{"id":16173,"date":"2026-07-08T16:08:31","date_gmt":"2026-07-08T14:08:31","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/zjala-ebadi\/"},"modified":"2026-07-08T16:08:39","modified_gmt":"2026-07-08T14:08:39","slug":"zjala-ebadi","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/zjala-ebadi\/","title":{"rendered":"Zjala Ebadi"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":16174,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-16173","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Persistent Fatigue in Chronic Respiratory Conditions","samenvatting":"Vermoeidheid is een veel voorkomend en belastende klacht bij pati\u00ebnten met chronische obstructieve longziekte en bij personen na een COVID-19 infectie. Ondanks de grote impact op het dagelijks functioneren, de kwaliteit van leven en de algehele gezondheidstoestand bleef vermoeidheid in de klinische praktijk vaak onderkend en onvoldoende behandeld. Dit proefschrift had tot doel meer inzicht te verkrijgen in de prevalentie, de samenhang met andere gezondheidsdomeinen en de dynamiek van vermoeidheid bij COPD en na COVID-19, met aandacht voor fysieke, psychologische, gedragsmatige en gezondheidsgerelateerde factoren.\n\nOm een overzicht te krijgen van de bestaande kennis over vermoeidheid bij COPD en de factoren die hiermee samenhangen, werd in een systematische review de beschikbare literatuur samengevat (hoofdstuk 2). In dit hoofdstuk werd duidelijk dat vermoeidheid zeer frequent voorkwam bij pati\u00ebnten met COPD, met prevalenties vari\u00ebrend van 17% tot 95%. Deze grote spreiding bleek grotendeels het gevolg te zijn van verschillen in gebruikte meetinstrumenten, afkappunten voor klinisch relevante vermoeidheid en zorgsettings. Vermoeidheid bleek samen te hangen met diverse fysieke en psychologische factoren, waaronder dyspneu, verminderde inspanningscapaciteit, perifere spierzwakte, exacerbaties, depressieve en angstklachten en een verminderde kwaliteit van leven. De relatie tussen vermoeidheid en de mate van luchtwegobstructie was zwak of afwezig, hetgeen suggereert dat vermoeidheid bij COPD niet louter het gevolg is van pulmonale beperkingen.\n\nAangezien vermoeidheid en andere symptomen zich vooral manifesteerden in het dagelijks leven en mogelijk samenhingen met het dagelijkse bewegingsgedrag van pati\u00ebnten, werd in het volgende onderzoek ingezoomd op deze dagelijkse dynamiek (hoofdstuk 3). In dit hoofdstuk werd onderzocht hoe fysieke activiteit en sedentair gedrag samen hingen met dagelijkse fysieke en psychologische symptomen bij pati\u00ebnten met mild tot zeer ernstig COPD. Door het combineren van objectieve metingen van fysieke activiteit en sedentair gedrag met herhaalde symptoommetingen gedurende de dag werd inzicht verkregen in de richting en korte termijn dynamiek van deze relaties in het dagelijks leven. De resultaten lieten zien dat het ervaren van meer ontspanning samenhing met meer fysieke activiteit kort daarna. Concreet was een hogere mate van ontspanning geassocieerd met een hoger aantal stappen in de 15 minuten na het invullen van de EMA-vragenlijst, ook na correctie voor relevante confounders. Hoewel de absolute toename in stappen beperkt was, moest dit worden ge\u00efnterpreteerd in het licht van de zeer lage activiteitenniveaus in deze populatie, waarbij zelfs kleine veranderingen betekenisvol konden zijn. Een hoger aantal stappen in de 15 en 30 minuten v\u00f3\u00f3r de meting was geassocieerd met zich minder ontspannen voelen en met meer kortademigheid en vermoeidheid. Dit wees erop dat fysieke activiteit bij pati\u00ebnten met COPD gepaard kan gaan met een tijdelijke toename van symptomen. Wat betreft sedentair gedrag werd geen relatie gevonden tussen symptomen en daaropvolgend sedentair gedrag. Wel bleek dat meer sedentair gedrag voorafgaand aan de symptoombeoordeling samenhing met slechtere psychologische symptoomervaringen en een langere sedentair doorgebrachte tijd in de 15 en 30 minuten v\u00f3\u00f3r de meting was geassocieerd met meer gevoelens van angst. Samenvattend toonden de resultaten aan dat er een bidirectionele relatie bestond tussen ontspanning en fysieke activiteit bij pati\u00ebnten met COPD. Meer ontspanning hing samen met meer fysieke activiteit kort daarna, terwijl meer fysieke activiteit voorafgaand aan de meting gepaard ging met meer vermoeidheid en dyspneu Daarnaast leek sedentair gedrag vooraf te gaan aan een toename van angst. Deze bevindingen onderstreepten de complexe en dynamische samenhang tussen vermoeidheid, fysieke activiteit, sedentair gedrag en andere symptomen, zoals dyspneu en angst, in het dagelijks leven van pati\u00ebnten met COPD.\n\nOm meer inzicht te krijgen in het beloop van vermoeidheid over de tijd en de samenhang met andere domeinen van gezondheid, werd in een longitudinale studie een multidimensionele benadering toegepast (hoofdstuk 4). In dit hoofdstuk werden tijdafhankelijke en bidirectionele relaties onderzocht tussen vermoeidheid en fysieke, psychologische, gedragsmatige en gezondheidsstatusvariabelen bij pati\u00ebnten met COPD. De resultaten lieten zien dat de prevalentie van vermoeidheid hoog was en over een periode van \u00e9\u00e9n jaar grotendeels stabiel bleef, met meer dan de helft van de pati\u00ebnten die ernstige vermoeidheid rapporteerde op beide meetmomenten. De longitudinale analyses toonden aan dat fysieke activiteit de enige factor was die vermoeidheid direct voorspelde over de tijd, waarbij hogere niveaus van fysieke activiteit op baseline samenhingen met minder vermoeidheid na \u00e9\u00e9n jaar. Vermoeidheid zelf bleek daarentegen een voorspellende rol te spelen voor een verslechtering van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en een toename van dyspneu en dyspneu-gerelateerde emoties over de tijd. Relaties tussen vermoeidheid en traditionele indicatoren van ziekte-ernst, zoals longfunctie, bleken beperkt of afwezig. Naast de directe relaties lieten de resultaten een complex netwerk van indirecte en wederkerige verbanden zien tussen fysieke, psychologische en gedragsmatige factoren. Zo be\u00efnvloedden fysieke capaciteit en fysieke activiteit elkaar wederzijds over de tijd, en bleek dyspneu een centrale rol te spelen in de samenhang tussen vermoeidheid en psychologische factoren zoals depressieve stemming, vermoeidheidsgerelateerde catastrofering en zelfeffectiviteit. Psychologische processen, waaronder fasen van rouwverwerking, angst en vermoeidheidsgerelateerde cognities, bleken sterk met elkaar verweven en droegen indirect bij aan ervaren beperkingen. Deze bevindingen lieten zien dat vermoeidheid bij COPD was ingebed in een dynamisch en multidimensioneel netwerk van onderling samenhangende factoren, waarin wederzijdse be\u00efnvloeding en feedbackmechanismen een belangrijke rol speelden.\n\nAanhoudende vermoeidheid is een veelvoorkomende klacht na een COVID-19 infectie, zowel bij pati\u00ebnten die tijdens de acute fase werden opgenomen in het ziekenhuis als bij niet-gehospitaliseerde pati\u00ebnten met post-acute sequelae of COVID-19. In hoofdstuk 5 werd de prevalentie, het beloop en de samenhang van ernstige vermoeidheid met gezondheidsstatus en psychologische factoren onderzocht tot een jaar na infectie. Bij pati\u00ebnten die vanwege COVID-19 waren opgenomen in het ziekenhuis bleek ernstige vermoeidheid zeer frequent aanwezig. Op het eerste meetmoment rapporteerde 67% van deze pati\u00ebnten ernstige vermoeidheid, terwijl dit \u00e9\u00e9n jaar later nog steeds gold voor 59%. Bij het merendeel van de pati\u00ebnten bleef de ernst van vermoeidheid onveranderd, terwijl slechts een minderheid klinisch relevante verbetering liet zien. Er werden geen significante verschillen gevonden in demografische, klinische, gezondheidsstatus- of psychologische kenmerken op baseline tussen pati\u00ebnten bij wie de vermoeidheid verbeterde en pati\u00ebnten bij wie dit niet het geval was. Daarnaast bleek geen van de op baseline gemeten variabelen voorspellend voor de ernst van vermoeidheid na \u00e9\u00e9n jaar. Ook bij niet-gehospitaliseerde pati\u00ebnten met post-COVID klachten na een infectie werd een zeer hoge prevalentie van ernstige vermoeidheid gevonden. Op baseline rapporteerde 96% ernstige vermoeidheid, terwijl dit na \u00e9\u00e9n jaar nog bij 69% het geval was. Hoewel bij een deel van de pati\u00ebnten verbetering optrad, bleef bij het merendeel de vermoeidheid onveranderd. Net als bij de gehospitaliseerde groep konden geen baseline-kenmerken worden ge\u00efdentificeerd die vermoeidheid op follow-up voorspelden. In beide cohorten bleek vermoeidheid sterk samen te hangen met andere domeinen van gezondheidsstatus en psychologisch functioneren. De sterkste associaties werden gevonden met subjectief ervaren beperkingen in het dagelijks functioneren en een verminderde gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Veranderingen in vermoeidheid over de tijd gingen gepaard met veranderingen in deze gezondheidsstatusdomeinen, terwijl verbanden met andere psychologische maten minder uitgesproken waren. Deze bevindingen lieten zien dat ernstige vermoeidheid tot ten minste \u00e9\u00e9n jaar na COVID-19 zeer frequent voorkwam, een persisterend karakter had en nauw verweven was met ervaren beperkingen en kwaliteit van leven, terwijl duidelijke voorspellers voor herstel ontbraken.\n\nGezamenlijk lieten de studies in dit proefschrift zien dat vermoeidheid bij COPD en na COVID-19 een complex, multidimensioneel en persisterend symptoom is, waarvoor een brede benadering noodzakelijk is in zowel onderzoek als klinische praktijk.","summary":"Fatigue is a frequent and burdensome symptom in patients with chronic obstructive pulmonary disease and in individuals after COVID-19 infection. Despite its substantial impact on daily functioning, quality of life, and overall health status, fatigue often remained insufficiently recognized and inadequately addressed in clinical practice. The aim of this thesis was to improve the understanding of the prevalence, associated factors, and dynamics of fatigue in COPD and after COVID-19, with attention to physical, psychological, behavioral, and health related domains.\n\nTo provide an overview of existing knowledge on fatigue in COPD and its associated factors, a systematic review of the literature was presented (Chapter 2). This chapter demonstrated that fatigue was highly prevalent in patients with COPD, with reported prevalence rates ranging from 17% to 95%. This wide variation was largely attributable to differences in assessment instruments, cut off values for clinically relevant fatigue, and differences in clinical settings. Fatigue was associated with multiple physical and psychological factors, including dyspnea, reduced exercise capacity, peripheral muscle weakness, exacerbation, depressive and anxious mood and impaired quality of life. In contrast, the association between fatigue and the degree of airflow limitation was weak or absent, indicating that fatigue in COPD could not be explained by pulmonary impairment alone.\n\nChapter 3 investigated the associations between physical activity, sedentary time, and daily physical and psychological symptoms in patients with COPD. By combining objective measurements of physical activity and sedentary time with ecological momentary assessment (EMA), this study provided insight into the direction and short-term dynamics of these relationships in daily life. The results showed that feeling more relaxed was associated with higher levels of physical activity shortly thereafter. Specifically, greater relaxation was related to a higher step count in the 15 minutes following EMA completion, after adjustment for relevant confounders. Although the absolute increase in step count was small, this finding had to be interpreted in the context of the overall low activity levels observed in this population, where even small changes could be meaningful. In addition, physical activity preceding EMA completion was associated with worse physical symptom experiences. A higher step count in the 15 and 30 minutes before EMA completion was associated with feeling less relaxed, more short of breath, and more tired. These findings indicated that physical activity in patients with COPD might be followed by a temporary worsening of physical symptoms. With regard to sedentary time, no associations were found between symptoms and subsequent sedentary behavior. However, sedentary time (awake time spent sitting or lying down) preceding EMA completion was related to worse psychological symptom experiences. A longer duration of sedentary time in the 15 and 30 minutes before EMA completion was associated with increased feelings of anxiety. In summary, this chapter demonstrated a bidirectional relationship between relaxation and physical activity in patients with COPD. Feeling more relaxed was associated with higher physical activity shortly afterward, whereas higher levels of physical activity prior to assessment were associated with worse being tired and more dyspnoea In addition, sedentary time preceding symptom assessment was associated with increased anxiety. These findings highlighted the complex and dynamic interplay between physical activity, sedentary behaviour, and fatigue, dyspnoea and anxious moods in the daily lives of patients with COPD.\n\nChapter 4 examined fatigue in COPD from a longitudinal and multidimensional perspective, focusing on predictive relationships between fatigue and physical, psychological, behavioural, and health status factors. Fatigue was highly prevalent at both baseline and one-year follow up, with more than half of the participants reporting severe fatigue at both time points, indicating fatigue to be a persistent symptom over time. Using an autoregressive cross lagged panel model, the study showed that fatigue was embedded within a dynamic network of interacting factors. Higher baseline fatigue predicted poorer health related quality of life, increased dyspnoea, and stronger dyspnoea related emotions at follow up. Physical activity was the only factor that directly predicted changes in fatigue, with higher baseline physical activity associated with lower fatigue levels over time. In addition to direct associations involving fatigue, several predictive relationships were identified among other domains. Lung function predicted physical capacity, health related quality of life, subjective impairment, and dyspnoea over time. Physical activity and physical capacity showed reciprocal associations, indicating a reinforcing relationship. Subjective dyspnoea predicted changes in psychological factors, including depressed mood, fatigue related self efficacy, and fatigue catastrophizing. Psychological processes, particularly dyspnoea related emotions and stages of the grieving process, formed reciprocal patterns and were associated with subjective impairment and health related quality of life. Overall, these findings demonstrated that fatigue was closely interconnected with multiple physical, psychological, behavioural, and health status factors, highlighting its central role within the broader network of COPD related outcomes.\n\nFatigue is one of the most prominent and persistent symptoms of post-acute sequelae of COVID-19 (PASC) in both hospitalized and non-hospitalized patients. Chapter 5 examined the prevalence, course, and associations of severe fatigue with health status and psychological factors up to one year after infection. Among post-hospitalized COVID-19 patients, severe fatigue was highly prevalent. At the first assessment, conducted approximately 3.5 months after symptom onset, 67% of patients reported severe fatigue, which remained present in 59% after one year. In most patients, fatigue severity remained unchanged over time, while only a minority showed clinically relevant improvement. No significant differences were observed in demographic, clinical, health status, or psychological baseline characteristics between patients who improved and those who did not. Furthermore, none of the variables measured at baseline were predictive of fatigue severity at one-year follow-up. Similarly, a very high prevalence of severe fatigue was observed in non-hospitalized patients with PASC following infection. At baseline, 96% reported severe fatigue, decreasing to 69% at one-year follow-up. Although some patients showed improvement, fatigue remained persistent in the majority. As in the post-hospitalized cohort, no baseline characteristics were identified that predicted fatigue at follow-up. In both cohorts, fatigue showed strong associations with multiple domains of health status and psychological functioning. The most pronounced relationships were found with subjectively experienced functional impairment and reduced health-related quality of life. Changes in fatigue over time were closely related to changes in these health status domains, whereas associations with other psychological measures were less consistent. These findings indicated that severe fatigue remained highly prevalent up to at least one year after COVID-19 infection, showed limited recovery in most patients, and was strongly intertwined with perceived impairment and quality of life, while clear predictors of recovery were lacking.\n\nTaken together, the studies presented in this thesis demonstrated that fatigue in COPD and after COVID-19 is a complex, multidimensional, and persistent symptom that requires an integrative approach.","auteur":"Zjala Ebadi","auteur_slug":"zjala-ebadi","publicatiedatum":"14 september 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/zjalaebadi?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/dfa15363-9bc2-40d8-8351-7f0fd47754d6\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"18886","isbn":"978-94-6534-473-7","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Radboud Universiteit","afbeeldingen":16175,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Radboud Universiteit","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16173","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=16173"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16173\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":16176,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16173\/revisions\/16176"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/16174"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=16173"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=16173"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}