{"id":14580,"date":"2026-04-30T10:43:44","date_gmt":"2026-04-30T10:43:44","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/mike-hynes\/"},"modified":"2026-04-30T10:44:02","modified_gmt":"2026-04-30T10:44:02","slug":"mike-hynes","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/mike-hynes\/","title":{"rendered":"Mike Hynes"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":14581,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-14580","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"CORAL REEF TIME MACHINE","samenvatting":"Tropische koraalriffen en de bijbehorende laaggelegen eilanden zijn belangrijke ecosystemen van biodiversiteit en bieden talloze ecologische en sociaaleconomische voordelen voor planten, dieren en mensen. Omdat veel van deze riffen een directe impact hebben op kust- en eilandbewoners, en omdat veel eilanden en kustlijnen zich op of net boven zeeniveau bevinden, is het belangrijk om te begrijpen hoe deze riffen en eilanden in de toekomst kunnen veranderen als reactie op zeespiegelstijgingen en veranderende omgevingsomstandigheden. De Koraaldriehoek (ook wel Coral Triangle, \u201cCT\u201d, genoemd, als deel van de grotere of Centrale Indo-Pacifische Regio) is wetenschappelijk echter een zeer onderbelicht gebied, ondanks de hoge koraaldiversiteit en overvloed aan riffen aldaar. Met dit als achtergrond, gaat dit proefschrift over de rifvorming in de Koraaldriehoek tijdens het Holoceen om de invloeden uit het verleden op de groei van riffen (en eilanden) te bepalen, met als doel de huidige, en vooral toekomstige, trends met betrekking tot rifgroei beter te begrijpen. Dit werd gedaan door eerdere Indo-Pacifische (en wereldwijde) studies van Holocene rifkernen te bekijken met geochronologie\u00ebn om de geomorfologische en paleoecologische regimes op eeuwen- en millenniumlange schalen te onderzoeken. Bovendien heeft de verzameling van een reeks rifkernen van twee eilanden in de Spermonde Archipel in de Straat van Makassar, Indonesi\u00eb, een meer lokale context geboden. Deze kernen leverden materiaal op uit de CT (slechts de vierde set kernen die ooit in de regio werd verzameld) dat geanalyseerd kon worden voor een reconstructie van de Holocene geomorfologie en paleoecologie van de Spermonde Archipel.\n\nIn hoofdstuk 2 zijn eerder gepubliceerde studies geraadpleegd en onderzocht om de accretiesnelheid van riffen regionaal en wereldwijd in kaart te brengen, met als uitdrukkelijk doel een beter begrip te krijgen van hoe deze groeisnelheid van riffen varieerde gedurende het Holoceen (met het oog op de veranderende omgevingsomstandigheden gedurende deze periode). Dit leverde zowel basiskennis op als een uitgebreide dataset van rifaccretie om de uitkomsten van toekomstig onderzoek mee te kunnen vergelijken (inclusief de mogelijkheid voor toekomstige voorspellingsmodellen). Tot nu toe is het een nuttig instrument gebleken voor andere onderzoekers om accretiepatronen van hun locatie te onderzoeken en te vergelijken met regionale en wereldwijde patronen. Bovendien lijken deze regionale en wereldwijde trends overeen te komen met de hypothese dat er een hiaat in de rifgroei te vinden is in het midden van het Holoceen, hoewel het waarschijnlijker is dat dit een periode van intense accretievertraging was, en geen echte geologische hiaat van ontbrekende tijd. Deze wereldwijde dataset van accretiesnelheid uit het Holoceen heeft een basis geboden om de accretie binnen de Koraaldriehoek beter te kunnen begrijpen, die in dit proefschrift verder wordt onderzocht.\n\nDit leidt naar hoofdstukken 3 en 4, waarvoor rifkernen werden verzameld van twee eilanden binnen de Spermonde-archipel, Zuid-Sulawesi (in het hart van de CT) en werden onderzocht op respectievelijk hun geomorfologie en paleoecologie uit het Holoceen. Met de robuuste geochronologie (radiokoolstofdatering) die in hoofdstuk 3 werd uitgevoerd, kon ik 25 accretiesnelheden bepalen over een periode van 7200 jaar rifgeschiedenis. In combinatie met de korrelgroottegegevens en geologische facies kon een model worden bepaald van het patch-rifcomplex en de bijbehorende eilandgroei vanaf het Midden-Holoceen tot heden. Dit toonde aan dat het patch-rifcomplex zich vormde aan het einde van de snelle zeespiegelstijging van 7200\u20136000 jaar geleden en aanwaste met de hoge snelheden die nodig zijn om de groei onder deze zeespiegelstijging te ondersteunen. Rond 5500 jaar geleden begon het eilandencomplex aan lucht blootgesteld te worden toen de zeespiegel met ongeveer 1 tot 2 meter daalde. Ten slotte is de zeespiegel de afgelopen decennia weer gaan stijgen en zal dit in de nabije toekomst blijven doen. De aangroei is echter ook toegenomen, wat aantoont dat deze riffen de toekomstige zeespiegelstijging kunnen bijbenen, mits andere stressfactoren dit vermogen niet ernstig be\u00efnvloeden (zoals bijvoorbeeld verhoogde temperaturen en eutrofi\u00ebring).\n\nDit onderzoek geeft inzicht in hoe riffen in het verleden konden groeien in samenhang met de stijgende zeespiegel. Daarom was het doel ook om erachter te komen hoe de soortensamenstelling van koraal-, sponzen- en foraminiferengemeenschappen met deze aangroei veranderden. In hoofdstuk 4 werden de veranderingen in koraal en foraminferengemeenschappen over een periode van 7200 jaar, en in sponsagemeenschappen (op basis van hun spicula) over een periode van 2100 jaar, beschreven en geanalyseerd. Koraalgemeenschappen vertoonden een verschuiving van dieper water, met een grotere morfologische diversiteit, naar dominant vertakkende Acroporidae-koralen op de ondiepe rifvlakten. Verder vonden we de aanwezigheid van de koraalsoort Palauastrea ramosa op beide eilanden gedurende het hele Holoceen, maar deze soort is in de afgelopen halve eeuw van koraalonderzoek niet meer in het gebied waargenomen. Recent is Palauastrea aangetroffen op slechts 150 km afstand en wordt deze soort vaak aangetroffen in troebele rifecosystemen. Dit suggereert dat er in de afgelopen eeuw een milieuverandering heeft plaatsgevonden die van invloed is geweest op het voorkomen van deze soort, of dat deze soort daar mogelijk alleen nog steeds cryptisch voorkomt. Foraminifeergemeenschappen toonden een verschuiving aan van meer door koraalgedomineerde substraten (vooral op de vlakke bodem) naar steeds vaker voorkomende mengsels van algen en koraalpuin. Zowel koraal- als foraminifeergemeenschappen wijzen ook op een consistente aanwezigheid van troebelheid in het kustnabije deel van de Spermonde Archipel, zelfs v\u00f3\u00f3r de toegenomen antropogene troebelheid van de afgelopen eeuwen. Deze stressbestendige taxa die bestand zijn tegen door troebelheid veroorzaakte stressoren zouden een reden kunnen zijn waarom Spermonde beter presteert bij verbleking dan nabijgelegen locaties. Spicula zijn moeilijk toe te wijzen aan een taxonomie op soortsniveau, maar wat wel werd opgemerkt, is dat er in de loop van de afgelopen 2000 jaar een lokale toename is in het aantal spicula van cryptisch gravende sponstaxa. Omdat deze gravende sponzen een voorkeur hebben voor koraalpuin, zou dit kunnen wijzen op een afnemende koraalbedekking en een toename van puin en bio-erosie op deze complexen.\n\nTot slot werd in hoofdstuk 5 het gebruik van een beeldsegmentatie- en classificator (die op zijn beurt getraind werd door machine learning) toegepast op zandkorrels uit de rifkernen. Dit maakte het mogelijk om extra informatie toe te voegen over de bron van de kalkzandkorrels gedurende het Holoceen, die direct gekoppeld is aan de geomorfologische en paleoecologische gegevens van hoofdstukken 3 en 4. Dit zou een nuttige en gemakkelijker beschikbare plaatsvervanger kunnen zijn voor het bepalen van paleoturbiditeitsregimes, iets waarvoor momenteel geen betrouwbare en standaard proxy beschikbaar is.\n\nHoewel ik talloze geomorfologische en paleoecologische factoren heb onderzocht aan de hand van de Holocene rifkernen, is er nog werk te verzetten na dit proefschrift. Holocene rifkernen bieden ons de mogelijkheid om veranderingen in het verleden van riffen te begrijpen en hoe ze zich kunnen aanpassen aan toekomstige klimaat- en omgevingsveranderingen. Dit proefschrift heeft aangetoond dat de laaggelegen eilanden van de Spermonde Archipel in staat waren om zichzelf tijdens de zeespiegelstijging gedurende de eerste paar duizend jaar van hun bestaan aan te passen, en gedurende troebele omstandigheden en andere stressfactoren te kunnen overleven. Bovendien waren ze in staat om koraalrifproductie en -aanwas voort te zetten op niveaus die nodig waren om boven zeeniveau te kunnen blijven, en hun oppervlakte te behouden, zelfs als de randen en positie van het eiland over het platform verschoven. Andere eilanden en atollen in de Indo-Pacifische regio hebben in het verleden en heden vergelijkbare capaciteiten getoond om op vergelijkbare wijze te overleven ondanks zeespiegelwijzigingen. Dit is absoluut noodzakelijk, aangezien er grote groepen mensen op deze eilanden leven en die afhankelijk zijn van deze rifsystemen als bescherming tegen golven en stormen, als voedselbron en voor andere sociaaleconomische baten. Het is echter net zo belangrijk dat andere stressfactoren, zoals klimaatverandering\/thermische stress en overbevissing, ook worden aangepakt om ervoor te zorgen dat deze riffen en de bijbehorende laaggelegen eilanden blijven bestaan, ten behoeve van de mens, dieren, planten en de planeet zelf.","summary":"Tropical coral reefs and their associated low-lying islands are important ecosystems of biodiversity and provide numerous ecological and socioeconomic benefits to plants, animals, and humans. As many of these reefs have a direct impact on coastal and island dwelling people, and many islands and coastlines are at or just above sea level, it is important to understand how these reefs and islands may grow and change in the future in response to shifting sea levels and environmental conditions. However, the Coral Triangle (part of the larger Central Indo-Pacific) is a very understudied region given its high coral diversity and reef abundance. With this in mind, this thesis investigated Holocene reef formation in the Coral Triangle to determine past influences on reef (and island) accretion and growth, with the purpose of better understanding present, and especially future, reef growth trends. This was done by looking at previous Indo-Pacific (and global) studies of Holocene reef cores with geochronologies to examine the geomorphological and paleoecological regimes over centennial and millennial scales. Further, the collection of a suite of reef cores from two islands in the Spermonde Archipelago, in the Makassar Strait, Indonesia aided this understanding and provided a more local context. These cores provided material from the Coral Triangle (being only the fourth set of cores ever collected from the region) to be analyzed for a reconstruction of the Holocene geomorphology and paleoecology of the Spermonde Archipelago.\n\nIn Chapter 2, I examined published peer-reviewed studies to examine reef accretion rates regionally and globally, with the express purpose of building a better understanding of how reef accretion varied across the Holocene (with the changing environmental conditions over this time period in mind). This provided both a base understanding, and a comprehensive dataset of reef accretion as a basis to compare the outcome of future works to (including the potential for future forecast modelling), and has thus far been a useful tool for other researchers to examine and compare accretion regimes from their locality to regional and global patterns. Further, these regional and global trends seem to agree with the hypothesis of a Mid-Holocene Reef Growth Hiatus, though it is more likely that this was a period of intense accretion slowdown, and not a true geological hiatus of missing time. This global Holocene accretion rate dataset has provided a basis to better understand accretion within the Coral Triangle, examined further in this thesis.\n\nThis leads into Chapters 3 and 4, for which reef cores were collected from two islands within the Spermonde Archipelago, South Sulawesi (in the heart of the CT) and examined for their Holocene geomorphology and paleoecology, respectively. With the robust geochronology (radiocarbon dating) conducted in Chapter 3, I was able to determine 25 accretion rates across 7200 years of reef history. When combined with the grain size data and geological facies, a model of patch reef complex and associated island growth from the Mid-Holocene to present could be determined. This demonstrated that the patch reef complex formed alongside the tail end of rapid sea level rise from 7200\u20136000 YBP, and was accreting at the high rates required to sustain growth under this sea level rise. At 5500 YBP the island complex began to see subaerial exposure when sea level dropped by approximately 1\u20132 meters. Finally, in the contemporary sea level has begun to rise again in the past decades and will continue to do so into the near future. However, accretion rates have also begun to increase, showing that these reefs have the ability to keep up with future sea level rise, provided other stressors do not severely impact this capability (for example, increased temperatures and eutrophication).\n\nThis research gives insights on how reefs in the past were able to grow in the face of rising sea levels, and therefore, I also wanted to examine how species compositions of coral, sponge, and foraminiferan assemblages shifted alongside this accretion. Chapter 4, the changes of coral and foram assemblages over 7200 years, and sponge spicule assemblages over 2100 years, were determined and analyzed. Coral assemblages showed a shift from deeper water, more morphologically diverse genera to dominantly branching Acroporidae corals on the shallower reef flats. Further, we found the coral Palauastrea ramosa present on both islands from across the Holocene, but this species has not been noted from the area over the last half a century of coral surveys. In modern times Palauastrea is known from only 150 km away, and is commonly found in turbid reef systems, which suggests that over the last century there was an environmental shift which impacted the presence of this species, or it may exist there only cryptically today. Foram assemblages demonstrated a shift from more coral-dominated substrates (especially on the flats) to increasingly more common algal and coral rubble mixes. Both coral and foram assemblages also indicate a consistent presence of turbidity in nearshore reefs of the Spermonde Archipelago, even predating the increased anthropogenic turbidity of the last couple of centuries. These stress-tolerant taxa that can withstand turbidity-induced stressors could be a reason why the Spermonde reefs fare better from bleaching events than nearby locales. Spicules are difficult to assign to low-level taxonomy; however, it was noted that over the last 2000 years there has been a local increase in spicules from cryptic excavating sponge taxa. As these excavating sponges prefer coral rubble, this could be an indication of declining coral cover and increased rubble patches and bioerosion on these complexes.\n\nFinally in Chapter 5, the use of an image segmenter and classifier (which in turn was trained by machine learning) was applied to sand grains from these cores. This allowed for the addition of extra information regarding the source of carbonate sand grains throughout the Holocene, which is directly linked to the geomorphological and paleoecological data collected in Chapters 3 and 4. This could be a useful and more readily available proxy for determining paleoturbidity regimes, something which does not currently have a reliable and standard proxy in use.\n\nWhile I have explored numerous geomorphological and paleoecological factors from these Holocene reef cores, there is still work to be done beyond this thesis. Holocene reef cores are filled with the potential for us to understand past reef changes, and how they may adapt to future climatic and environmental changes. This thesis has shown that low-lying islands in the Spermonde Archipelago were able to cope with sea level rise over the first few thousand years of their existence, and have also adapted to turbid conditions and survived other stressors over time. Further, they were able to continue carbonate production and accretion at levels needed to stay above sea level, and maintain area even if the island\u2019s margins and location shifts across the shelf platform. Other islands and atolls across the Indo-Pacific region have shown similar abilities in the past and present, to persist in a similar fashion in the face of sea level shifts. This is imperative as large human populations live on these islands and the coastlines of these reef systems, relying on their protection from waves and storms, as a source of food, and for other socioeconomic benefits. That having been said, it is equally important that other stressors such as climate change\/thermal stress and over fishing also need to be addressed to ensure that these reefs and associated low-lying islands persist for the benefit of humans, animals, plants, and the planet itself.","auteur":"Mike Hynes","auteur_slug":"mike-hynes","publicatiedatum":"20 mei 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/mikehynes?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/c96389dc-b183-4f88-ac56-77ce0e992730\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"18961","isbn":"978-94-6534-386-0","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit van Amsterdam","afbeeldingen":14582,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit van Amsterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14580","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=14580"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14580\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":14583,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14580\/revisions\/14583"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/14581"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=14580"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=14580"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}