{"id":14946,"date":"2026-03-31T10:43:51","date_gmt":"2026-03-31T08:43:51","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/us_portfolio\/bregje-huisman-2\/"},"modified":"2026-08-14T17:47:25","modified_gmt":"2026-08-14T15:47:25","slug":"bregje-huisman","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/bregje-huisman\/","title":{"rendered":"Bregje Huisman"},"content":{"rendered":"","protected":false},"featured_media":8088,"template":"","meta":{"_acf_changed":false},"university_us_portfolio":[28],"class_list":["post-14946","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","university_us_portfolio-vrije-universiteit-amsterdam"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"Optimizing care at the end of life","samenvatting":"Het doel van het in dit proefschrift beschreven onderzoek was 1) het gebruik van medicatie in de laatste fase van het leven en de besluitvorming over medicatie te onderzoeken, en 2) aanbevelingen te formuleren om gepaste besluitvorming te bevorderen. Om onze onderzoeksvragen te beantwoorden hebben wij het MEDIcation management in the LAST phase of life (MEDILAST) project uitgevoerd, een project bestaande uit vier verschillende onderzoeken, in samenwerking met het Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam, en het Radboudumc in Nijmegen. In het eerste deel van het proefschrift komen de inzichten van zorgverleners met betrekking tot het medicatiegebruik in de laatste fase van het leven en de rol van de verpleegkundige aan bod. In deel II wordt het gebruik van en de besluitvorming rondom antitrombotica in de laatste fase van het leven beschreven. In deel III worden de belangrijkste bevindingen en interpretatie van de onderzoeken besproken (hoofdstuk 7). Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 een algemene discussie gepresenteerd over enkele specifieke thema\u2019s gerelateerd aan besluitvorming over medicatie in de laatste fase van het leven. Dit laatste hoofdstuk wordt afgesloten met aanbevelingen voor de klinische praktijk en voor verder onderzoek.\n\nDeel I: Besluitvorming over medicatiegebruik in de laatste levensfase\n\nPati\u00ebnten gebruiken in de laatste fase van hun leven vaak veel medicatie tot kort voor hun overlijden. In de laatste fase van het leven is het belangrijkste doel van de zorg meestal niet langer verlenging van het leven of het genezen van ziekte, maar het verlichten van lijden, door de behandeling van symptomen die ongemak veroorzaken. Aan de ene kant kan medicatie de kwaliteit van leven en sterven verbeteren, maar aan de andere kant kan te veel of ongepaste medicatie pati\u00ebnten met een levensbedreigende ziekte schaden, doordat het kan leiden tot bijwerkingen, ongewenste interacties, therapieontrouw en hoge kosten. Wanneer voor pati\u00ebnten met een levensbedreigende ziekte het doel van de zorg verschuift van preventie en levensverlenging naar een zo goed mogelijke kwaliteit van leven, dienen de indicatie, het doel, de geschiktheid en het nut van medicatie te worden beoordeeld. In de praktijk wordt dergelijke potentieel niet-passende medicatie echter vaak tot aan het overlijden voortgezet.\n\nVoortzetten of stoppen van medicatie\nEr was weinig bekend over de mening en ervaring van artsen met betrekking tot medicatiegebruik bij pati\u00ebnten in de laatste fase van hun leven. In een vragenlijstonderzoek (hoofdstuk 2) hebben we dit onderzocht. Een steekproef van 500 huisartsen en 500 medisch specialisten (geriaters, neurologen, cardiologen, oncologen en longartsen) ontving de vragenlijst. Er werden vragenlijsten ingevuld door 321 artsen (respons: 37%). De meerderheid van hen (73%) was het eens met de stelling dat pati\u00ebnten die zich in de laatste levensfase bevinden te veel medicatie gebruiken.\n\nEen van de vragen betrof een casusbeschrijving van een pati\u00ebnt met ernstige COPD. In deze casus zou 90% van de artsen stoppen met een cholesterolverlager wanneer de levensverwachting ongeveer drie maanden was. Voor medicatie om (chronische) ziekten zoals diabetes mellitus te behandelen, was er een grote spreiding in antwoorden.\n\nOns onderzoek liet zien dat artsen het erover eens zijn dat pati\u00ebnten te veel medicijnen gebruiken aan het einde van het leven, maar dat ze pati\u00ebnten wel vrij vaak medicatie voorschrijven voor chronische ziekten waarvan het nut aan het einde van het leven discutabel is. Gebrek aan aandacht voor het medicatiegebruik lijkt een belangrijke reden voor het voortzetten van medicatie. Voor een deel van de artsen waren de mogelijke gevolgen van het staken van medicatie en de zorg dat het bespreken van overbodige medicatie hoop bij de pati\u00ebnt wegneemt, redenen om medicatie te continueren. De meeste pati\u00ebnten met een beperkte levensverwachting zijn echter bereid om te stoppen met potentieel overbodige medicatie. De meerderheid van de respondenten (91%) van ons vragenlijstonderzoek gaf ook aan dat pati\u00ebnten met een beperkte levensverwachting vaak instemmen met hun voorstel om te stoppen met bepaalde medicatie. Om het medicatiegebruik in de laatste fase van het leven te optimaliseren, zou medicatiebeoordeling idealiter moeten worden opgenomen in gesprekken over advance care planning.\n\nRol van de verpleegkundigen\nIn een interviewonderzoek (hoofdstuk 3) onderzochten we de (mogelijke) rol van verpleegkundigen bij medicatiegebruik in de laatste fase van het leven, vanuit het perspectief van artsen, verpleegkundigen, pati\u00ebnten en hun naasten. We hielden interviews met 17 pati\u00ebnten in de laatste fase van hun leven, 12 betrokken naasten, 15 verpleegkundigen, 20 medisch specialisten en 12 huisartsen. De ge\u00efnterviewden waren het erover eens dat de rol van de verpleegkundige in medicatiegebruik de volgende taken omvat: 1) informeren, 2) ondersteunen, 3) vertegenwoordigen en 4) betrekken van de pati\u00ebnt, diens mantelzorgers en artsen.\n\nUit de interviews kwam naar voren dat verpleegkundigen door hun spilfunctie in de zorg een bijzondere rol hebben in de continu\u00efteit van zorg en nabijheid tot de pati\u00ebnt. Van hen wordt verwacht dat zij bijdragen aan een multidimensionele beoordeling en aanpak, wat belangrijk is voor het bevorderen van pati\u00ebntgerichte zorg gericht op kwaliteit aan het einde van het leven. Zij zien de mogelijke belasting en bijwerkingen van medicatie, de invloed hiervan op symptomen, en herkennen de verschuiving in de zorgdoelen naar een palliatieve benadering.\n\nSommige ge\u00efnterviewde artsen in ons onderzoek gaven aan dat zij vinden dat verpleegkundigen een beperkte rol hebben bij de besluitvorming rond medicatie en dat hun inbreng afhankelijk is van hun opleidingsniveau.\n\nHandvatten voor besluitvorming in de praktijk\nIn hoofdstuk 4 wordt een onderzoek beschreven naar de mening van een internationaal deskundigenpanel over medicatiegebruik in de laatste fase van het leven, en naar mogelijkheden om dit te verbeteren. We verrichtten een Delphi-onderzoek in twee rondes met deskundigen op het gebied van medicatiemanagement en zorg rond het levenseinde. In totaal namen 42 deskundigen uit 13 landen deel. De respons in de eerste ronde was 93%, het responspercentage in de tweede ronde was 74%. Bewustmaking, educatie en tijdige communicatie over medicatiegebruik kwamen naar voren als hoogste prioriteit voor handvatten in de praktijk. Daarnaast waren breed ondersteunde oplossingen de ontwikkeling van een lijst van niet passende medicatie in de laatste levensfase en het opnemen van aanbevelingen voor medicatiegebruik in de laatste levensfase in ziektespecifieke richtlijnen.\n\nDeel II: Antitrombotica\n\nAntitrombotica worden gewoonlijk voorgeschreven om de prognose en de kwaliteit leven van pati\u00ebnten te verbeteren door trombo-embolische problemen te voorkomen of te behandelen. Aan het einde van het leven moet, zoals voor alle medicatie, het gebruik van antitrombotica worden heroverwogen omdat de balans tussen voor- en nadelen kan veranderen. Zowel bloedingen als trombo-embolische complicaties kunnen leiden tot acute en ernstige situaties, voor pati\u00ebnten, familie en zorgverleners.\n\nAntitrombotische medicatie omvat hoofdzakelijk trombocytenaggregatieremmers en anticoagulantia. Er kunnen drie hoofdtypen anticoagulantia worden onderscheiden: 1) heparinen, 2) vitamine K-antagonisten (VKA\u2019s), en 3) directe trombine- of factor Xa-remmers, ook wel directe orale anticoagulantia (DOAC\u2019s) of niet-VKA orale anticoagulantia (NOAC\u2019s) genoemd.\n\nInzicht van artsen over antitrombotica in de laatste levensfase\nOmdat er weinig bekend was over de meningen van artsen over het gebruik van anticoagulantia in de laatste fase van het leven, hebben wij dit onderzocht middels een mixed method onderzoeksopzet, een secundaire analyse van gegevens uit een vignet- en interviewonderzoek (hoofdstuk 5). Met behulp van een vragenlijst werd een vignet voorgelegd aan 321 huisartsen en medisch specialisten, over een pati\u00ebnt met een beperkte levensverwachting als gevolg van pancreascarcinoom, en atriumfibrilleren waarvoor gebruik van acenocoumarol (hoofdstuk 2). Bij het interviewonderzoek over medicatiegebruik in de laatste levensfase (hoofdstuk 3) werden 32 huisartsen en medisch specialisten ondervraagd, waarvan 23 artsen (71,9%) een of meerdere uitspraken deden over anticoagulantia.\n\nIn ons onderzoek vonden we dat artsen van mening verschilden: sommigen zouden doorgaan en anderen zouden stoppen met anticoagulantia in de laatste fase van het leven, vanwege het risico op respectievelijk trombo-embolische of bloedingscomplicaties. De verbetering of het behoud van de kwaliteit van leven van pati\u00ebnten was een reden voor zowel het stoppen als het voortzetten van anticoagulantia. Andere factoren die in de besluitvorming werden meegenomen, waren het type anticoagulans, de indicatie, onderliggende ziekten en de levensverwachting en toestand van de pati\u00ebnt. Factoren die de besluitvorming bemoeilijkten waren het gebrek aan bewijs voor zowel stoppen als voor continueren, onzekerheid over de levensverwachting van de pati\u00ebnten en de angst om pati\u00ebnten schade te berokkenen. Welke beslissing uiteindelijk werd genomen, leek grotendeels afhankelijk van de voorkeur van de pati\u00ebnt.\n\nWij concludeerden dat artsen het erover eens zijn dat het primaire doel van medische zorg in de laatste fase van het leven de verbetering of het behoud van de kwaliteit van leven van de pati\u00ebnt is, maar dat het voor artsen vaak een dilemma is of hiervoor een anticoagulans gestopt of voortgezet dient te worden. Een belangrijke barri\u00e8re voor de besluitvorming is het gebrek aan bewijs over de risico\u2019s en voordelen van het stoppen met anticoagulantia.\n\nBesluitvorming over antitrombotica\nIn hoofdstuk 6 beschrijven we een onderzoek naar het gebruik en staken van antitrombotica bij pati\u00ebnten in de laatste levensfase. Wij verrichtten een secundaire analyse van gegevens uit een retrospectief dossieronderzoek van 180 pati\u00ebnten die thuis, in een hospice of in een ziekenhuis waren overleden. Alle medicatievoorschriften en klinische aantekeningen van pati\u00ebnten die antitrombotica gebruikten in de laatste drie maanden van hun leven werden handmatig beoordeeld. Zestig procent (n=108) van de in totaal 180 pati\u00ebnten gebruikte antitrombotica in de laatste drie maanden van het leven, van wie 33,3% thuis overleed, 21,3% in een hospice en 45,4% in een ziekenhuis. In totaal werden 157 voorschriften voor antitrombotica geregistreerd; 30 voorschriften voor vitamine K-antagonisten, 60 voor heparinen, en 66 voor trombocytenaggregatieremmers. Bij 82 pati\u00ebnten (75,9%) werden de antitrombotica voortgezet tot de laatste week voor het overlijden. Belangrijke oorzaken voor het stoppen van antitrombotica waren het niet meer kunnen innemen van de medicatie, bloedingscomplicaties en verwacht overlijden op zeer korte termijn.\n\nWij concludeerden in ons onderzoek dat antitrombotica vaak worden gecontinueerd tot kort voor het overlijden. Het lijkt erop dat besluitvorming over antitrombotica vooral reactief gebeurt. Aanbevelingen die in richtlijnen worden gedaan over het gebruik van antitrombotica, zijn niet ge\u00ebnt op pati\u00ebnten in de laatste fase van hun leven, die bovendien een verhoogd risico op trombo-embolische en bloedingscomplicaties hebben in vergelijking met andere pati\u00ebnten.\n\nDe impact van mogelijke trombo-embolische en bloedingscomplicaties op de kwaliteit van leven en de kwaliteit van sterven vragen om een proactieve besluitvorming ten aanzien van antitrombotica. Aan de hand van onze bevindingen en de literatuur stellen we een opzet voor een algoritme voor dat handvatten kan geven om proactief medisch advies te kunnen geven over het gebruik van antitrombotica (Figuur 1) en om het gesprek hierover aan te gaan met pati\u00ebnten met een levensverwachting van minder dan drie maanden (Figuur 2).\n\n- Mitralisklep - Recente klep (< 3 mnd) - Aortaklep + risicofactoren (AF, LVEF<35%, eerdere TE-event) - Intracardiale trombus - TE-event, inclusief DVT met indicatie voor onbepaalde tijd antistolling - Ge\u00efsoleerd AF met CHA2DS2-VASc score 8-9 - AF met hartklep of recent CVA\/TIA (< 6 mnd) Diagnose kanker: - Zeer hoog risico: maag, pancreas - Hoog risico: long, lymfoom, gynaecologisch,\n- Aortaklep zonder risicofactoren (AF, LVEF<35%, eerder TE-event) - Recidief TIA\/CVA zonder cardiale emboliebron - Provoked DVT met voorbijgaande risicofactor (indicatie anticoagulant voor slechts 3-12 mnd) - Ge\u00efsoleerd AF met CHA2DS2-VASc score 0-7\nTrombo-embolisch risico Laag-matig (<10%) STOP - START NIET\nSTOP - START NIET ACS: acuut coronair syndroom, AF: atriumfibrilleren, BMS: bare metal stent, CVA: cerebrovasculair accident, DES: drug-eluting stent, DVT: diepe veneuze trombose, LVEF: linker\nGeen bewijs voor recente coronaire Ja Ja voordeel tov monotherapie (uitzonderingen: stent, ACS of hooggradige symptomatische carotisstenose) - <12 mnd na hoog-risico coronaire stent (>36 mm, proximaal\/overlappend\/multipel, chronische totale\nActieve of recente hinderlijke bloeding? Nee Overlijden verwacht binnen enkele dagen Nee Medicatie Combinatie- behandeling Vervang door - <3 mnd na CVA\/TIA - <6 wk na BMS - <6 wk na PCI - <12 mnd na DES occlusie, kleine vaten, bifurcatie) Figuur 1. Voorstel voor algoritme voor medische advies ten aanzien van antitrombotica bij pati\u00ebnten in de laatste fase van het leven\n\nPati\u00ebnt met een levensbedreigende aandoening Levensverwachting <3 mnd Herevalueer indien: - Verandering in klinische conditie - Transfer naar andere setting - Maandelijks of wekelijks Trombocytenaggregatieremmer Indicatie Primaire Hoog-risico preventie of secundaire laag-risico preventie secundaire preventie STOP - CONTINUEER Houd rekening met de START NIET voorkeur\nHerevalueer indien: - Verandering in klinische conditie - Transfer naar andere setting - Maandelijks of wekelijks\nAngst voor trombo-embolie Klinische scenario's (symptoom\/overlijden): - Pijn tgv DVT - Longembolie - CVA - Angina pectoris, hartdood - Perifere ischemische pijn Herevalueer periodiek\nAngst voor bloeding Klinische scenario's (symptoom\/overlijden): - Hematochezie\/hematemesis - Lokaal (neus, huid, wond) CONTINUEER\nPati\u00ebnt met een levensbedreigende aandoening Levensverwachting <3 mnd Bespreek medisch advies tav antitromboticum Informeer en bespreek voorkeur van de pati\u00ebnt - Hemopto\u00eb - CVA - Hematurie Definieer voor- en nadelen Gezamenlijke beslissing CVA: cerebrovasculair accident, DVT: diepe veneuze trombose, INR: internationale genormaliseerde ratio, LMWH: laagmoleculairgewicht heparine\nMedicatiegerelateerde last - INR controles - LMWH injecties - Orale intake STOP - START NIET Figuur 2. Voorstel voor handvat voor gesprek bij gedeelde besluitvorming met pati\u00ebnten in de laatste fase van het leven over antitrombotica\n\nWens om te leven\/sterven - Kwaliteit van het leven - Aankomende positieve events - Bucketlist\n\nDeel III: Discussie\n\nTot op heden is er geen richtlijn voor medicatiegebruik in de laatste levensfase. Met onze onderzoeken dragen we bij aan de kennis over dit thema en formuleren we aanbevelingen om de gepaste besluitvorming over medicatie te bevorderen. De in 2020 gepubliceerde Nederlandse richtlijn \u2018Polyfarmacie bij ouderen\u2019 geeft handvatten voor het beoordelen van medicatie bij ouderen, die ook zinvol kunnen zijn bij medicatiemanagement bij pati\u00ebnten met een beperkte levensverwachting. De richtlijn beveelt aan om de implementatie van een medicatiebeoordeling primair te richten op pati\u00ebnten met een hoge medicatielast en een hoog risico op medicatiegerelateerde bijwerkingen, zoals pati\u00ebnten met hyperpolyfarmacie (\u2265 10 medicijnen) en kwetsbare pati\u00ebnten. De indicatoren voor kwetsbaarheid die in de richtlijn worden genoemd zijn eveneens het overwegen waard bij medicatiemanagement bij (niet-oudere) pati\u00ebnten met een beperkte levensverwachting. Een overplaatsing tussen instellingen kan een trigger zijn, maar ook een belemmering, voor gepaste beoordeling van de medicatie. In de richtlijn wordt geen specifieke aanbeveling gedaan voor het standaard gebruik van een instrument voor beoordeling van de medicatie, maar wordt voor pati\u00ebnten met een levensverwachting van maanden tot een jaar toepassing van de Screening Tool of Older Persons Prescriptions in Frail adults with limited life expectancy (STOPPfrail) gesuggereerd.\n\nAntitrombotica\nNOAC\u2019s kwamen in onze MEDILAST-studies (hoofdstuk 5 en 6) niet aan bod, hoewel ze in de klinische praktijk een steeds belangrijkere plaats innemen. NOAC\u2019s werken sneller in en meer voorspelbaar dan VKA\u2019s, hebben minder interacties met andere geneesmiddelen, hebben minder risico op intracrani\u00eble bloedingen en vereisen geen regelmatige INR-controles. Onderzoek en de klinische praktijk moeten echter nog leiden tot meer specifieke aanbevelingen voor NOAC\u2019s bij pati\u00ebnten met een beperkte levensverwachting, die een hoger risico hebben op het ontwikkelen van zowel bloedingen als trombo-embolie\u00ebn. Tot op heden werden deze kwetsbare pati\u00ebnten meestal uitgesloten van deelname aan klinisch onderzoek.\n\nHypercoagulopathie is de indicatie voor het voorschrijven van antitrombotica. Het exacte mechanisme van de verhoogde stollingsneiging bij kanker is niet volledig opgehelderd, maar is waarschijnlijk multifactorieel, waarbij ziekteprogressie en verhoogde stollingsneiging pathofysiologisch met elkaar zijn verweven. Bepaalde vormen van kanker kunnen invloed hebben op de werkzaamheid van bepaalde antitrombotica, terwijl anderzijds antitrombotica zowel een biologische als antitrombotische werking bij kanker kunnen hebben. Gebruikelijk stollingsonderzoek geeft onvoldoende samenhangend inzicht in alle aspecten van het stollingsproces. Visco-elastische tests (VET\u2019s), zoals trombo-elastografie (TEG) en roterende trombo-elastometrie (ROTEM\u00ae), zijn analyses in volbloed en veelbelovende instrumenten die hopelijk kunnen bijdragen aan een meer ge\u00efndividualiseerd antitrombotisch beleid.\n\nMethodologische overwegingen\nBeperkingen van ons onderzoek hebben te maken met de methoden van de onderzoeken die we hebben uitgevoerd (hoofdstuk 7). De respons van de artsen in het vragenlijstonderzoek (hoofdstuk 2) was niet hoog (37%), ondanks verschillende herinneringen en de mogelijkheid op papier of online te antwoorden. Non-respons bias kan mogelijk van invloed zijn geweest op de resultaten. In het interview- en vragenlijstonderzoek (hoofdstuk 2, 3 en 5) zouden sociaal wenselijke antwoorden de resultaten kunnen hebben be\u00efnvloed. Respondenten kunnen bijvoorbeeld hebben geantwoord dat zij regelmatig de medicatie van de pati\u00ebnt beoordelen omdat zij denken dat dit een goede klinische praktijk is, maar in de praktijk dit niet daadwerkelijk zo doen. In het interviewonderzoek had de arts in enkele gevallen de medicatie al herzien en aangepast na de uitnodiging voor het interview en v\u00f3\u00f3r het eigenlijke interview. In de onderzoeken beschreven in hoofdstuk 3 en 5 werd een secundaire analyse verricht van gegevens uit interviews over medicatiemanagement in de laatste fase van het leven. De interviews waren primair gericht op medicatiemanagement in het algemeen in de laatste fase van het leven, en waren niet specifiek gericht op de rol van de verpleegkundige of het gebruik van antitrombotica. Om deze reden kunnen we er niet helemaal zeker van zijn dat we over deze onderwerpen de volledige informatie hebben verkregen. De resultaten van het dossieronderzoek (hoofdstuk 6) zouden be\u00efnvloed kunnen zijn door selectiebias en discrepantie tussen de geregistreerde medicatievoorschriften en het daadwerkelijke gebruik in de praktijk. Handmatige beoordeling van de medicatievoorschriften van alle pati\u00ebnten die antitrombotica gebruikten, toonde dat de indicatie voor het antitromboticum en het besluitvormingsproces niet in alle gevallen voldoende duidelijk waren beschreven in de aantekeningen in de dossiers.\n\nAanbevelingen voor de praktijk\n\nHet verminderen en stoppen van medicatie wordt vaak gezien als het verrichten van een actieve handeling, in tegenstelling tot het voortzetten van eerder voorgeschreven medicatie. Er is echter ethisch of juridisch geen verschil tussen het stoppen of voortzetten van medicatie. De arts is verantwoordelijk en dient in beide situaties de voors en tegens zorgvuldig af te wegen. Wanneer het in het belang van de pati\u00ebnt is dat medicatie wordt afgebouwd of gestopt, kan doorgaan met die medicatie als niet passend worden beschouwd. Elk herhalingsrecept moet worden gezien als een besluit om de medicatie niet te staken. Regelmatige evaluatie van de medicatie zou een integraal onderdeel moet zijn van de zorg voor pati\u00ebnten in de laatste fase van het leven.\n\nPati\u00ebnt centraal\nCommunicatie met de pati\u00ebnt over de medicatie in het perspectief van het levenseinde is belangrijk maar niet makkelijk. Eenvoudige, open vragen kunnen een goed begin zijn in het gesprek met de pati\u00ebnt: Wat hoopt u te bereiken met de behandeling? Zou u met een of meer van uw medicijnen willen stoppen en zo ja, met welke? Met welke medicatie zou u beslist niet willen stoppen? Het is ook nuttig om de medicatiebeoordeling en het gesprek met de pati\u00ebnt regelmatig te herhalen, omdat de doelen en wensen van de pati\u00ebnt in de loop van de tijd kunnen veranderen. Er zijn eventueel ook instrumenten die gebruikt kunnen worden om de betrokkenheid van de pati\u00ebnt te bevorderen. De Outcome Prioritization Tool (OPT) bestaat uit 4 visueel-analoge schalen (levensverlenging, behoud van onafhankelijkheid, pijnbestrijding, vermindering van andere klachten) en kan helpen de doelen van pati\u00ebnten ter verhelderen. De Goal Entertainment Scaling (GAS) kan helpen bij het prioriteren van de belangrijkste zaken vanuit het perspectief van de pati\u00ebnt en daarmee bijdragen aan het optimaliseren van de kwaliteit van leven.\n\nMultidisciplinaire zorg\nBetrokkenheid van multidisciplinaire teams (ten minste een arts, een verpleegkundige en een apotheker) kan het staken van potentieel overbodige medicatie bevorderen. Hoewel apothekers de deskundigen zijn op het gebied van medicatiemanagement in het algemeen, zijn ze meestal niet substantieel betrokken bij het medicatiegebruik van pati\u00ebnten in de laatste fase van het leven. Voor structurele betrokkenheid van de apotheker bij medicatiemanagement zouden vergoeding en organisatie moeten worden verbeterd. Ten slotte kan een opleidingsprogramma voor apothekers, zoals Farmabuddy, apothekers voorbereiden op een rol in de palliatieve zorg.\n\nScenario denken\nAnticiperen op toekomstige problemen of sterfscenario\u2019s kan bijdragen aan passende zorg voor de pati\u00ebnt. De RADboud indicators for PAlliative Care needs (RADPAC) kan helpen om een gestructureerd multidimensioneel proactief zorgplan op te stellen, waarin huidige en mogelijke toekomstige problemen en sterfscenario\u2019s worden overwogen en beleid hiervoor wordt gemaakt, rekening houdend met de wensen en behoeften van de pati\u00ebnt. Daarnaast kan het bespreken van scenario\u2019s in het kader van onderwijs zorgverleners helpen om te leren hoe zij kunnen bijdragen aan gepast medicatiegebruik.\n\nAanbevelingen voor toekomstig onderzoek\n\nHet herkennen en bespreken van de laatste levensfase blijft een uitdaging, maar is wel belangrijk voor adequaat medicatiemanagement. Meer fundamenteel onderzoek naar biologische markers van lichamelijke achteruitgang en naderend overlijden zou behulpzaam kunnen zijn. Onderzoek naar het starten en stoppen van medicatie moet gericht zijn op het bereiken van de doelen van de pati\u00ebnt, meestal behoud of verbetering van de kwaliteit van leven, en niet alleen op vermindering van de hoeveelheid medicatie.\n\nBij pati\u00ebnten met een beperkte levensverwachting is er mogelijk een wisselwerking tussen symptomen en polyfarmacie, waarbij medicatiegerelateerde bijwerkingen leiden tot het voorschrijven van extra medicatie. Toekomstig onderzoek moet ook studies omvatten naar effectieve symptoombehandeling, zoals bijvoorbeeld obstipatie en zenuwpijn, bij pati\u00ebnten met een beperkte levensverwachting.","summary":"No English summary is available. You can read the Dutch summary <a href=\"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/bregje-huisman\/\">here<\/a>.","auteur":"Bregje Huisman","auteur_slug":"bregje-huisman","publicatiedatum":"20 april 2022","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/bregjehuisman?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202603311039","isbn":"9789464236927","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","afbeeldingen":8088,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14946","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/8088"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=14946"}],"wp:term":[{"taxonomy":"university_us_portfolio","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/university_us_portfolio?post=14946"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}