{"id":15773,"date":"2026-06-02T12:41:25","date_gmt":"2026-06-02T12:41:25","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/emily-kallen\/"},"modified":"2026-06-02T12:41:33","modified_gmt":"2026-06-02T12:41:33","slug":"emily-kallen","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/emily-kallen\/","title":{"rendered":"Emily Kallen"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":15774,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-15773","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"A taste of food allergy","samenvatting":"Achtergrond voedselallergie \nVoedselallergie heeft wereldwijd een grote impact. Bij volwassenen ligt de prevalentie op basis van zelf gerapporteerde klachten in verschillende Europese landen tussen de 2 en 37%, terwijl de werkelijke prevalentie zoals bevestigd met een voedselprovocatie tussen de 0,2 en 4,1% ligt. \n\nVoedselallergie is een abnormale reactie van het immuunsysteem op specifieke eiwitten in voedingsmiddelen. Voordat iemand allergisch wordt, raakt men eerst gesensibiliseerd. Dit betekent dat het immuunsysteem het specifieke voedseleiwit herkent en er specifieke antistoffen tegen aanmaakt, ook wel specifiek IgE (sIgE) genoemd. Echter, niet iedereen die gesensibiliseerd is, ontwikkelt daadwerkelijk een allergie.\n\nIn principe kunnen alle voedingsmiddelen een voedselallergie veroorzaken. Eerder onderzoek heeft zich voornamelijk gericht op de acht meest bekende voedingsmiddelen die een voedselallergie veroorzaken, namelijk: koemelk, kippenei, tarwe, soja, pinda, noten, vis en schaal- en schelpdieren. Over de frequentie en ernst van allergie\u00ebn voor andere voedingsmiddelen is echter weinig bekend. Wij hebben laten zien dat pati\u00ebnten in de dagelijkse praktijk allergisch kunnen reageren op wel 200 verschillende voedingsmiddelen, waarbij het merendeel van de reacties wordt veroorzaakt door 30 voedingsmiddelen (Hoofstuk 2). Opvallend hierbij is dat allergische reacties op fruit frequent voorkomen; appel en kiwi behoren daarbij tot de meest gerapporteerde voedingsmiddelen, gevolgd door noten en pinda. De klachten bij een voedselallergie vari\u00ebren van milde symptomen, zoals jeuk in de mond, tot ernstige en zelfs potentieel levensbedreigende symptomen, waaronder bewustzijnsverlies. Onze studie liet zien dat zaden en pitten (waaronder sesam, zonnebloempit en pijnboompit) het meest frequent ernstige klachten geven. Verder bleek dat exotisch fruit (zoals lychee en papaja) ook regelmatig ernstige klachten geeft. (Hoofstuk 2). \n\nDeze bevindingen illustreren dat een veel breder dan voorheen onderzocht spectrum aan voedingsmiddelen allergische reacties kan veroorzaken, waarbij sommige voedingsmiddelen frequent ernstige klachten geven.\n\nSommige specifieke eiwitten zijn belangrijk voorspellers van zowel de aanwezigheid als de ernst van een voedselallergie\nAls er op basis van het gesprek tussen de arts en pati\u00ebnt, een verdenking op een voedselallergie bestaat, wordt vaak nagegaan of pati\u00ebnten specifiek IgE (sIgE) hebben tegen voedingsmiddelen waarvoor ze klachten rapporteren (sensibilisatie). Dit kan gemeten worden middels huidpriktesten en bloedonderzoek. \n\nIn verschillende voedingsmiddelen zitten allergene eiwitten die sterk op elkaar lijken omdat ze tot dezelfde eiwitfamilies behoren. IgE antistoffen tegen sommige van dergelijke eiwitgroepen blijken betere voorspellers te zijn voor het al dan niet aanwezig zijn van een allergie dan IgE antistoffen tegen extracten. Zo kunnen zogenaamde 2S-albumine eiwitten in verschillende soorten plantaardige voeding een allergie beter aantonen of uitsluiten dan met de standaardtest (extract). Wij hebben aangetoond dat bij volwassenen met een verdenking op een cashew allergie het sIgE tegen Ana o 3, het 2S-albumine eiwit in cashew, bij 72% van de pati\u00ebnten correct kon worden aangegeven of ze allergisch waren of niet (Hoofdstuk 6). Voor cashew extract bedroeg dit percentage slechts 49%. \n\nGezien dit gunstige resultaat hebben we dit ook bestudeerd bij volwassenen met een verdenking op een amandel allergie (Hoofdstuk 5). Tot onze verrassing bleek dat bijna niemand sIgE had tegen deze 2S-albumine eiwitten. Hierdoor is het dus niet mogelijk om dit eiwit als voorspeller te gebruiken voor een amandel allergie. Helaas bleek ook geen van de andere eiwitten een goede voorspeller (Hoofdstuk 4 en 5).\n\nNaast het stellen van de diagnose kan IgE voor specifieke eiwitten ook bijdragen aan het inschatten van de ernst van een voedselallergie. Voor perzikallergie was tot op heden vooral sIgE tegen het lipid transfer protein in perzik, Pru p 3, bekend als een risicofactor voor ernstige symptomen. Wij hebben aangetoond dat aanwezigheid van sIgE tegen het meest recent ge\u00efdentificeerde perzik allergeen, Pru p 7, zowel in Europa en zelf nog meer in Japan een risicofactor is voor ernstige perzikallergie bij volwassenen (Hoofdstuk 3). \n\nRegionale verschillen in patronen van allergeenherkenning \nHet is algemeen bekend dat in het Mediterrane gebied sensibilisatie voor eiwitten uit de lipid transfer protein familie vaker voorkomt, terwijl in Noord-Europese landen vooral de PR-10 eiwitten domineren door kruisreacties met de veelvoorkomende berkenpollen. In dit proefschrift hebben wij deze patronen kunnen bevestigen voor perzik (Hoofdstuk 3) en amandel (Hoofdstuk 5). Daarnaast hebben wij deze bevindingen kunnen uitbreiden. \n\nOndanks de lage concentratie berkenpollen in het Mediterrane gebied en in Japan, bleek dat pati\u00ebnten in deze regio\u2019s toch regelmatig gesensibiliseerd waren voor PR-10-eiwitten (Hoofdstuk 3). Dit suggereert dat ook hier kruisreacties een rol spelen veroorzaakt door andere boomsoorten, zoals bijvoorbeeld eik. Voor lipid transfer protein is perzik vaak de initi\u00eble sensibiliserende bron. In Nederland bleek dat niet het geval te zijn (Hoofdstuk 5). Mogelijk spelen andere bronnen, zoals bijvoet of plantaan een rol als initi\u00eble sensibiliserende factor. Dit laat zien dat patronen van allergeen herkenning verschillen tussen Noord en Zuid Europa. Hoewel dezelfde allergenen worden herkend (in verschillende percentages), kan dit het gevolg zijn van een andere sensibilisatieroute.\n\nHet stellen van de diagnose voedselallergie kan worden verbeterd via monitoring en thuisprovocaties\nOm met zekerheid vast te stellen of iemand allergisch is of niet, kan het nodig zijn een voedselprovocatie te verrichten. De pati\u00ebnt krijgt dan in het ziekenhuis geleidelijk toenemende hoeveelheden van het verdachte voedingsmiddel toegediend. Daarnaast kan een provocatie ook bijdragen aan het verkrijgen van informatie over de mogelijke ernst van een eventuele reactie en bij welke hoeveelheid van het voedingsmiddel klachten te verwachten zijn. \n\nTijdens een provocatie treedt in sommige gevallen een ernstige reactie op. Wij hebben onderzocht of continue monitoring van belangrijke lichaamsfuncties, namelijk hartslag, bloeddruk, QT-interval, ademhalingsfrequentie en lichaamstemperatuur een ernstige reactie kan voorspellen voordat er objectieve (waarneembare) allergische klachten optreden (Hoofdstuk 7). In onze studie konden wij met ongeveer 60% nauwkeurigheid aantonen dat met de combinatie van bovengenoemde lichaamsfuncties het mogelijk is om zo\u2019n allergische reactie te voorspellen voordat deze waarneembaar is. Als de resultaten bevestigd worden, kunnen provocaties mogelijk eerder worden gestaakt, bijvoorbeeld al bij subjectieve klachten. Dit kan ervoor zorgen dat ernstige klachten niet of minder vaak optreden. \n\nEen voedselprovocatietest is arbeids- en tijdsintensief en brengt daardoor aanzienlijke kosten met zich mee. Daarnaast leiden de hoge vraag en beperkte capaciteit vaak tot lange wachtlijsten in het ziekenhuis. Onze resultaten laten zien dat in sommige gevallen een thuis provocatietest een alternatief kan zijn (Hoofdstuk 9). Hierbij wordt, op basis van een zorgvuldige selectie en instructie van pati\u00ebnten, besloten of de test veilig thuis kan worden uitgevoerd. Deze waren als volgt: 1) alleen pati\u00ebnten met milde klachten werden geselecteerd, 2) duidelijke mondeling en schriftelijke instructies werden gegeven over de uit te voeren stappen en wat te doen bij een reactie, 3) de thuisprovocatie werd altijd gestart met de laagste dosering, 4) duidelijke stopcriteria werden afgesproken en op schift meegegeven, 5) noodmedicatie werd meegegeven en 6) direct en laagdrempelig contact met ziekenhuispersoneel werd gewaarborgd. Onze resultaten laten zien dat thuisprovocaties veilig zijn bij alle pati\u00ebnten die dit hebben gedaan. Vervolgonderzoek dient zich te richten op de optimale inzet van thuisprovocaties en het effect hiervan op het verlagen van werkdruk en zorgkosten. \n\nHet paraberksyndroom is belangrijker dan gedacht en mogelijk behandelbaar \nHet paraberksyndroom is de meest voorkomende voedselallergie in Noord- en Centraal Europa. Het ontstaat bij pati\u00ebnten die al allergisch zijn voor berkenpollen. Het eerdergenoemde PR10 eiwit in berkenpollen vertoont sterke gelijkenis met verwante eiwitten in veel verschillende voedingsmiddelen, waardoor kruisallergie\u00ebn kunnen optreden. Hierdoor zijn pati\u00ebnten vaak allergisch voor meerdere voedingsmiddelen tegelijk. Wij hebben aangetoond dat dit kan oplopen tot wel 16 verschillende voedingsmiddelen (Hoofdstuk 9). \n\nDe voedingsmiddelen die het meest frequent klachten veroorzaken zijn fruitsoorten zoals appel en perzik, noten zoals hazelnoot en walnoot, peulvruchten zoals soja en pinda en groenten zoals wortel en selderij (Hoofdstuk 9). \n\nDe klachten bij het paraberksyndroom zijn over het algemeen mild, zoals jeuk in de mond, maar dit is niet altijd het geval. In dit proefschrift laten we zien dat bij 13% van de pati\u00ebnten die een voedselprovocatie ondergingen, ernstige klachten optraden (Hoofdstuk 9). Alle pati\u00ebnten die een provocatietest met soja (in de vorm van sojamelk) ondergingen, hadden ernstige klachten. Daarna kwamen verse kers en rauwe walnoot het vaakst voor als oorzaak van ernstige reacties (allebei 33%). In absolute aantallen gaf rauwe hazelnoot het meest frequent ernstige klachten. \n\nDaarnaast ervaren pati\u00ebnten met het paraberksyndroom een beperking in hun kwaliteit van leven (Hoofdstuk 9). Deze verminderde kwaliteit van leven wordt veroorzaakt door dat pati\u00ebnten voortdurend moeten letten op wat ze eten, angstig zijn voor een allergische reactie en hierdoor beperkt worden in een gezonde levensstijl, terwijl fruit, noten en peulvruchten juist essenti\u00eble onderdelen van een gezond dieet vormen.\n\nVoor volwassenen met een voedselallergie is in Nederland nog geen behandeling beschikbaar, ook niet voor het paraberksyndroom. Omdat het paraberksyndroom erg lijkt op berkenpollenallergie, waarvoor een behandeling beschikbaar is in de vorm van berkenpollen immunotherapie (allergievaccinatie), hebben wij in een literatuurstudie onderzocht of deze behandeling ook effectief is voor het paraberksyndroom (Hoofdstuk 10). Hierbij bleek dat er weinig goede studies waren verricht en de resultaten tegenstrijdig waren. Daarom hebben wij onderzocht of een onder de tong toegediende tablet die berkenpollen bevat (sublinguale immunotherapie), een goede behandeling kan zijn voor pati\u00ebnten met het paraberksyndroom (Hoofdstuk 11). Al na een jaar blijkt dat de helft van de pati\u00ebnten een duidelijke verbetering aangeeft in hun voedselallergie gerelateerde kwaliteit van leven. Tevens rapporteerde 67% van de pati\u00ebnten een vermindering van de ernst van hun klachten of konden zij een grotere hoeveelheid van het voedingsmiddel verdragen. Gezien deze positieve resultaten zullen de pati\u00ebnten nog langer worden gevolgd. \n\nGepersonaliseerde dieetadviezen bij voedselallergie \nOmdat er geen standaardbehandeling beschikbaar is voor pati\u00ebnten met een voedselallergie, worden altijd adviezen gegeven over het behandelen van een allergische reactie met behulp van een noodset en over het te volgen dieet. Omdat pati\u00ebnten met het paraberksyndroom vaak veel voedingsmiddelen niet kunnen eten, of slechts in een bepaalde (bewerkte) vorm, kunnen gerichte dieetadviezen uitkomst bieden. Het is bekend dat pati\u00ebnten meestal geen klachten hebben op bewerkte fruit en groenten (zoals appelmoes), maar wel op verse producten. Echter, het is onbekend of dit ook geldt voor noten en soja. \n\nIn dit proefschrift laten we zien dat pati\u00ebnten die klachten kregen van rauwe amandel, geen klachten kregen van geroosterde amandel. In deze situatie hoeft geroosterde amandel dus niet vermeden te worden (Hoofdstuk 4). Voor hazelnoot, rapporteerde een derde van de pati\u00ebnten die klachten hadden bij rauwe hazelnoot geen klachten bij geroosterde hazelnoot of hazelnootpasta (Hoofdstuk 9). \n\nVoor soja hebben we een soort ranglijst kunnen opstellen van verschillende sojaproducten op basis van de frequentie en ernst van de klachten die deze producten geven. De volgorde was van meest naar minst frequent: sojazuivel, tofu, sojaboon en tempeh, vleesvervanger, sojasaus, brood en koffieleutje. Voor ernst van de klachten was de volgorde redelijk vergelijkbaar: sojazuivel veroorzaakte de meest ernstige klachten, gevolgd door tofu, vleesvervangers, sojaboon en tempeh, sojasaus, brood en koffieleutje. Daarnaast bleek dat bij pati\u00ebnten die klachten rapporteerden na het gebruik van sojamelk, 53% geen klachten had van andere sojaproducten. De verschillen in frequentie en ernst van klachten tussen sojaproducten, en het feit dat veel pati\u00ebnten bepaalde sojaproducten wel verdragen, impliceren dat het vermijden van soja in de praktijk individueel en product-specifiek moet worden afgestemd.\n\nNieuwe kandidaten voor allergenenetikettering \nNaast dieetadviezen kan allergenenetikettering van voedingsmiddelen belangrijke handvatten bieden voor mensen met een voedselallergie. In Europa is allergenenetikettering momenteel verplicht voor veertien voedingsmiddelen of groepen voedingsmiddelen, zoals noten, pinda, koemelk, soja, kippenei, schaaldieren, sesam, vis, ontbijtgranen, selderij, mosterd, weekdieren, lupine en sulfaatdioxide\/sulfiet. \n\nVoedsel dat op dit moment niet ge\u00ebtiketteerd wordt, kan frequente en ernstige klachten geven. Wij hebben aangetoond dat pijnboompit 5% van de voedselallergische reacties veroorzaakt en dat in 50,9% van de gevallen sprake is van een ernstige reactie (Hoofdstuk 2). Voor zonnebloempit betreft dit respectievelijk 2% en 43%. Op basis van deze resultaten is het te overwegen om pijnboompit in de toekomst te etiketteren en zonnebloempit te plaatsen op de zogenoemde \u2018watch list\u2019 voor mogelijke toekomstige allergenen etikettering.\n\nDe belangrijkste conclusies van dit proefschrift zijn \n- Bijna 200 verschillende voedingsmiddelen kunnen een voedselallergie veroorzaken \n- Zaden en pitten, met name sesamzaad en pijnboompit, veroorzaken het vaakst ernstige reacties, terwijl alleen sesam momenteel verplicht wordt ge\u00ebtiketteerd\n- Het 2S albumine eiwit in cashew is een goede voorspeller voor cashewallergie, terwijl het 2S albumine eiwit in amandel geen betrouwbare voorspeller is voor amandelallergie\n- Het perzik allergeen Pru p 7 is zowel in Europa als in Japan de beste voorspeller voor een ernstige perzik allergie \n- Continue monitoring van hartslag, bloeddruk, QT-interval, ademhalingsfrequentie en lichaamstemperatuur is veelbelovend en kan in de toekomst een allergische reactie mogelijk eerder voorspellen\n- Een thuisprovocatie is veilig mits er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan\n- Het paraberksyndroom geeft over het algemeen milde klachten, maar kan in meer dan 10% van de pati\u00ebnten ernstige klachten veroorzaken. \n- Sublinguale immunotherapie met berkenpollen is mogelijk een geschikte therapie voor pati\u00ebnten met het paraberksyndroom","summary":"Background food allergy \nFood allergy has a major global health impact. Among adults, the prevalence based on self-reported symptoms varies between 2% and 37% across Europe, whereas the true prevalence, as confirmed by an oral food challenge, ranges between 0.2% and 4.1%.\n\nA food allergy is an abnormal immune response to specific proteins in food. Before someone becomes allergic, they must first become sensitized. This means that the immune system recognizes a specific food protein and produces specific antibodies against it, known as IgE antibodies. However, not everyone who is sensitized will actually develop a food allergy.\n\nIn principle, any food can cause an allergic reaction. Previous research has mainly focused on the eight most common allergenic foods: cow\u2019s milk, hen\u2019s eggs, wheat, soy, peanut, tree nut, fish and shellfish. However, little is known about the frequency and severity of allergies to other foods. Our research has demonstrated that patients can be allergic to as many as 200 different foods in daily clinical practice, although the majority of reactions are caused by approximately 30 foods (Chapter 2). Notably, allergic reactions to fruit are common, with apple and kiwi being among the most frequently reported, followed by tree nut and peanut.\n\nThe symptoms of a food allergy can range from mild reactions, such as itching in the mouth, to severe and potentially life-threatening reactions, including drop of blood pressure and loss of consciousness. Our study showed that seeds, including sesame, sunflower and pine nut, most frequently cause severe symptoms. Additionally, exotic fruit such as lychee and papaya were regularly associated with severe reactions (Chapter 2).\n\nThese findings demonstrate that a much broader range of foods than has been investigated to date can cause allergic reactions and that some of these foods are frequently associated with severe symptoms.\n\nCertain specific allergenic proteins are important predictors of the presence and severity of food allergy\nWhen there is a suspicion of food allergy based on the clinical history, it is common practice to assess whether patients have specific IgE (sIgE) to the foods that cause their symptoms (sensitization). This can be measured by skin prick tests and blood tests.\n\nFoods contain allergenic proteins that often share a structural similarity because they belong to the same protein families. IgE antibodies directed to certain protein families appear to be better predictors of food allergy than those directed to whole food extracts.\n\nFor example, those directed to so-called 2S albumins, storage proteins abundantly present in legumes, nuts and seeds, may be more accurate in confirming or excluding allergy than standard extract-based testing. In adults with suspected cashew allergy, we demonstrated that sIgE to Ana o 3 (the 2S albumin protein in cashew) correctly classified 72% of patients as allergic or non-allergic (Chapter 6). In contrast, sIgE against cashew extract correctly classified only 49% of patients.\n\nIn light of this favorable outcome, we also explored this approach in adults with suspected almond allergy (Chapter 5). Surprisingly, 2S albumin of almond was not found to play a similar role as reported for peanut, several tree nuts and sesame seed. Consequently, this protein cannot be used as a predictor of almond allergy. Also none of the other almond proteins and extract tested proved to be a reliable predictor either (Chapter 4 and 5).\n\nIn addition to establishing the diagnosis, IgE directed to specific proteins may also help to assess the potential severity of a food allergy. For example, sIgE to the peach lipid transfer protein Pru p 3 has been recognized as a risk factor for severe symptoms in patients with peach allergy. We have shown that the presence of sIgE to the more recently identified peach allergen Pru p 7 is a risk factor for severe peach allergy in adults in both Europe and, even more clearly, in Japan (Chapter 3).\n\nRegional differences in patterns of allergen recognition\nIt is well established that sensitization to proteins from the lipid transfer protein (LTP) family is more common in the Mediterranean region, whereas PR-10 proteins predominate in Northern European countries, mainly due to cross-reactivity with highly prevalent birch pollen. In this thesis, we confirmed these patterns for peach (Chapter 3) and almond (Chapter 5). In addition, we extended these findings.\n\nDespite the low concentration of birch pollen in the Mediterranean region and Japan, patients in these areas were frequently sensitized to PR-10 proteins (Chapter 3). This suggests that cross-reactivity also plays a role in these areas, possibly driven by other tree species such as oak.\n\nPeach is often considered the primary sensitizing source for lipid transfer proteins. However, this is not what we observed in the Netherlands (Chapter 5). Other food sources, or perhaps pollen such as mugwort or plane tree pollen, may act as the initial sensitizing trigger in the Netherlands.\n\nThese findings demonstrate that patterns of allergen recognition differ between Northern and Southern Europe. Although the same allergens are recognized, albeit in different proportions, is likely due to different origins of sensitization.\n\nImproving the diagnosis of food allergy by monitoring or conducting home-based oral food challenges\nThe gold standard for diagnosing a food allergy is an oral food challenge, during which the patient is given gradually increasing amounts of the suspected food in a hospital setting. A food challenge provide valuable information about the presence of food allergy, potential severity of a reaction and the dose at which symptoms occur.\n\nFood challenge outcomes vary in severity and severe reactions can occur. We investigated whether continuous monitoring during an oral food challenge could predict a severe reaction before objective allergic symptoms occurred using the following key vital parameters: heart rate, blood pressure, QT interval, respiratory rate and body temperature (Chapter 7). Our study demonstrated that a combination of these parameters could predict an allergic reaction with approximately 60% accuracy before it became clinically apparent. If these results can be confirmed, oral food challenges could potentially be discontinued earlier, thereby reducing the frequency or severity of serious reactions.\n\nAn oral food challenge is labor- and time-intensive, and is therefore associated with substantial costs. In addition, high demand and limited capacity often result in long waiting lists. Our results show that, for certain patients, a home-based oral food challenge could be a suitable alternative (Chapter 9). Based on careful patient selection and with thorough instruction, we determined whether the test could be safely performed at home. The criteria were as follows: 1) Only patients with a history of mild symptoms were selected. 2) These patients received clear verbal and written instructions outlining the procedure and how to act in case of a reaction. 3) The home-based oral food challenge was always initiated with the lowest dose. 4) Clear stop criteria were defined in advance and provided in writing. 5) Emergency medication was supplied and 6) direct, easily accessible contact with hospital staff was ensured throughout the process.\n\nOur results demonstrate that home-based oral food challenges performed in accordance with the above-mentioned criteria was safe for all patients who underwent the procedure. Future research should focus on optimizing the implementation of home-based oral food challenges and evaluating their impact on reducing workload and healthcare costs.\n\nBirch pollen-related food allergy: underestimated impact and potential for treatment\nBirch pollen-related food allergy is the most common food allergy in Northern and Central Europe. It affects individuals who are already allergic to birch pollen. The PR-10 protein found in birch pollen shows strong similarity with related proteins found in many different foods, which can lead to cross-reactivity. Consequently, patients often exhibit allergies to multiple foods simultaneously. We demonstrated that this can involve many foods, in our study up to 16 (Chapter 9).\n\nThe foods that most frequently cause symptoms are fruits such as apple and peach, nuts such as hazelnut and walnut, legumes such as soy and peanut, and vegetables such as carrot and celery (Chapter 9).\n\nThe symptoms of birch pollen-related food allergy are generally mild, such as oral itching. However, this is not always the case. This thesis found that 13% of birch pollen allergic patients undergoing an oral food challenge experienced severe reactions (Chapter 9). Specifically, patients who underwent a food challenge for soy milk in our study experienced severe symptoms. Fresh cherry and raw walnut were the next most frequent causes of severe reactions (both 33%). In absolute numbers, raw hazelnut most frequently caused severe symptoms.\n\nPatients with a birch pollen-related food allergy experience a reduction in quality of life (Chapter 9). Mostly because they are afraid of having a food allergic reaction, they constantly monitor their diet and find it difficult to maintain a healthy lifestyle. Furthermore, the foods they are allergic to are essential components of a nutritious diet.\n\nCurrently, there is no treatment available for patients with a birch pollen-related food allergy. As birch pollen-related food allergy is associated with birch pollen allergy, which can be treated with birch pollen immunotherapy, we conducted a literature review to investigate whether this treatment could also be effective for birch pollen-related food allergy (Chapter 10). The review revealed that few high-quality studies have been conducted and that their results were inconsistent. Therefore, we investigated whether immunotherapy using a sublingual tablet containing birch pollen could be an effective treatment for patients with birch pollen-related food allergy (Chapter 11). Already after one year of treatment, half of the patients reported a significant improvement in their food allergy-related quality of life. Additionally, two-third of patients reported a reduction in symptom severity or were able to tolerate a larger amount of the causative food. Given these positive results, patients will be followed for further evaluation.\n\nPersonalized dietary advice for food allergy\nThere is no standard treatment available for patients with food allergy. Therefore, guidance is provided on how to manage allergic reactions using an emergency kit, as well as on how to follow an appropriate diet. As patients with birch pollen-related food allergy often have to avoid many foods or can only tolerate them in a specific processed form, personalized dietary advice is needed. It is known that patients usually do not experience symptoms from processed fruits and vegetables (such as apple sauce), but react primarily to fresh products. However, it is unclear whether this also applies to nuts and soy.\n\nIn this thesis, we demonstrate that patients who experienced adverse reactions to raw almond did not react to roasted almond. In such cases, roasted almond does not need to be avoided (Chapter 4). Of patients allergic to raw hazelnut, one-third did not report symptoms when consuming roasted hazelnut or hazelnut paste (Chapter 9).\n\nFor soy, we created a ranking of different products based on the frequency and severity of symptoms they caused. From most to least frequent, the order was: soy dairy, tofu, soybean and tempeh, meat substitute, soy sauce, bread and soy containing biscuit \u201cBiscoff\u201d. The order for severity of symptoms was quite similar: soy dairy caused the most severe reactions, followed by tofu, meat substitute, soybean and tempeh, soy sauce, bread and \u201cBiscoff\u201d. Additionally, 53% of patients who reported symptoms to soy milk did not experience reactions to other soy products.\n\nThe fact that reactions to different processed (soy) products vary in both frequency of causing symptoms and severity of symptoms, and that many patients tolerate certain products, suggests that the diet can be personalized.\n\nNew candidates for allergen labelling\nTo enable individuals with a food allergy to properly follow dietary advice, allergen labelling provides important guidance. Allergen labelling provides important guidance for individuals with a food allergy. In Europe, labelling is currently mandatory for 14 foods or food groups, including tree nut, peanut, cow\u2019s milk, soy, hen\u2019s egg, shellfish, sesame, fish, cereal, celery, mustard, mollusc, lupin and sulphur dioxide\/sulphites.\n\nHowever, foods that are currently not labelled can still cause frequent and severe reactions. Our research showed that pine nut was responsible for 5% of food-allergic reactions, 51% of which were severe (Chapter 2). For sunflower seed, the respective figures were 2% and 43%. Based on these results, it may be advisable to consider labelling pine nut in the future and placing sunflower seed on a \u2018watch list\u2019 for potential future allergen labelling.\n\nKey conclusions of this thesis\n- Almost 200 different foods can cause a food allergy\n- The 2S albumin protein of cashew is a reliable predictor of cashew allergy, whereas that of almond is not a reliable predictor of almond allergy\n- The peach allergen Pru p 7 is the most reliable indicator of severe peach allergy in both Europe and Japan\n- Continuous monitoring of heart rate, blood pressure, QT interval, respiratory rate and body temperature shows promising results in predicting allergic reactions and may enable earlier conclusions from oral food challenges, preventing severe allergic reactions during OFC\n- A home-based oral food challenge is safe, provided certain conditions are met\n- Birch pollen-related food allergy generally causes mostly mild symptoms, but can lead to severe reactions in more than 10% of patients\n- Sublingual immunotherapy with birch pollen may be an effective treatment for patients with birch pollen-related food allergy\n- Pine nut and sunflower seed cause frequent and severe reactions, and may therefore be candidates for labeling","auteur":"Emily Kallen","auteur_slug":"emily-kallen","publicatiedatum":"24 juni 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/emilykallen?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/3513b831-c55b-422f-b0f1-39cacf109032\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"18829","isbn":"978-94-6534-417-1","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Utrecht","afbeeldingen":15775,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Utrecht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15773","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=15773"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15773\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":15776,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15773\/revisions\/15776"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/15774"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=15773"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=15773"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}