{"id":15083,"date":"2026-05-11T14:55:06","date_gmt":"2026-05-11T14:55:06","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/carlijn-de-gans\/"},"modified":"2026-05-11T14:55:23","modified_gmt":"2026-05-11T14:55:23","slug":"carlijn-de-gans","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/carlijn-de-gans\/","title":{"rendered":"Carlijn de Gans"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":15084,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-15083","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Dreaming of better care","samenvatting":"Slaap is een onmisbaar onderdeel van ons leven; we brengen er bijna een derde van onze tijd mee door. Iedereen kent het gevoel na een slechte nacht: vermoeidheid, prikkelbaarheid en moeite om je te concentreren. Maar slaap is meer dan alleen uitrusten. Het heeft een sleutelrol in onze gezondheid en be\u00efnvloedt onder andere ons immuunsysteem, hart- en bloedvaten en ons geestelijk welbevinden. Onvoldoende of slechte slaap hangt zelfs samen met een hoger risico op ziekten zoals diabetes, een delier, hart- en vaatziekten en pijn.\n\nVoor een gezonde slaap zijn meerdere aspecten van belang: hoe lang we slapen, de kwaliteit van slaap, het tijdstip waarop we slapen en hoe regelmatig ons slaap-waak ritme is. Volwassenen hebben gemiddeld minstens zeven uur slaap per nacht nodig. Daarbij telt niet alleen hoeveel uur we slapen, maar ook hoe goed de slaap is \u2013 bijvoorbeeld of we uitgerust wakker worden en of we voldoende diepe slaap bereiken.\n\nJuist in het ziekenhuis is slaap vaak een probleem. Tot wel driekwart van de pati\u00ebnten slaapt er slecht. Dat komt door factoren zoals lawaai, nachtelijke controles en pijn of angst, maar ook door medische behandelingen en medicijnen. Bij chirurgische pati\u00ebnten spelen bovendien de effecten van narcose en pijnstillers een belangrijke rol. Slechte slaap kan leiden tot een trager herstel en meer complicaties. Het verbeteren van slaap tijdens een ziekenhuisopname kan dus veel opleveren, maar vraagt wel om goed inzicht in hoe slaap het best gemeten kan worden, hoe interventies effectief kunnen worden ingezet en welke biologische processen daarbij betrokken zijn.\n\nDit proefschrift richt zich op precies die vragen: hoe kunnen we slaap in het ziekenhuis beter meten, welke farmacologische en niet-farmacologische strategie\u00ebn dragen bij aan betere slaap en welke biologische mechanismen liggen er mogelijk aan ten grondslag?\n\nMeten van slaap\nHoofdstuk 2 gaat over de vraag hoe we slaap op een betrouwbare manier kunnen meten. Tot nu toe is polysomnografie, een onderzoek met veel draden en sensoren in een slaaplaboratorium, de gouden standaard. Dit onderzoek is nauwkeurig, maar in de praktijk zwaar en lastig uit te voeren, zeker in het ziekenhuis. Daarom zijn er de afgelopen jaren veel draagbare EEG-apparaten ontwikkeld: kleine, vaak comfortabele meetinstrumenten die hersenactiviteit tijdens de slaap registreren. In deze systematische review werden 34 van zulke apparaten gevonden. Ze lieten veelbelovende resultaten zien: redelijk tot goede nauwkeurigheid in het vastleggen van slaapstadia en vaak goed bruikbaar voor thuis of in grotere studies. Daarmee bieden ze een aantrekkelijk alternatief voor de klassieke, omslachtige slaapregistratie. Toch zijn er ook kanttekeningen: niet alle apparaten zijn even gebruiksvriendelijk of betaalbaar en ze zijn nog nauwelijks getest bij opgenomen pati\u00ebnten, die vaak juist een heel verstoord slaappatroon hebben. Toekomstig onderzoek moet dus uitwijzen of deze technologie ook echt geschikt is voor de ziekenhuisomgeving.\n\nVerbeteren van slaap\nHoofdstuk 3 richt zich op het gebruik van een groep slaapmiddelen, ook wel benzodiazepines genoemd, in het ziekenhuis. Deze middelen worden veel gebruikt om angst of slapeloosheid te behandelen, maar langdurig gebruik is riskant: het kan leiden tot afhankelijkheid, geheugenproblemen en valincidenten. Uit de analyse van meer dan 700 pati\u00ebnten kwam een opvallend beeld naar voren. Wanneer tijdens een opname een nieuw benzodiazepine werd gestart, werd dit middel meestal weer bij ontslag gestopt. Maar als pati\u00ebnten al v\u00f3\u00f3r opname zo\u2019n middel gebruikten, werd dit bijna nooit veranderd of afgebouwd. Dat betekent dat ziekenhuisopname, hoewel er juist veel medische controle is, vaak niet benut wordt om chronisch gebruik kritisch te beoordelen. Nog opvallender: bijna \u00e9\u00e9n op de tien pati\u00ebnten zonder eerder gebruik kreeg t\u00f3ch een nieuw recept mee naar huis. Dit suggereert dat, ondanks voorzichtigheid, er een risico is dat tijdelijk gebruik toch doorloopt en op termijn tot problemen leidt. Het hoofdstuk laat zien dat er winst te behalen is door gestructureerde medicatiebeoordelingen tijdens opname en met betere overdracht naar de huisarts of specialist na ontslag.\n\nHoofdstukken 4 en 5 gaan over de WEsleep-studie, waarin een grote combinatie van niet-farmacologische interventies werd getest. Het idee was simpel maar krachtig: door meerdere kleine aanpassingen tegelijk door te voeren, minder nachtelijke verstoringen, betere routines, scholing van verpleegkundigen en hulpmiddelen zoals slaapmaskers en oordopjes, zou de slaapkwaliteit van pati\u00ebnten verbeteren. Bij medische pati\u00ebnten werkte dit goed: zij gaven aan beter te slapen tijdens hun opname. Bij chirurgische pati\u00ebnten daarentegen werd geen verbetering gevonden. Dat verschil is mogelijk te verklaren: na een operatie spelen pijn, narcose-effecten en frequente controles een veel grotere rol, en die zijn met zulke maatregelen mogelijk dus moeilijk te be\u00efnvloeden. Interessant genoeg zagen we bij deze groep wel een trend richting betere slaap later tijdens de opname, zodra de acute postoperatieve fase voorbij was. Dit suggereert dat de interventie op termijn ook bij hen effect kan hebben. De studies laten zien dat niet-farmacologische interventies een veelbelovende manier zijn om slaap te verbeteren, maar dat maatwerk en context specifieke aanpassingen, met name bij chirurgische pati\u00ebnten, noodzakelijk zijn.\n\nBiologische factoren van invloed op slaap\nHoofdstuk 6 onderzoekt de mogelijke rol van hormonen bij slaap, en dan vooral oestradiol, een belangrijk vrouwelijk geslachtshormoon. Vrouwen rapporteren vaker slaapproblemen dan mannen, vooral rond hormonale veranderingen zoals de overgang. Dit roept de vraag op of hormoonspiegels zelf invloed hebben op slaap. In een groot populatieonderzoek werd gekeken naar de relatie tussen oestradiol en slaapkenmerken. Er werd geen overtuigend verband gevonden: alleen bij de hoogste oestradiolwaarden was er een klein effect zichtbaar. Dit wijst erop dat absolute hormoonspiegels waarschijnlijk geen doorslaggevende rol spelen in hoe goed of hoe lang we slapen. Waarschijnlijk zijn het eerder de hormonale schommelingen, zoals tijdens de overgang, of de bijkomende klachten (zoals opvliegers of stemmingswisselingen) die slaapproblemen veroorzaken.\n\nDiscussie en aanbevelingen voor klinische praktijk\nDe studies in dit proefschrift laten zien dat slaapkwaliteit en -timing in de kliniek worden be\u00efnvloed door een samenspel van factoren: de manier waarop slaap wordt gemeten, hoe er met medicatie wordt omgegaan en welke niet-farmacologische maatregelen worden toegepast. Er bestaat geen standaardoplossing die voor iedereen werkt. Slaapzorg moet altijd worden afgestemd op de pati\u00ebnt, de afdeling en de praktische omstandigheden.\n\nUit de verschillende hoofdstukken komen enkele terugkerende thema\u2019s naar voren. Allereerst de noodzaak van betere instrumenten om slaap te meten in de praktijk. Draagbare EEG-apparaten lijken hiervoor veelbelovend, omdat ze nauwkeurig en relatief gebruiksvriendelijk zijn. Toch is meer onderzoek nodig naar hun inzet bij opgenomen pati\u00ebnten, waar slaap vaak wordt verstoord door ziekte en zorgprocessen.\n\nDaarnaast tonen de WEsleep-studies dat niet-farmacologische interventies daadwerkelijk effect kunnen hebben bij medische pati\u00ebnten, maar dat ze bij chirurgische pati\u00ebnten minder goed werken. Dit benadrukt dat interventies moeten aansluiten bij de context en dagelijkse routines van een afdeling om haalbaar en effectief te zijn.\n\nOok medicatiegebruik vraagt om aandacht. Chronisch gebruik van benzodiazepines wordt tijdens een ziekenhuisopname zelden kritisch herzien, terwijl juist opname een kans biedt om dit veilig te evalueren of af te bouwen. Het invoeren van gestructureerde protocollen en betere afstemming met de eerste lijn kan bijdragen aan veiliger en bewuster voorschrijfgedrag.\n\nHet onderzoek naar estradiol en slaap voegt daar een bredere biologische dimensie aan toe. Absolute hormoonspiegels bleken geen grote rol te spelen in slaapkwaliteit, maar hormonale schommelingen of overgangsfases zouden w\u00e9l relevant kunnen zijn. Toekomstig onderzoek zou zich daarom moeten richten op populaties in hormonale transitie, zoals vrouwen rond de menopauze, of op mensen die hormoontherapie gebruiken. Herhaalde hormoonmetingen en objectieve slaapregistratie kunnen daarbij helpen om verbanden beter te begrijpen.\n\nGezamenlijk wijzen deze bevindingen op de noodzaak van een ge\u00efntegreerd en persoonlijk model van slaapzorg. Dat betekent: betere meetmethoden, context specifieke gedragsinterventies en een kritischer beleid rond medicatie. Toekomstig onderzoek zou niet alleen de afzonderlijke onderdelen verder moeten verfijnen, maar juist ook moeten kijken naar hoe ze gecombineerd kunnen worden in de dagelijkse praktijk. Alleen zo kan slaap structureel worden verbeterd in het ziekenhuis, met positieve gevolgen voor herstel, welzijn en de kwaliteit van zorg.\n\nConclusie \u2013 Dreaming of better care\nDankzij nieuwe technologie kunnen we slaap tegenwoordig met ongekende precisie meten. Toch wordt de werkelijkheid van slaap in ziekenhuizen nog altijd bepaald door routines, zorgprocessen en diepgewortelde gewoontes. In de stille uren van de nacht liggen veel pati\u00ebnten wakker, niet alleen door ziekte of pijn, maar ook door piepende apparaten, vroege controles, fel kunstlicht en de angst die een opname met zich meebrengt.\n\nDit proefschrift laat zien dat slechte slaap in het ziekenhuis geen onvermijdelijk gevolg hoeft te zijn van ziek zijn. Er zijn concrete en be\u00efnvloedbare factoren aan te wijzen, vari\u00ebrend van voorschrijfgedrag tot omgevingsomstandigheden, die samen met gerichte interventies daadwerkelijk kunnen leiden tot betere slaapkwaliteit. Onderzocht is dat niet-farmacologische interventies de slaap van medische pati\u00ebnten kunnen verbeteren, dat draagbare EEG-apparaten perspectief bieden voor nauwkeurige en praktische slaapmeting, en dat estradiol, hoewel biologisch aannemelijk, geen doorslaggevende rol lijkt te spelen in slaap onder normale omstandigheden.\n\nGezamenlijk maken deze bevindingen duidelijk dat het verbeteren van slaap in het ziekenhuis geen puur technische uitdaging is maar een systeemuitdaging. Het vraagt om klinisch bewustzijn, doordachte routines en de bereidheid om bestaande gewoontes ter discussie te stellen.\n\nSlaap is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van herstel. Laat dit proefschrift dienen als gids \u00e9n oproep: om slaap nauwkeuriger te meten, medicatie verstandiger voor te schrijven, eerder in te grijpen en meer ruimte te maken voor rust binnen de muren van het ziekenhuis. Moge het anderen inspireren om hetzelfde te doen: dromen over betere zorg, waarin slaap wordt beschermd, gerespecteerd en erkend als een onmisbaar onderdeel van herstel.","summary":"Sleep is an indispensable part of our lives; we spend almost a third of our time doing it. Everyone knows the feeling after a bad night: fatigue, irritability, and difficulty concentrating. But sleep is more than just resting. It plays a key role in our health and affects our immune system, cardiovascular system, and mental well-being, among other things. Insufficient or poor sleep is even associated with a higher risk of diseases such as diabetes, delirium, cardiovascular disease, and pain.\n\nSeveral aspects are important for healthy sleep: how long we sleep, the quality of sleep, the timing of sleep, and how regular our sleep-wake rhythm is. Adults need an average of at least seven hours of sleep per night. In this regard, it is not only the number of hours we sleep that counts, but also how good the sleep is \u2013 for example, whether we wake up rested and whether we reach enough deep sleep.\n\nSleep is often a problem, especially in hospitals. Up to three-quarters of patients sleep poorly. This is caused by factors such as noise, nighttime checks, and pain or anxiety, but also by medical treatments and medications. In surgical patients, the effects of anesthesia and painkillers also play an important role. Poor sleep can lead to slower recovery and more complications. Improving sleep during a hospital stay can therefore yield many benefits, but it requires a good understanding of how sleep can best be measured, how interventions can be effectively used, and which biological processes are involved.\n\nThis dissertation focuses on exactly those questions: how can we better measure sleep in the hospital, which pharmacological and non-pharmacological strategies contribute to better sleep, and which biological mechanisms may underlie it?\n\nMeasuring sleep\nChapter 2 addresses the question of how we can measure sleep in a reliable way. To date, polysomnography, a study with many wires and sensors in a sleep laboratory, is the gold standard. This study is accurate, but in practice heavy and difficult to perform, especially in the hospital. Therefore, many wearable EEG devices have been developed in recent years: small, often comfortable measuring instruments that register brain activity during sleep. In this systematic review, 34 such devices were found. They showed promising results: reasonable to good accuracy in recording sleep stages and often well-suited for use at home or in larger studies. This makes them an attractive alternative to classic, cumbersome sleep registration. However, there are also caveats: not all devices are equally user-friendly or affordable, and they have hardly been tested in hospitalized patients, who often have a very disturbed sleep pattern. Future research must therefore show whether this technology is truly suitable for the hospital environment.\n\nImproving sleep\nChapter 3 focuses on the use of a group of sleeping aids, also called benzodiazepines, in the hospital. These drugs are widely used to treat anxiety or insomnia, but long-term use is risky: it can lead to dependence, memory problems, and falls. The analysis of more than 700 patients revealed a striking pattern. When a new benzodiazepine was started during an admission, this drug was usually stopped upon discharge. But if patients were already using such a drug before admission, it was almost never changed or tapered off. This means that hospital admission, although there is a lot of medical supervision, is often not utilized to critically evaluate chronic use. Even more striking: almost one in ten patients without prior use still received a new prescription to take home. This suggests that, despite caution, there is a risk that temporary use will continue and lead to problems in the long term. The chapter shows that there are gains to be made through structured medication reviews during admission and better communication with the general practitioner or specialist after discharge.\n\nChapters 4 and 5 discuss the WEsleep study, in which a large combination of non-pharmacological interventions was tested. The idea was simple but powerful: by implementing several small adjustments at the same time, fewer nighttime disturbances, better routines, training of nurses, and aids such as sleep masks and earplugs, the sleep quality of patients would improve. This worked well for medical patients: they indicated that they slept better during their admission. In surgical patients, on the other hand, no improvement was found. This difference can possibly be explained by the fact that after surgery, pain, anesthesia effects, and frequent checks play a much larger role, and these are potentially difficult to influence with such measures. Interestingly enough, we did see a trend toward better sleep later during the admission in this group, as soon as the acute postoperative phase was over. This suggests that the intervention can also have an effect on them in the long run. The studies show that non-pharmacological interventions are a promising way to improve sleep, but that customization and context-specific adjustments, especially in surgical patients, are necessary.\n\nBiological factors influencing sleep\nChapter 6 investigates the possible role of hormones in sleep, especially estradiol, an important female sex hormone. Women report sleep problems more often than men, especially around hormonal changes such as menopause. This raises the question of whether hormone levels themselves influence sleep. In a large population study, the relationship between estradiol and sleep characteristics was examined. No convincing connection was found: a small effect was only visible at the highest estradiol values. This indicates that absolute hormone levels probably do not play a decisive role in how well or how long we sleep. It is more likely that hormonal fluctuations, such as during menopause, or the associated complaints (such as hot flashes or mood swings) cause sleep problems.\n\nDiscussion and recommendations for clinical practice\nThe studies in this dissertation show that sleep quality and timing in the clinic are influenced by an interplay of factors: the way sleep is measured, how medication is handled, and which non-pharmacological measures are applied. There is no standard solution that works for everyone. Sleep care must always be tailored to the patient, the department, and the practical circumstances.\n\nSeveral recurring themes emerge from the different chapters. First of all, the need for better instruments to measure sleep in practice. Portable EEG devices seem promising for this purpose because they are accurate and relatively user-friendly. However, more research is needed into their use in hospitalized patients, where sleep is often disturbed by illness and care processes.\n\nIn addition, the WEsleep studies show that non-pharmacological interventions can actually have an effect in medical patients, but that they work less well in surgical patients. This emphasizes that interventions must align with the context and daily routines of a department to be feasible and effective.\n\nMedication use also requires attention. Chronic use of benzodiazepines is rarely critically reviewed during a hospital admission, while admission provides an opportunity to safely evaluate or taper this off. The introduction of structured protocols and better coordination with primary care can contribute to safer and more conscious prescribing behavior.\n\nThe research into estradiol and sleep adds a broader biological dimension to this. Absolute hormone levels did not appear to play a major role in sleep quality, but hormonal fluctuations or transition phases could be relevant. Future research should therefore focus on populations in hormonal transition, such as women around menopause, or on people using hormone therapy. Repeated hormone measurements and objective sleep registration can help to better understand these relationships.\n\nTogether, these findings point to the need for an integrated and personal model of sleep care. That means: better measurement methods, context-specific behavioral interventions, and a more critical policy regarding medication. Future research should not only further refine the individual components but should also look at how they can be combined in daily practice. Only in this way can sleep be structurally improved in the hospital, with positive consequences for recovery, well-being, and the quality of care.\n\nConclusion \u2013 Dreaming of better care\nThanks to new technology, we can now measure sleep with unprecedented precision. Yet the reality of sleep in hospitals is still determined by routines, care processes, and deep-seated habits. In the quiet hours of the night, many patients lie awake, not only because of illness or pain, but also because of beeping devices, early checks, bright artificial light, and the anxiety that an admission brings.\n\nThis dissertation shows that poor sleep in the hospital does not have to be an inevitable consequence of being ill. There are concrete and influenceable factors to point out, varying from prescribing behavior to environmental conditions, which together with targeted interventions can actually lead to better sleep quality. It has been investigated that non-pharmacological interventions can improve the sleep of medical patients, that portable EEG devices offer potential for accurate and practical sleep measurement, and that estradiol, although biologically plausible, does not seem to play a decisive role in sleep under normal circumstances.\n\nTogether, these findings make it clear that improving sleep in the hospital is not just a technical challenge but a systemic challenge. It requires clinical awareness, well-thought-out routines, and a willingness to question existing habits.\n\nSleep is not a luxury, but an essential part of recovery. Let this dissertation serve as a guide and a call: to measure sleep more accurately, to prescribe medication more wisely, to intervene earlier, and to make more room for rest within the walls of the hospital. May it inspire others to do the same: dreaming of better care, in which sleep is protected, respected, and recognized as an indispensable part of recovery.","auteur":"Carlijn de Gans","auteur_slug":"carlijn-de-gans","publicatiedatum":"19 juni 2026","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/carlijndegans?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/b3a1bfbb-45e6-4378-95b3-1b6c059c832b\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"18307","isbn":"","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","afbeeldingen":15085,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15083","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=15083"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15083\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":15086,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/15083\/revisions\/15086"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/15084"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=15083"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=15083"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}