{"id":14887,"date":"2026-05-06T06:52:04","date_gmt":"2026-05-06T06:52:04","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/reinier-de-vries\/"},"modified":"2026-05-06T06:52:23","modified_gmt":"2026-05-06T06:52:23","slug":"reinier-de-vries","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/reinier-de-vries\/","title":{"rendered":"Reinier de Vries"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":14888,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-14887","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Restoring biodiversity and ecosystem services on managed grasslands","samenvatting":"De landbouw is wereldwijd de hoofdoorzaak van milieuverandering en biodiversiteitsverlies, waardoor de veerkracht van ecosystemen bedreigd wordt. Graslanden, die tegenwoordig grotendeels worden gebruikt voor de veehouderij, kennen een bijzonder ernstige achteruitgang van natuurlijke habitats en biodiversiteit. Deze achteruitgang bedreigt ook een breed scala aan ecosysteemdiensten die essentieel zijn voor het menselijk welzijn en de landbouw zelf. Overheden en publieke organisaties streven daarom naar herstel van gedegradeerde graslandecosystemen. Hun inspanningen hebben de belangrijkste oorzaken van degradatie tot nog toe echter niet verholpen. Zo bestaat er in Europa al decennialang beleid voor natuurvriendelijke landbouw, maar de intensieve landbouwpraktijken die Europa\u2019s rijke graslandbiodiversiteit aantasten \u2013 met name intensieve bemesting en hoge begrazingsdruk en maaifrequenties \u2013 nemen nog steeds toe. Ondanks de grote aandacht in de wetenschap voor de voordelen van biodiversiteit in de landbouw, blijven boeren terughoudend om natuurvriendelijk beheer op grotere schaal toe te passen. In dit proefschrift onderzocht ik sociaaleconomische en beheergerelateerde beperkingen voor een effectiever herstel van biodiversiteit en ecosysteemdiensten in door de mens beheerde graslanden. Alle hoofdstukken zijn gebaseerd op gegevens die zijn verzameld in een studiegebied in het zuiden van Nederland, waar het landgebruik varieert van zeer extensief beheerde, half-natuurlijke graslanden tot zeer intensieve productiegraslanden. Deze gradi\u00ebnt weerspiegelt de intensivering van het gebruik van graslanden die wereldwijd plaatsvindt in regio\u2019s met een gematigd klimaat.\n\nDit proefschrift beoordeelde vanuit een breed sociaaleconomisch perspectief of het herstellen van ecosysteemdiensten leidt tot win-winsituaties of trade-offs tussen graslandboeren en de samenleving (hoofdstuk 2). Een breed scala aan indicatoren van ecosysteemdiensten werd in het veld gemeten, en er werden interviews met boeren gehouden om het beheer en de jaarlijkse productie van elk grasland te beoordelen. Vervolgens werd de bijdrage van het perceel aan het inkomen van boeren geschat op basis van de bruto marge van de grasproductie. Van alle onderzochte ecosysteemdiensten droeg alleen de stikstoffixatie door vlinderbloemigen significant bij aan de productiviteit van de graslanden en deze bijdrage was gering vergeleken met het effect van bemesting. Het inkomen van boeren werd grotendeels bepaald door productiviteit en vertoonde dan ook een sterke trade-off met de biodiversiteit, vastlegging van nutri\u00ebnten en koolstofopslag \u2013 wat allemaal publieke diensten zijn. Diverse publieke diensten namen proportioneel toe met de biodiversiteit. Dit impliceert dat het herstel van graslandecosystemen vooral de samenleving ten goede komt, en niet zozeer de boeren zelf. Ecologische herstelprogramma\u2019s hebben daarom maatschappelijke steun nodig die het voor boeren economisch lonend maakt om publieke diensten te leveren.\n\nDe biodiversiteit vormt de basis voor de levering van veel publieke diensten, maar voor veel soortgroepen, vooral voor ongewervelden, blijven de effecten van intensiever landgebruik onderbelicht. Hoofdstuk 3 onderzocht daarom de effecten van intensivering in graslanden op insecten en spinnen, gebruik makend van een ruimte-voor-tijd opzet. De intensiteit van het landgebruik werd gemeten aan de hand van de jaarlijkse productiviteit. Insecten en spinnen werden bemonsterd langs vaste transecten in mei, juni en juli, met behulp van sleepnetten en tellingen van bestuivers. De aantallen werden per orde geteld en een brede selectie van soortgroepen werd gedetermineerd tot soortniveau. Van lage naar hoge intensiteit namen de aantallen vliegen (Diptera) toe, wat de totale abundantie van geleedpotigen stabiliseerde, terwijl de meeste andere ordes sterk in aantal afnamen en de totale soortenrijkdom halveerde. Diepgaander inzicht werd verkregen door de verspreiding van individuele soorten langs het intensiteitsgradi\u00ebnt te analyseren. Bij intensief landgebruik namen de meeste soorten af of verdwenen zelfs volledig (respectievelijk 85% en 64% van alle ge\u00efdentificeerde soorten), maar een kleine groep wijdverspreide soorten (9%) nam toe. Waarschijnlijk zorgen dergelijke \u2018winnaars\u2019 voor de stabiliteit van de totale abundantie. Bovendien toonden deze soort-specifieke analyses een sterker verlies van biodiversiteit dan de meer gangbare indicatoren. De grootste verliezen traden op tijdens de overgang van laag naar matig intensief beheer. Dit betekent dat zeer extensieve graslanden, die in de meeste agrarische landschappen vrijwel verdwenen zijn, cruciaal zijn voor de meeste soorten geleedpotigen.\n\nSoortinventarisaties zijn zo tijdrovend dat dit de schaal van huidige biodiversiteitsevaluaties sterk beperkt. Daarom onderzocht hoofdstuk 4 of bloemen kunnen worden gebruikt als algemene biodiversiteitsindicatoren voor geleedpotigen en planten in graslanden. Parallel aan de inventarisaties uit hoofdstuk 3 werden de soortenrijkdom van planten en bloemen en de totale bloembedekking gemeten langs dezelfde transecten. Bloemrijkdom vertoonde consistente lineaire relaties met de soortenrijkdom van planten en geleedpotigen. Bloembedekking vertoonde meer variabele relaties met de soortenrijkdom van deze groepen, en indien lineair werden deze relaties veelal ook verklaard door bloemrijkdom. Bloemrijkdom weerspiegelde ook de toename in geleedpotigenrijkdom van voorjaar tot zomer, evenals de exponenti\u00eble afname bij toenemende intensiteit van het landgebruik. Bloemrijkdom vormt daarom een breed toepasbare indicator van graslandbiodiversiteit. Dit kan de evaluatie van herstelresultaten vergemakkelijken, want bloemrijkdom is effici\u00ebnt te meten over grote gebieden en is direct gerelateerd aan het lokale beheer.\n\nAls relevante indicatoren op locatieniveau worden gemeten, kunnen ze ook worden gebruikt om herstelmaatregelen lokaal af te stemmen. Dit proefschrift heeft getest of het effect van minder maaien op bloemen afhangt van productiviteit en soortsamenstelling van graslanden (hoofdstuk 5). In twaalf graslanden met een verschillende productiviteit werden steeds vier proefplots opgezet, waarin om de paar dagen de bloembedekking van elke kruidachtige soort werd geregistreerd gedurende het groeiseizoen (april\u2013augustus), terwijl de plots nul tot drie keer werden gemaaid. Zo konden zowel de bedekking als de soortenrijkdom van bloeiende kruiden in elk plot worden gevolgd. De resultaten toonden aan dat minder maaien alleen bij een lagere productiviteit tot meer bloei leidde, terwijl de herbloei na het maaien ook sneller ging bij een lagere productiviteit. Deze effecten worden waarschijnlijk veroorzaakt door de verhoogde concurrentie om licht bij een hoge productiviteit, waardoor bloemen verdrongen worden, maar maaien ook meer impact heeft. Bovendien was het effect van maaien sterk afhankelijk van de fenologie en het vermogen tot herbloei van de lokale kruidachtigen. Slechts enkele soorten herstelden volledig onder frequente maairegimes, maar de helft van alle soorten herstelde volledig na \u00e9\u00e9n maaibeurt in het voorjaar. De resultaten van herstelmaatregelen kunnen daarom worden verbeterd door het maaibeheer per locatie af te stemmen op de soortsamenstelling. Mogelijke aanpassingen zijn om ongemaaide delen te behouden voor laatbloeiende soorten in laagproductieve habitats, en om juist gedeeltelijk te maaien in het voorjaar ter bevordering van de herbloei vanaf juli.\n\nHet herstel van biodiverse graslandecosystemen vereist een drastische extensivering van moderne landbouwpraktijken. Het financieel belonen van publieke diensten kan boeren in staat stellen om dit te doen. De samenleving, niet individuele boeren, moet daarom verantwoordelijkheid nemen voor de publieke diensten die deze ecosystemen leveren. In de meeste agrarische landschappen is een toename van natuurherstel in graslanden nodig om publieke diensten te waarborgen, met name van hoogwaardige habitats die het grootste deel van de graslandbiodiversiteit herbergen. Huidige inspanningen slagen er echter meestal niet in om deze habitatkwaliteit te herstellen. De nadelige invloed van omliggend landgebruik, maar ook kennislacunes en suboptimaal beheer beperken de effectiviteit van huidige herstelprogramma\u2019s, zoals het Europees beleid voor natuurvriendelijke landbouw. Deze programma\u2019s kunnen worden verbeterd door hun beheer af te stemmen op locatie-specifieke omstandigheden, en resultaatsgerichte vergoedingen kunnen boeren hiervoor motiveren, mits de resultaten op alle betrokken percelen worden gemeten. Dit vereist een grondiger begrip van onderbelichte taxa en een grootschalige evaluatie van breed toepasbare biodiversiteitsindicatoren. Bovendien moet ecosysteemherstel worden ge\u00efntegreerd met duurzame methoden voor voedselproductie in beheerplannen op landschapsschaal, waarin de verschillende functies van een landschap op optimale locaties worden vervuld. Met een passende ruimtelijke planning, lokaal aangepast beheer en eerlijke financi\u00eble steun kunnen beheerde graslanden bijdragen aan voedselzekerheid, ecosysteemfuncties en biodiversiteitsherstel.","summary":"Agriculture has become the leading cause of global environmental change and biodiversity loss, threatening the resilience of ecosystems around the globe. Grassland ecosystems, most of which are nowadays maintained by humans for livestock keeping, have suffered particularly severe habitat and biodiversity declines. This also threatens the delivery of a wide range of ecosystem services that underpin human well-being and agriculture itself. Therefore, governments and public organizations aim to restore degraded grassland ecosystems, but their actions have so far not resolved the main causes of degradation. For example, Europe\u2019s agri-environmental policies already exist for decades but the intensive land use practices that erode the continent\u2019s rich grassland biodiversity, including high fertilization inputs, stocking rates and harvesting frequencies, are still expanding. Despite substantial research emphasis on the advantages of biodiversity for agriculture, farmers remain reluctant to adopt biodiversity-friendly practices at a larger scale. In this thesis, I investigated socio-economic and management-related constraints to more effective restoration of biodiversity and ecosystem service delivery on managed grasslands. All chapters are based on data collected in a study area in the south of the Netherlands where land use ranges from very extensively used semi-natural grasslands to highly intensive production grasslands. This gradient reflects the land use intensification trend that takes place in managed grasslands across the world\u2019s temperate regions.\n\nStarting from a broad socio-economic perspective, this thesis evaluated whether restoring biodiversity-based ecosystem services creates win-wins or trade-offs between grassland farmers and society (chapter 2). A broad range of ecosystem service indicators was measured in the field, and interviews with farmers were conducted to assess each grasslands\u2019 management and annual production. Next, its contribution to the income of farmers was estimated by the gross margin of forage production at field level. Of all investigated ecosystem services, only nitrogen fixation by legumes contributed significantly to grassland productivity, and this contribution was minor compared to the effect of fertilization. Farmer income was largely determined by productivity and traded off strongly with biodiversity, nutrient retention and carbon sequestration, all of which are public goods. Multiple public goods increased in parallel with biodiversity. This implies that the restoration of grassland ecosystems benefits society but not farmers. Therefore, ecological restoration programs require societal support that makes the delivery of public goods economically rewarding.\n\nBiodiversity underpins the supply of multiple public goods, but the impacts of land use intensification on many taxonomic groups remain understudied, especially among arthropods. Therefore, chapter 3 investigated the effects of land use intensification on grassland arthropods in a space-for-time study. Land use intensity was measured by annual productivity, and arthropods were surveyed in May, June and July along fixed transects by sweep-netting and pollinator counts. All specimens were counted per order and a broad selection of groups was identified to species level. From low to high intensity levels, Diptera numbers increased and stabilized overall arthropod abundance, while most other orders declined sharply in abundance and overall species richness halved. Further insight was obtained by examining the distributions of individual species along the sampled land use intensity gradient. At high intensity levels, most species declined or disappeared completely (85% resp. 64% of all identified species), but a small group of widespread species (9%) increased. It is probable that such \u2018winners\u2019 cause the stability of overall abundance levels. Furthermore, these species-level analyses revealed stronger biodiversity losses than more widely used diversity metrics. The highest losses occurred between low and medium levels of land use intensity. This means that low-intensity grasslands, which are nearly lost in many agricultural landscapes, are crucial for most arthropod species.\n\nThe laboriousness of biodiversity inventories severely constrains the scale of current biodiversity evaluations. Therefore, chapter 4 examined whether flower metrics can be used as general biodiversity indicators for arthropods and plants in grasslands. In parallel to the arthropod surveys presented in chapter 3, plant and flower species richness and total flower cover were surveyed along the same fixed transects. Flower richness showed consistent linear relations with plant and arthropod species richness. Flower cover showed more variable relations with plant and arthropod richness, and if linear these relations were largely explained by flower richness as well. Flower richness also reflected the increase of arthropod richness from spring to summer and its exponential decline with increasing land-use intensity. Therefore, flower richness qualifies as a broadly representative indicator of grassland biodiversity. This can facilitate the evaluation of restoration outcomes because flower richness can be measured efficiently across large areas, but is also directly relatable to site-level management decisions.\n\nWhen relevant indicators are measured at site level, they can also be used to tailor restoration measures at a local basis. This thesis tested whether the effect of reduced mowing on grassland flowers depends on productivity and floral composition (chapter 5). In twelve grasslands with varying productivity levels, four test plots were set up in which each forb species\u2019 flower cover was recorded every few days during the main growing season (April-August), while the plots were mown zero to three times. Hence, both the cover and richness of flowering forbs could be traced over time in each plot. The results showed that reduced mowing only enhanced flowering at lower productivity levels, but flower recovery after mowing also went faster at lower productivity levels. These responses are probably both driven by the increased competition for light at high productivity levels, which suppresses flowering but also enhances the impact of mowing. Furthermore, effects of mowing were strongly dependent on the phenology and recovery potential of local forb species. Only a few species recovered fully under frequent mowing regimes, but half of all species recovered fully after a single spring cut. Restoration outcomes can therefore be improved by tailoring mowing regimes to the site-specific floral composition. Possible adjustments include to retain uncut refuges that preserve late-flowering species in low-productive habitats, and partial spring cuttings to promote flower regrowth from July onwards.\n\nThe restoration of biodiversity-rich grassland ecosystems requires a drastic extensification of modern land use practices. Financial rewards for public goods can enable farmers to do so. Society, not individual farmers, must therefore take responsibility for the public goods that these ecosystems provide. In most modern agricultural landscapes, safeguarding public goods requires increased areas of restored grassland habitats, especially of high-quality habitats that sustain the majority of grassland biodiversity. However, most current restoration efforts do not succeed to restore desirable habitat qualities. Adverse influences from surrounding land use, but also knowledge gaps and suboptimal management strategies impair the effectiveness of current restoration schemes, such as Europe\u2019s agri-environment schemes. These schemes can be improved by tailoring their management to site-specific conditions, and result-based payments can motivate farmers for this, provided that restoration outcomes are measured across contracted fields. This requires a more thorough understanding of understudied taxa as well as large-scale evaluation of broadly applicable biodiversity indicators. Furthermore, ecosystem restoration needs to be integrated with sustainable food production systems in landscape-level management plans that optimize the allocation of the different functions that landscapes provide. With appropriate spatial planning, locally tailored management and fair financial support, managed grasslands can support both food security, ecosystem functions and biodiversity in accordance.","auteur":"Reinier de Vries","auteur_slug":"reinier-de-vries","publicatiedatum":"28 mei 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/reinierdevries?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/57ecf557-bb1b-4fc3-980e-610e4c34d1eb\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"19016","isbn":"978-94-6534-403-4","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Wageningen University","afbeeldingen":14889,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Wageningen University","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14887","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=14887"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14887\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":14890,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14887\/revisions\/14890"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/14888"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=14887"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=14887"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}