moeten fondsen zowel gedegen \u201charde\u201d capaciteiten ontwikkelen, zoals datasystemen en analytische instrumenten, als een investeren in meer \u201czachtere\u201d capaciteiten. Bijvoorbeeld een goede integratie van MVB-expertise in de governance en het het verlenen van een duidelijk mandaat voor escalatie. Aangezien MVB ook, of juist, wordt vormgegeven door maatschappelijke ontwikkelingen is het daarnaast van belang de voorkeuren in kaart te brengen van deelnemers en met hen het gesprek aan te gaan. Ook het gesprek met andere belanghebbenden, zoals ngo\u2019s, is hierbij van belang. Dit is een belangrijke input voor het identificeren van opkomende ESG-vraagstukken, deze te vertalen naar concrete acties en hierover transparant te zijn. Ten tweede moeten beleggers die een echte maatschappelijke impact nastreven, verder kijken dan de directe belangen in bedrijven in hun portefeuille. Samenwerking met ngo's, deelname aan dialoog op nationaal niveau en het doelbewust ontwikkelen van strategie\u00ebn voor het opbouwen van een netwerk en het verspreiden van signalen kunnen de invloed vergroten. Effectieve netwerkopbouw vereist specifieke expertise, middelen en duidelijke mandaten die de stem van de belegger afstemmen op bredere beleids- en lobby-inspanningen. Ten derde moeten instellingen multidisciplinaire samenwerking bevorderen. MVB wordt gevormd door financi\u00eble, ethische, regelgevende en politieke krachten, dus uitsluitend vertrouwen op financi\u00eble expertise beperkt het vermogen om niet-financi\u00eble drijfveren te begrijpen en erop te reageren. Investeer daarom in expertise vanuit verschillende vakgebieden (investment management, ethiek, duurzaamheid, recht tot politiek) en cre\u00eber besluitvormingsprocessen die multidisciplinaire discussie stimuleren. Dit verbetert de kwaliteit van MVB\u2011implementatie en helpt bij complexe vraagstukken zoals mensenrechten, biodiversiteit en klimaat.\n\nSamenvattend, hoewel MVB de potentie heeft om maatschappelijke verandering te bewerkstelligen, hangt de daadwerkelijke impact sterk af van de gebruikte instrumenten, in hoeverre MVB ontwikkeld is bij een institutionele belegger en de externe maatschappelijke omgeving. Alleen wanneer al deze elementen op elkaar zijn afgestemd, kan MVB een betekenisvolle bijdrage leveren aan een duurzamere samenleving.","summary":"The financial sector is rarely the first industry that comes to mind when discussing sustainability, yet the flows of capital from investors are financing a wide range of sustainable and unsustainable activities worldwide. Socially Responsible Investment (SRI) is a way in which investors can take into account sustainability topics in investment management. Over the past three decades, SRI has grown rapidly worldwide; membership in the United Nations Principles for Responsible Investment rose from ten in 2006 to more than five thousand in 2025, and assets tied to SRI now exceed USD 30 trillion. This has also led to an increasing number of studies on SRI.\n\nSRI is the term used in this thesis, although there are multiple similar terms applied to describe the integration of societal issues into investment management. Other terms that are commonly used and have similar, or overlapping, meanings include responsible investing, sustainable investing, ethical investment, sustainable finance or Environmental, Social and Governance (ESG) investment. These terms are sometimes employed synonymously for SRI, but sometimes they can also have different emphases or describe practices in specific markets. The fact that there are multiple terms for this process is not surprising, as there are several motivations for practicing SRI. From normative motivations, the motivation to achieve better investment returns or a motivation to react to regulatory or societal pressure. Not only motivations can differ, also the implementation of SRI can differ as there are several ways SRI can be implemented: from the use of different SRI instruments, such as exclusion, ESG integration, proxy voting, engagement, to impact investments. This results in a diversified landscape of SRI practices that is rapidly developing and branching out in reaction to societal developments and increasing capabilities within the investment community.\n\nHowever, the literature on SRI is fragmented across finance, management, and social sciences, with limited interdisciplinary collaboration. Most existing research concentrates on the relationship between SRI and financial performance, leaving the societal impact of SRI largely understudied. This thesis therefore centres on two core questions: when does SRI generate societal change, and which factors influence the development of SRI?\n\nChapter 2 discusses the effectiveness of SRI to generate societal change. A literature review was used to provide an overview of the studies on SRI instruments, their pathways for influencing investee companies and whether and how they lead to societal change. When focusing on SRI instruments that can potentially influence the cost-of-capital, such as exclusion and ESG integration, this is currently not an effective way of evoking societal change when studied in isolation. Studies have shown that significant differences in cost-of-capital are potentially possible, but currently, they do not arise, as a substantial percentage of investors worldwide would need to adopt a specific exclusion or ESG-tilts to have a major impact on the cost-of-capital of listed companies. For engagement, a clear picture of its effectiveness did not arise, as it was at the time of writing understudied. In summary, the chapter concludes that the impact of SRI was limited and difficult to identify and quantify. In answering the research question on which factors govern the effectiveness of SRI in influencing ESG performance, five factors can be identified that explain why the effects of SRI are currently marginal: 1) investors have a low level of knowledge of SRI; 2) the percentage of SRI is still small compared with overall investments; 3) investors are focused on obtaining short-term shareholder value; 4) the interpretation of institutional investors of fiduciary duty; and 5) cooperation between shareholders practicing SRI is low.\n\nIn Chapter 3, the networks that steer engagement and the factors that influence the effectiveness of engagement by Dutch pension funds were studied. Twenty-three interviews were conducted with actors implementing engagement as well as investees. Additionally, quantitative data from the yearly \u201cBenchmark Responsible Investment by Pension Funds\u201d were used. The study shows that engagement is increasingly used by Dutch pension funds. However, the actual implementation is outsourced to networks of actors within the investment chain, such as asset managers or specialised ESG service providers. However, these networks are isolated from other non-investor actors such as NGOs and policy actors. To study the effectiveness of engagement, the work of Gifford (2012) on shareholder salience was used as a starting point. The chapter concludes that shareholder salience is indeed a useful starting point for assessing the effectiveness of engagement. This means that three main factors are key to making engagement effective. First, legitimacy refers to the credibility of the engagers, the investor, and the strength of both the business and societal case. Second, urgency captures the time sensitivity of the engagement requests and their criticality. Third, power involves using various tools to increase pressure, ranging from formal shareholder rights to public statements. Two additional factors were found: the duration of the relationship between the engager and the investee and the receptivity of the investee company to the engagement, which also relates to the internal power dynamics within the investee. The chapter also concludes that SRI engagement does not reach its full potential in evoking societal change. Investee companies see that investors do not fully use the capacities and instruments at their disposal, especially in relation to their formal shareholders\u2019 rights and being vocal publicly. Engagement can be strengthened by using shareholder resolutions, increasing cooperation between investors, and leveraging the specific knowledge of NGOs.\n\nIn Chapter 4, the adoption of SRI among Dutch pension funds is addressed, particularly if there are logical pathways for SRI development. In the adjacent field of CSR, stage models provide insights into logical pathways for CSR adoption. On the basis of a translation of CSR stage models to SRI practices, 5 expectations for SRI development were tested. The results show that CSR stage models can plausibly be applied to SRI. In line with CSR stage models, target setting and the involvement of stakeholders are most likely accomplished through pension funds that already follow well-developed SRI practices. In short, SRI development starts with implementation, and only in later stages does it become a part of governance, strategy and integration in target setting. Additionally, there is a clear order followed in the implementation of SRI instruments: to begin, certain investments are excluded; then, environmental, social and governance (ESG) integration is performed; and finally, so-called impact investing (which focuses on more than only financial results) is implemented.\n\nChapter 5 focuses on the factors that could cause convergence or divergence in SRI practices. This is done by using a multiyear dataset of SRI practices of Dutch pension funds and expectations formulated on the basis of institutional theory. The results show that SRI practices of Dutch pension funds developed over the period 2010-2012 and that this has led to convergence over time, especially in relation to the reporting on SRI practices. Having the same fiduciary manager is associated with increased convergence between pension funds. Assets under management, beneficiaries\u2019 characteristics or financial position are not associated with further convergence between pension funds.\n\nIn summary, SRI always seems to have the promise that it would evoke societal change. The findings paint a more nuanced picture of the (potential) impact of SRI. It starts with the observation that SRI is a very broad concept that covers a wide range of practices and motivations. The question of whether SRI is effective therefore starts with sub-questions on whether specific SRI instruments or combinations of these instruments are effective. In regard to influencing the cost-of-capital through exclusion or ESG integration, it is concluded that these pathways potentially can be effective in evoking change. However, our study finds that this is currently not the case for listed investments. Investors can also influence investees directly through engagement and through voting practices. For engagement, it is concluded that engagement is potentially effective, but its actual effectiveness is dependent on several factors: from legitimacy, via urgency to power. Additionally, relation building, taking into account the corporate agenda and decision-making processes and escalation mechanism to use more formal power mechanisms are relevant.\n\nRegarding the research question on the development of SRI, it can be summarised that SRI development follows logical pathways, starting with capacity building and only in a later stage reaches integration into governance and strategy. For Dutch pension funds, we find that SRI practices converge over time and that the role of the fiduciary manager is a factor associated with increased convergence. This highlights the relevance of institutional theory for SRI development, the role of society in shaping SRI, and the role of the investment chain in enabling, or disabling, SRI practices.\n\nReflecting on the findings, this thesis argues that merely practising socially responsible investing (SRI) does not guarantee impact; the effectiveness of SRI depends not only on the instruments employed but also on the maturity of the institutional investor that deploys them. Four interrelated factors shape this connection.\n\nFirst, capacity and expertise are essential. An investor may be willing to use tools such as exclusion screening, ESG integration or impact investing, yet without the necessary data infrastructure, analytical skills and thematic knowledge, these tools cannot be applied effectively. This research shows that successful engagement, for instance, rests on the legitimacy of the engager, which in turn requires solid expertise, reliable data and insights in often complex ESG themes such as human rights or biodiversity that demand qualitative assessment. When investors signal SRI credentials without the organisational resources to substantiate them, a phenomenon dubbed \u201ccompetence greenwashing\u201d emerges, undermining both development and impact. Moreover, the broader investment chain matters: data providers translate emerging ESG information for managers, but recent political pressures have led some providers to withdraw coverage of contentious topics (e.g., Gaza, diversity metrics), thereby constraining investors\u2019 ability to act.\n\nSecond, integration into strategy amplifies effectiveness. When SRI tools are combined, such as linking engagement with shareholder resolution filing or public divestment, their collective power increases. The study finds that only in the later stages of SRI development it becomes a formal element of governance, allowing institutions to embed impact-escalation mechanisms and coordinate multiple instruments, which provides a sturdier foundation for achieving societal outcomes.\n\nThird, the underlying motivation of the investor influences both the willingness to invest in capacity and the propensity to accept tradeoffs. Investors may be driven by pure financial rationality, ethical concerns, a desire for societal impact, or marketing considerations, and often in combination. Those investors motivated chiefly by financial returns tend not to align processes toward measurable impact, whereas impactoriented investors are more likely to allocate resources to engagement and accept lower returns where necessary.\n\nFinally, the societal and regulatory context frames what SRI can achieve. Fiduciary duty interpretations, beneficiary pressures, and broader public debates (e.g., divestment from fossil fuels or cluster ammunition) shape both the incentives and constraints faced by institutional investors. Regulations can enable SRI, but they can also restrict it when legal definitions of fiduciary duty limit the use of certain tools. Pension funds illustrate this dynamic: beneficiaries and interest groups can push for SRI mandates, yet actions can be constrained or enabled by evolving regulatory landscapes.\n\nTogether, these dimensions, capacity, strategic integration, motivation, and external context, constitute the key drivers that determine whether SRI development translates into societal impact.\n\nThis thesis offers three practical recommendations for policymakers and institutional investors. First, pension fund boards should prioritise capacity building throughout the entire investment chain and stay attuned to societal trends. Because SRI adoption tends to evolve organically rather than through a linear \u201cplan-do-check-act\u201d cycle, funds need to develop both hard capabilities, such as data systems, and softer governance elements, such as embedding ESG expertise in decisionmaking. They must also engage with beneficiaries and other stakeholders, translating emerging ESG concerns into concrete investment actions and communicating the rationale behind SRI choices.\n\nSecond, investors seeking genuine societal impact should look beyond direct engagement with portfolio companies. Partnering with NGOs, participating in sovereign-level dialogue, and deliberately crafting field-building and signalling strategies can amplify influence. Effective field-building requires dedicated expertise, resources, and clear mandates that align the investor\u2019s voice with broader policy and advocacy efforts.\n\nThird, institutions need to foster multidisciplinary collaboration. SRI is shaped by financial, ethical, regulatory, and political forces, so relying solely on finance-trained staff limits the ability to understand and respond to non-financial drivers. Embedding professionals from diverse backgrounds and creating decision-making processes that encourage cross-disciplinary debate will improve the quality of SRI implementation and help navigate complex issues such as human-right exclusions, DEI considerations, and evolving regulatory regimes.\n\nIn summary, while SRI has the potential to drive societal change, its actual impact depends heavily on the instruments used, the extent to which SRI is developed within an institutional investor, and the external societal and regulatory environment. Only when all these elements are aligned SRI can make a meaningful contribution to a more sustainable society.","auteur":"Frank Wagemans","auteur_slug":"frank-wagemans","publicatiedatum":"9 september 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/frankwagemans?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/a5bb0c37-3417-4592-84a7-b5e5bccac0e4\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"19116","isbn":"978-94-6534-502-4","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Wageningen University","afbeeldingen":16397,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Wageningen University","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16395","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=16395"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16395\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":16398,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16395\/revisions\/16398"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/16396"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=16395"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=16395"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}