{"id":15227,"date":"2026-05-19T10:02:01","date_gmt":"2026-05-19T10:02:01","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/marloes-homberg\/"},"modified":"2026-05-19T10:02:20","modified_gmt":"2026-05-19T10:02:20","slug":"marloes-homberg","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/marloes-homberg\/","title":{"rendered":"Marloes Homberg"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":15228,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-15227","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Optimizing procedural sedation and analgesia","samenvatting":"SAMENVATTING\n\nHet belangrijkste doel van dit proefschrift was om te onderzoeken hoe veilig en goed sedatie (een roesje) is wanneer die wordt gegeven door anesthesiezorgverleners op plekken in het ziekenhuis buiten de operatiekamer. Daarbij is vooral gekeken naar veiligheid, mogelijke complicaties en factoren die het risico op een complicatie kunnen vergroten. Het doel van procedurele sedatie en pijnstilling (PSA) is om ervoor te zorgen dat pati\u00ebnten zo min mogelijk angst en pijn hebben tijdens een onderzoek of behandeling. Bij PSA krijgt de pati\u00ebnt medicijnen waardoor hij of zij rustiger wordt, minder pijn voelt en zich de behandeling soms niet goed herinnert. Hierdoor voelt de pati\u00ebnt zich comfortabel en kan de arts het onderzoek of de behandeling veilig en goed uitvoeren. De studies in dit proefschrift richten zich op twee medische behandelingen. De eerste is ablatie bij boezemfibrilleren. Dit is een behandeling waarbij een cardioloog via dunne slangetjes in het hart kleine stukjes weefsel uitschakelt, zodat het hartritme weer normaal kan worden. De tweede behandeling is percutane leverablatie. Hierbij wordt een tumor in de lever kapotgemaakt door via de huid een naald in de lever te plaatsen en de tumor weg te branden. Bij beide behandelingen krijgt de pati\u00ebnt een diepe sedatie. De uitdagingen tijdens deze behandelingen zijn verschillend. Bij de behandeling van boezemfibrilleren gaat het vooral om problemen met de ademhaling die kunnen optreden tijdens de sedatie. Bij de behandeling van levertumoren is het goed onder controle houden van pijn de grootste uitdaging.\n\nHoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift en geeft achtergrondinformatie over procedurele sedatie en analgesie (PSA). In dit hoofdstuk wordt eerst kort uitgelegd wat PSA is en wat de rol is van de anesthesiezorgverlener. Daarna worden de verschillende niveaus van sedatie besproken. Ook wordt uitgelegd welke medicijnen worden gebruikt om pati\u00ebnten te laten ontspannen en om pijn te verminderen. Verder wordt een overzicht gegeven van mogelijke bijwerkingen die kunnen optreden bij sedatie. Tot slot worden de onderzoeksvragen beschreven die de basis vormen voor de studies in dit proefschrift.\n\nHoofdstuk 2 beschrijft wat er in de literatuur bekend is en de idee\u00ebn over het verbeteren van PSA tijdens ablatie bij boezemfibrilleren. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er geen \u00e9\u00e9n beste manier van sedatie bestaat die voor alle pati\u00ebnten geschikt is. Daarom is het belangrijk dat de sedatie wordt aangepast aan de individuele pati\u00ebnt. Daarbij spelen verschillende factoren een rol, zoals kenmerken van de pati\u00ebnt, andere ziekten die iemand heeft, de moeilijkheid van de behandeling, hoe diep de sedatie moet zijn en de ervaring van de zorgverlener. Veel pati\u00ebnten met boezemfibrilleren hebben ook andere gezondheidsproblemen, zoals overgewicht of ademhalingsproblemen tijdens de slaap. Deze aandoeningen vergroten de kans op ademhalingsproblemen tijdens de sedatie en maken het geven van sedatie ingewikkelder. Veel gebruikte vragenlijsten om slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen op te sporen blijken bij deze pati\u00ebntengroep niet altijd betrouwbaar. Dit laat zien dat een betere inschatting van risico\u2019s v\u00f3\u00f3r de behandeling nodig is. Belangrijke factoren voor een succesvolle behandeling zijn onder andere de keuze van de medicijnen voor sedatie en pijnstilling, een passende diepte van sedatie en goede bewaking van de pati\u00ebnt tijdens de procedure.\n\nHoofdstuk 3 onderzoekt hoe vaak ademhalingsproblemen voorkomen tijdens procedurele sedatie en pijnstilling (PSA) bij katheterablatie voor boezemfibrilleren, en welke factoren het risico hierop vergroten. Hiervoor werd een retrospectieve studie uitgevoerd bij 232 pati\u00ebnten. Bij een retrospectieve studie kijken onderzoekers achteraf naar medische dossiers of bestaande gegevens van pati\u00ebnten om te onderzoeken wat er is gebeurd. Uit de resultaten bleek dat ademhalingsproblemen regelmatig voorkwamen. Bij 42,2% van de pati\u00ebnten trad een probleem met de ademhaling op. Ernstige ademhalingsproblemen kwamen voor bij 15,1% van de pati\u00ebnten, bijvoorbeeld periodes waarin het zuurstofgehalte in het bloed langere tijd te laag was. Bij 1,3% van de pati\u00ebnten moest de sedatie worden omgezet naar algehele anesthesie (narcose). De studie liet ook zien welke factoren het risico op ademhalingsproblemen vergroten. Belangrijke pati\u00ebntgebonden factoren waren onder andere een grotere nekomvang, meer buikvet, vermoeidheidsklachten die door de pati\u00ebnt gemeld worden en andere ziekten, zoals obstructief slaapapneusyndroom en chronisch obstructieve longziekte (COPD). Omdat bijna alle pati\u00ebnten in deze studie ouder waren dan 50 jaar, bleek leeftijd minder geschikt om verschillen in risico tussen pati\u00ebnten te voorspellen. Daarnaast speelde ook een factor van de behandeling zelf een rol. Hoe langer de sedatie duurde, hoe groter de kans op ademhalingsproblemen tijdens de procedure.\n\nHoofdstuk 4 en 5 onderzoeken of nasale high-flow zuurstof (HFNO) nuttig is tijdens procedurele sedatie en pijnstilling (PSA) bij ablatie voor boezemfibrilleren. HFNO is een methode waarbij via een neusbril verwarmde en bevochtigde zuurstof met een hoge snelheid wordt toegediend om de ademhaling te ondersteunen. In hoofdstuk 4 wordt het studieprotocol beschreven. Dit protocol vormde de basis voor een prospectieve, gerandomiseerde studie. Dit betekent dat pati\u00ebnten vanaf het begin van het onderzoek werden gevolgd en dat gegevens tijdens het onderzoek werden verzameld. Daarnaast werden de deelnemers door loting in verschillende groepen verdeeld, zodat de behandelingen eerlijk met elkaar konden worden vergeleken. De resultaten worden in hoofdstuk 5 gepresenteerd. De resultaten van deze studie laten zien dat HFNO de zuurstofvoorziening van pati\u00ebnten niet verbetert in vergelijking met gewone zuurstof via een neusbril met lage flow (LFNO) bij pati\u00ebnten met boezemfibrilleren die langdurige diepe sedatie krijgen tijdens een ablatie. Ook zorgde HFNO niet voor minder momenten waarop het zuurstofgehalte in het bloed te laag werd (hypoxemie) en niet voor minder sedatiegerelateerde complicaties. Hoewel HFNO veilig was, gaf het geen extra voordeel voor de pati\u00ebnt in deze situatie. Omdat HFNO bovendien duurder is en meer belasting van het milieu veroorzaakt, is het niet nodig om deze methode standaard te gebruiken tijdens PSA bij ablatie voor boezemfibrilleren. Deze resultaten wijzen erop dat HFNO beter alleen gebruikt kan worden bij specifieke pati\u00ebnten.\n\nHoofdstuk 6 beschrijft de resultaten van een retrospectieve studie naar pijn na een behandeling waarbij levertumoren worden weggebrand (percutane thermische leverablatie) onder sedatie. In de studie werd gekeken hoe vaak pijn voorkomt na de behandeling, hoe ernstig de pijn is en welke factoren het risico op pijn vergroten. Uit de resultaten blijkt dat pijn na de behandeling regelmatig voorkomt op de uitslaapkamer. Bij 42,7% van de pati\u00ebnten was er sprake van matige tot ernstige pijn, gemeten met de Numeric Rating Scale (NRS), een pijnschaal van 0 tot 10. Een score van 4 of hoger betekent dat iemand matige pijn heeft. Bij een pijnscore van 7 of hoger heeft een pati\u00ebnt ernstige pijn. De gemiddelde hoogste pijnscore na de behandeling was 3,1 \u00b1 2,8 op 10. De studie liet ook zien welke factoren samenhangen met het ervaren van meer pijn. Vooral psychologische factoren speelden een belangrijke rol. Pati\u00ebnten met depressie, angstklachten of die psychofarmacologische medicijnen gebruiken hadden vaker hogere pijnscores na de behandeling. Daarnaast bleek dat vrouwen, jongere pati\u00ebnten en pati\u00ebnten met chronische pijn in de voorgeschiedenis vaker meer pijn hadden na de behandeling. Kenmerken van de tumor, zoals de grootte, de plaats in de lever en het aantal tumoren, hadden geen duidelijk verband met de mate van pijn. Door pati\u00ebnten met een verhoogd risico op pijn al v\u00f3\u00f3r de behandeling te herkennen, kan de zorg beter worden aangepast. Een combinatie van medicijnen en andere maatregelen om pijn te verminderen kan helpen om de pijn beter onder controle te houden, het herstel te verbeteren en de ervaring van pati\u00ebnten na de behandeling te verbeteren.\n\nHoofdstuk 7 geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten uit de studies die in de eerdere hoofdstukken zijn beschreven. In de algemene discussie wordt ook aandacht besteed aan minimaal invasieve behandelingen en zorg buiten de operatiekamer (NORA), waaronder procedurele sedatie en pijnstilling (PSA). Minimaal invasieve behandelingen zijn behandelingen waarbij artsen via kleine openingen in het lichaam werken, waardoor de ingreep minder zwaar is voor de pati\u00ebnt. Dit wordt besproken aan de hand van twee behandelingen: 1. ablatie bij boezemfibrilleren en 2. Percutane thermische ablatie van levertumoren. Daarnaast wordt besproken hoe de onderzoeken zijn uitgevoerd en welke sterke en minder sterke punten daarbij een rol spelen. Ook worden mogelijkheden voor toekomstig onderzoek beschreven. Verder is het belangrijk om te onderzoeken hoe het comfort van pati\u00ebnten verder kan worden verbeterd, bijvoorbeeld door behandelingen en pijnstilling beter af te stemmen op de individuele pati\u00ebnt. Goede samenwerking tussen verschillende afdelingen en specialisten is daarbij belangrijk om deze kennis in de dagelijkse zorg voor pati\u00ebnten te delen en toe te passen.","summary":"SUMMARY\n\nProcedural sedation and analgesia (PSA) provided by anesthesia care providers is commonly applied in non\u2013operating room settings. The primary objective of PSA is to ensure patient comfort by minimizing anxiety and pain during diagnostic or therapeutic interventions. Adequate patient tolerance\u2014achieved through anxiolysis, amnesia, and\/or analgesia\u2014is essential for the safe and successful completion of such interventions.\n\nThe primary aim of this thesis was to evaluate the safety and quality of PSA administered by anesthesia care providers, with particular attention to complications and clinical outcomes in non\u2013operating room anesthesia (NORA) settings. It seeks to identify opportunities to improve the quality of PSA and thereby optimize patient care. The studies included in this thesis focus on two common clinical indications: (1) catheter ablation for atrial fibrillation (AF) and (2) percutaneous thermal ablation of liver tumors. While deep sedation is applied in both procedures, the associated clinical challenges differ. During catheter ablation for AF, respiratory complications constitute the primary concern, whereas during percutaneous thermal liver tumor ablation, pain management represents the predominant challenge.\n\nChapter 1 introduces the background on various aspects of procedural sedation and analgesia. This chapter provides a concise description of procedural sedation and analgesia and the role of the anesthesia care provider, as well as the pharmacological agents used for sedation and analgesia and the associated side effects. The introductory Chapter concludes with the presentation of the research questions (RQs) that guide this thesis.\n\nChapter 2 reviews current evidence on the optimization of PSA during AF catheter ablation in non\u2013operating room settings. The review demonstrates that no single optimal sedation strategy exists and emphasizes the need for individualized sedation based on patient characteristics, comorbidities, procedural complexity, required sedation depth, and provider experience. AF patients frequently present with comorbidities such as obesity and sleep-disordered breathing (SDB), which significantly increase the risk of respiratory complications and complicate the sedation management. Common screening tools for SDB show limited validity in this population, highlighting the need for improved pre-procedural risk stratification. Key determinants of clinical success include the selection of sedative and analgesic agents, appropriate sedation depth, and adequate monitoring strategies.\n\nChapter 3 studies the incidence and predictors of respiratory complications during PSA for AF catheter ablation through a retrospective cohort study including 232 patients. Respiratory complications occurred frequently (42.2%). Severe respiratory complications occurred in 15.1% of cases, including prolonged hypoxemic events and conversion to general anesthesia in 1.3% of patients. Several predictive factors for respiratory complications during PSA were identified. Key patient-related predictors included increased neck circumference, higher visceral fat percentage, self-reported tiredness, and the presence of comorbidities such as obstructive sleep apnea and chronic obstructive pulmonary disease. Due to the age distribution of the cohort (predominantly >50 years) the factor age showed limited discriminative value. A major procedure-related predictor was the duration of procedural sedation and analgesia, with longer sedation times associated with a higher risk of respiratory complications.\n\nChapters 4 and 5 examine the role of high-flow nasal oxygen (HFNO) during PSA for AF catheter ablation. The study protocol, described in Chapter 4, formed the methodological basis for the prospective, randomized controlled trial (RCT) reported in Chapter 5. The results of this RCT demonstrate that HFNO does not improve oxygenation compared with low-flow nasal oxygen (LFNO) in selected AF patients undergoing prolonged deep sedation, nor does it reduce the incidence of hypoxemia or sedation-related complications. Although HFNO was shown to be safe, it provided no additional clinical benefit in this setting. Given the associated costs and environmental impact, routine use of HFNO during PSA for AF ablation cannot be justified. These findings support a more selective and context-specific application of HFNO in cardiology-related PSA.\n\nChapter 6 investigates, based on a retrospective cohort study, the prevalence, severity, and predictors of acute post-procedural pain following percutaneous thermal liver tumor ablation with PSA. Acute pain in the recovery room occurred frequently, with a prevalence of 42.7% when defined as a Numeric Rating Scale (NRS) score \u22654 and a mean maximum NRS of 3.1 \u00b1 2.8. Psychological factors\u2014including depression, anxiety, and the use of psychopharmacological medication\u2014were the strongest predictors of higher pain scores. In addition, female sex, younger age, and a history of chronic pain were associated with increased post-procedural pain, whereas tumor-related characteristics such as size, location, and number of lesions showed no association with pain severity. These findings underscore the importance of patient-specific psychological and physiological factors in pain perception and support a shift toward individualized, multimodal peri-procedural analgesic strategies. Early identification of patients at risk, combined with tailored pharmacological and non-pharmacological interventions, may improve pain control, recovery, and overall patient experience following percutaneous liver tumor ablation.\n\nChapter 7 provides an overview and a general discussion of the results of the studies included in this thesis. A dedicated section of the general discussion focuses on minimally invasive procedures and NORA, including PSA, in the context of the two clinical indications (1) catheter ablation for atrial fibrillation (AF) and (2) percutaneous thermal ablation of liver tumors. Methodological considerations are addressed, and directions for future research are proposed. Future research should focus on identifying patient- and procedure-related risk factors for complications and on optimizing patient comfort through individualized pharmacological and non-pharmacological strategies. Multidisciplinary collaboration between experts from different departments and specialties will be essential to translate these insights into clinical practice.","auteur":"Marloes Homberg","auteur_slug":"marloes-homberg","publicatiedatum":"7 juli 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/marloeshomberg?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/e0f5f286-1116-471d-9e30-255bb4e86785\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"18825","isbn":"978-94-6534-424-9","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Maastricht","afbeeldingen":15229,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Maastricht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15227","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=15227"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15227\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":15230,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15227\/revisions\/15230"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/15228"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=15227"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=15227"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}