{"id":14538,"date":"2026-04-29T09:58:18","date_gmt":"2026-04-29T09:58:18","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/manjunath-prasad\/"},"modified":"2026-04-29T09:58:36","modified_gmt":"2026-04-29T09:58:36","slug":"manjunath-prasad","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/manjunath-prasad\/","title":{"rendered":"Manjunath Prasad"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":14539,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-14538","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Genetic and Physiological Basis of Seed Longevity in Rice under Dry Storage","samenvatting":"Zaden vormen de basis van de landbouw, de wereldwijde voedselzekerheid en het behoud van biodiversiteit. Landen die vooroplopen in landbouwproductie erkennen dat zaaizaadkwaliteit cruciaal is voor hoge opbrengsten en productiviteit. Zaaizaad is niet alleen plantmateriaal, maar draagt ook genetische eigenschappen die kunnen zorgen voor meer opbrengst en een betere stressbestendigheid. Zaaizaden van veel belangrijke gewassen die door boeren of zaadbedrijven worden geoogst voor verkoop, zijn vaak niet bedoeld om direct te zaaien en moeten daarom (kort) worden opgeslagen. Ook het zaaizaad van elite veredelingslijnen en het zaad van uiteenlopende plantensoorten in genenbanken moet tientallen jaren behouden blijven. Toch gaat de kwaliteit van zaaizaden onvermijdelijk achteruit, zelfs onder de beste droge en koele opslag. Dat leidt tot tragere en minder gelijkmatige kieming, meer abnormale zaailingen en uiteindelijk verlies van kiemkracht, waardoor de zaden ongeschikt worden om te zaaien. Dit probleem is extra groot in warme, vochtige tropische en subtropische regio\u2019s. Juist daar worden veel voedingsgewassen geproduceerd en wonen veel arme bevolkingsgroepen. Rijstzaden, die meer dan de helft van de wereldbevolking voeden, worden in Zuid- en Zuidoost-Azi\u00eb vaak in grote hoeveelheden onder omgevingscondities opgeslagen. Kwaliteitsverlies tijdens opslag raakt daar direct de voedselzekerheid en het inkomen van de boeren.\n\nBij droge opslag duurt het vaak jaren voordat veroudering zichtbaar wordt. Daardoor is het lastig om kiemkrachtverlies in zaaizaadpartijen te volgen en te voorspellen. Daarom gebruiken onderzoekers verouderingstesten, en die staan centraal in dit proefschrift. Klassieke \u2018vochtige\u2019 verouderingstesten, zoals de zogenoemde \u201ccontrolled deterioration\u201d en \u201caccelerated ageing\u201d, stellen zaden bloot aan hoge vochtigheid en temperatuur om snelle achteruitgang op te wekken. De oxidatieve stress die zaden onder droge opslag ervaren, worden door deze testen echter maar beperkt nagebootst. Dit proefschrift vult die leemte aan door (i) een methode te ontwikkelen om veroudering onder droge omstandigheden te versnellen, (ii) nieuwe tools in te zetten om de fysiologische mechanismen van oxidatieve achteruitgang te bestuderen, (iii) de genetische basis hiervan te ontrafelen, en (iv) belangrijke factoren te identificeren die de levensduur van rijstzaaizaad bepalen binnen realistische opslagbeperkingen.\n\nIn vochtige, metabolisch actieve zaden (zoals in klassieke \u201cnatte\u201d verouderingstesten) ontstaat schade vooral door enzymatische afbraak, metabolische activiteit en het opraken van energiebronnen. Bij droge zaden (zoals in commerci\u00eble opslag en genenbanken) komt de belangrijkste verouderingsschade juist door niet-enzymatische oxidatiereacties, aangedreven door zuurstof uit de lucht. In hoofdstuk 2 optimaliseren en valideren we daarom een experimentele verouderingsmethode met verhoogde parti\u00eble zuurstofdruk (EPPO, Elevated Partial Presure of Oxygen) voor droge rijstzaden. Zaden werden eerst in evenwicht gebracht bij 20\u00b0C en 40% relatieve luchtvochtigheid (RV), overeenkomend met droge opslagconditie en daarna verouderd onder EPPO (20 MPa lucht; de parti\u00eble zuurstofdruk is 200\u00d7 hoger dan de normale 0.1 MPa) in afgesloten stalen tanks bij 35\u00b0C. Bij 20 uiteenlopende rijstzaadpartijen leidde dit tot een snelle, geleidelijke daling in zaadvitaliteit, totale kieming en het aandeel normale zaailingen. Gemiddeld zakte in circa 21 dagen de totale kieming onder droge EPPO-omstandigheden naar ongeveer 50% en ging bij langer verouderen de levensvatbaarheid volledig verloren na ongeveer 56 dagen. Zaden die bij dezelfde temperatuur onder normale luchtdruk lagen, vertoonden in die perioden vrijwel geen achteruitgang. Een stikstofcontrole (hogedruk stikstof in plaats van lucht) gaf ook slechts een kleine daling (\u223c5% in 56 dagen). Dat laatste wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een drukeffect dat de wateractiviteit van het zaad licht verhoogt en daarmee de veroudering iets stimuleert.\n\nTussen de 20 zaadpartijen die we hebben getest, zagen we grote verschillen in levensduur, uitgedrukt als P50 (de tijd die nodig is om 50% van de initi\u00eble kieming te verliezen). Sommige partijen bleken relatief tolerant (langzame achteruitgang), andere waren juist gevoelig (snelle achteruitgang) voor bewaring onder EPPO. Met geavanceerde analysetechnieken, waaronder analyse van variatie in metabolieten, onderzochten we de mechanismen achter EPPO-veroudering. Analyse van extracten van vetzuren en vluchtige stoffen in de gasfase boven de zaadmonsters, liet een duidelijke ophoping zien van geoxideerde triglyceriden, aldehyden uit fosfolipiden en vluchtige vetzuren met een korte keten. Dit zijn metabolieten die typisch zijn voor kettingreacties van auto-oxidatie van vetzuren. Bij de controles zagen we geen ophoping van dit type metabolieten. We vergeleken EPPO ook met praktijksituaties: traditionele rijstopslag (60% RV en 28\u00b0C), geconditioneerde droge pakhuisopslag (40% RV en 28\u00b0C) en kunstmatige veroudering door controlled deterioration (75% RV en 35\u00b0C). Op basis van correlatieanalyse leek het door EPPO opgewekte metabolietprofiel op dat van geconditioneerde droge opslag en met name sterk op dat van langdurige traditionele opslag. Dat ondersteunt EPPO als een realistischer model voor natuurlijke, droge veroudering. Opvallend was dat EPPO-monsters sterkere oxidatieve signaturen hadden dan zaden uit een vochtige controlled deterioration verouderingstest. Dit benadrukt dat vochtige veroudering ook andere biochemische routes omvat (zoals enzymatische hydrolyse) die bij droge zaden nauwelijks optreden. De EPPO-methode is daarmee een krachtige, oxidatie-gedreven test om toleranties tussen genotypen goed te vergelijken.\n\nOmdat de EPPO fysiologisch relevant bleek voor droge opslag, verbreden we in hoofdstuk 3 de focus naar de genetische basis van tolerantie voor droge zaadopslag. Klassieke genetische analyse met biparentale populaties levert vaak kaarten op met grote genomische regio\u2019s en vergt veel vervolgonderzoek om de causale genen te vinden. Daarom gebruikten we een genoom-brede associatiestudie (GWAS voor genome-wide association study) met 300 diverse rijstaccessies van het International Rice Research Institute (Filipijnen), met een hoge-resolutie aan SNP-data. Omdat met de grote hoeveelheid monsters handmatige fenotypering van de kieming na veroudering praktisch niet haalbaar was, ontwikkelden we een semi-automatisch fenotyperings-platform op basis van beeldanalyse. Daarmee legden we dynamische verschillen vast in kiempatronen en kiemparameters bij EPPO-verouderde zaden. Na correctie voor het drukeffect kregen we kwantitatieve gegevens voor afname in vitaliteit en levensvatbaarheid als gevolg van de veroudering. De GWAS leverde 14 significante posities in het genoom op. Geen daarvan kwam overeen met eerder gerapporteerde posities uit klassieke vochtige verouderingstesten, wat erop wijst dat tolerantie voor droge veroudering genetisch anders is dan tolerantie voor vochtige veroudering.\n\nDe meest significante SNP (onderscheidend locus) lag in het Rc-gen, een bekend gen dat de kleur van het pericarp (de buitenlaag van de rijstkorrel) bepaalt en gerelateerd is aan het domesticeren van rijst. Rc codeert voor een basic helix-loop-helix (bHLH) transcriptiefactor die de biosynthese van proanthocyanidinen (PA\u2019s) in het pericarp regelt. Om de rol van Rc te bevestigen, verouderden we bijna-isogene lijnen: SD7-1D met een functioneel Rc-gen en SD7-1d met een niet-functioneel (nul) rc-gen, onder EPPO en controlecondities. Zaden met het wildtype Rc-allel bleven significant langer levensvatbaar dan zaden met het rc-allel. Daarmee is Rc een belangrijke regulator voor overleving onder droge omstandigheden. Functionele Rc-expressie leidt tot ophoping van proanthocyanidinen in het pericarp. Deze moleculen werken als sterke antioxidanten: ze vangen zuurstofradicalen weg en remmen de kettingreacties van auto-oxidatie en o.a. beschadiging van de celmembranen. Waarschijnlijk verklaart dit de hogere tolerantie tegen schade door hoge zuurstofniveaus tijdens opslag. De identificatie van Rc slaat zo een brug tussen moleculaire genetica en zuurstof-gedreven verouderingschemie: via een hogere antioxidantcapaciteit neemt de tolerantie voor droge veroudering toe. Dit onderzoek behoort tot de weinige studies die een geassocieerde SNP hebben teruggevoerd tot het onderliggende moleculaire mechanisme van levensduur van rijstzaden bij droge bewaring.\n\nOmdat de negatieve effecten van hoge zuurstofniveaus nu duidelijk zijn, onderzochten we vervolgens of opslag onder hypoxie (<1% zuurstof) de houdbaarheid van rijstzaaizaden kan verlengen. In hoofdstuk 4 richten we ons op de omgevingsfactoren zuurstofconcentratie, luchtvochtigheid en temperatuur, die samen de houdbaarheid bepalen. Uit gecontroleerde opslagexperimenten bleek dat de onderzochte hypoxie zeer gunstig is voor droog opgeslagen zaden met een glasachtige cytoplasma zonder metabole activiteit, maar niet voor vochtig opgeslagen zaden met een rubberachtige of vloeibare cytoplasma en duidelijke metabole activiteit. Hypoxie bleek, afhankelijk van de temperatuur, dodelijk voor vochtig opgeslagen zaden. Analyse van de gasfase boven vochtig bewaarde zaden liet een ophoping zien van alcoholen, wat wijst op anaerobe ademhaling en de vorming van toxische eindproducten. Bij droge zaden verlengde hypoxie de levensduur: zelfs na 4.3 jaar opslag bleven kieming en het aandeel normale zaailingen hoog. Onder normale lucht condities (normoxie, 21% zuurstof) daalde de kieming daarentegen, ongeacht de geteste opslagtemperaturen. In een apart experiment met zaden met verschillende vochtgehalten bij 35\u00b0C gaf hypoxie duidelijke voordelen onder een kritische grens van 55% luchtvochtigheid (voor rijstzaden ongeveer 11% vochtgehalte), doordat oxidatieve reacties werden geremd. Bij 65% of hogere luchtvochtigheid had hypoxie geen levens verlengend effect, in lijn met recente bevindingen bij twee andere soorten.\n\nTot slot trekt hoofdstuk 5 deze resultaten door naar bredere implicaties voor onderzoek aan zaadveroudering en voor opslagprotocollen voor commercieel zaaizaad, door boeren bewaard zaaizaad en genenbankcollecties. Voor het bestuderen van droge veroudering in rijst biedt de EPPO-test een betere experimentele methode dan klassieke vochtige verouderingstesten, omdat EPPO specifiek de zuurstof-gedreven veroudering van droge zaden versnelt. De ontdekking van een nieuwe, dubbele rol van Rc-zowel in pigmentatie van het pericarp als in antioxidatieve verdediging biedt een genetisch aangrijpingspunt voor veredelingsprogramma\u2019s die de houdbaarheid (en mogelijk ook voedingswaarde) willen verbeteren zonder negatieve effecten op agronomische prestaties. Praktisch gezien laat de sterke wisselwerking tussen zuurstof, vochtgehalte en temperatuur zien dat boeren, commerci\u00eble opslag en genenbanken de houdbaarheid kunnen verlengen door het vochtgehalte te verlagen \u00e9n zuurstof uit te sluiten. Concluderend laten de methoden, tools en resultaten in dit proefschrift zien dat zuurstof schadelijk is voor droog opgeslagen zaaizaden. Of dit een vaste plek krijgt in een verbeterde modelering van veroudering van zaden zal de tijd leren. Ons werk vormt in ieder geval een stevige basis voor wetenschappelijk onderbouwde opslagstrategie\u00ebn en stimuleert verder onderzoek naar antioxidantgenen om de bewaarbaarheid van zaden te verbeteren in diverse gewassen.","summary":"Seeds are the cornerstone of agriculture, global food security, and biodiversity conservation. Countries leading in agricultural production recognise that seed quality is foundational to achieving high crop yields and productivity. Quality seeds are not just planting material, but they are carriers of genetics with potential benefits of higher productivity and resilience. Usually, seeds of many important agricultural crops harvested by farmers or seed companies for commercial sale may not be intended for immediate sowing and often need to be stored for at least a brief period. Similarly, the seed quality of elite breeding lines in breeding companies and the germplasm of diverse plant species in genebanks must be conserved for decades. However, seeds inevitably deteriorate over time, even under the best dry and cool storage conditions, leading to slower and non-synchronous germination, followed by an increase in abnormal seedlings, and ultimately, a loss of germination, rendering them unfit for sowing. This problem is more pronounced in warm and humid tropical and sub-tropical countries, which not only house the majority of the world\u2019s poor but also produce most of the staple crops. For example, seeds of rice, which feed more than half of the world\u2019s population, are often stored in bulk under ambient conditions in South and Southeast Asia, where quality losses during storage directly affect food security and farmers\u2019 livelihood.\n\nUnder dry storage conditions, it often takes years to observe visible symptoms of ageing, making it difficult to monitor and predict viability loss in seed lots. Therefore, researchers use seed ageing tests, which form the central subject matter of this thesis. Conventional \u2018humid\u2019 or \u2018moist\u2019 ageing tests, such as controlled deterioration tests and accelerated ageing tests, often expose seeds to high moisture and temperature conditions to induce rapid decay. However, they do not accurately replicate the oxidative stress seeds face in dry storage environments. This thesis addresses this critical gap by developing a method to accelerate seed ageing under dry conditions, exploring new tools to study the physiological mechanisms of oxidative deterioration, unravelling its genetic basis, and identifying critical factors that modulate rice seed longevity in the context of real-world storage constraints.\n\nIn moist metabolically active seeds (as in classical wet ageing assays), damage is mainly induced by enzymatic degradation, metabolic activity, and loss of energy sources, while the primary ageing damage to dry seeds (as in commercial seed stores and genebanks) results from non-enzymatic oxidation reactions mediated by oxygen in the air. Chapter 2 addresses the methodological gap by optimising and validating the elevated partial pressure of oxygen (EPPO) experimental ageing methodology with dry rice seeds. Seeds were pre-equilibrated at 20\u00b0C to 40% equilibrium relative humidity to represent dry storage and then aged under EPPO (20 MPa air; the partial pressure of oxygen is 200x higher than ambient) in sealed steel tanks at 35\u00b0C. Storing dry seeds of 20 diverse rice seed lots under EPPO conditions resulted in a rapid and graded decline in seed vigour, total germination, and normal seedling frequency. In the experimental setup, the average percentage total germination of seeds aged under dry-EPPO conditions declined to \u223c50% in around 21 days, and further ageing resulted in complete viability loss in around 56 days. Seeds stored at the same temperature at ambient air pressure showed virtually no decline during this period. A nitrogen control (high-pressure nitrogen instead of air) resulted in only a slight drop (\u223c5% over 56 days), likely due to a pressure effect, inducing a slight increase in the seed water activity. We observed a large variation among the 20 seed lots for the seed longevity parameter (P50, time taken for seeds to lose 50% germination from initial levels), with some remaining relatively tolerant (losing viability more slowly) and others being relatively sensitive (losing viability quickly) under EPPO storage conditions. We used advanced analytical tools such as untargeted metabolomics to delve into the mechanisms causing ageing under EPPO conditions. Profiling of lipid extracts and headspace volatiles from seed samples aged under EPPO conditions revealed marked accumulation of oxidised triglyceride, phospholipid-derived aldehydes, and short-chain volatile fatty acids-compounds specific to chain propagating lipid autoxidation. Such an accumulation was not observed with the control samples. Simultaneously, we also attempted to understand how ageing under EPPO conditions mimicked ageing conditions under practice. We compared the EPPO treatment with traditional rice seed storage (60% RH and 28\u00b0C), conditioned warehouse seed storage (40% RH and 28\u00b0C), as well as controlled deterioration conditions (75% RH and 35\u00b0C) while achieving comparable P50 values and using an untargeted metabolomic approach. Based on correlation analysis, the EPPO induced metabolite profile closely mimicked that of long-term traditional storage, validating EPPO as a more realistic to natural dry ageing. Notably, EPPO-aged seed samples exhibited higher oxidative signatures than seed samples aged under a moist controlled deterioration test, underscoring that moist ageing involves additional biochemical pathways (for example, enzymatic hydrolysis) absent in dry seeds. Thus, the EPPO experimental ageing method provides a powerful assay driven by oxidative reactions, facilitating comparative analyses across genotypes of tolerance to seed ageing.\n\nWith the EPPO ageing protocol validated to be physiologically relevant to dry storage, we broaden, in Chapter 3, our understanding of the genetic basis of dry seed storage. Traditional genetic mapping using biparental populations often results in large genomic regions and requires intensive follow-up research to identify the causal genes. Therefore, we employed a genome-wide association mapping approach using 300 diverse rice accessions, supplied by the International Rice Research Institute (Philippines), resulting in increased resolution and public high-density SNP data. This enhancing power aided in unravelling the genetic architecture underlying rice seed ageing tolerance during dry seed storage. Since manual phenotyping was a daunting task, impossible to achieve, we developed a semi-automatic, high-throughput image-based phenotyping platform to capture the dynamic variation in seed germination patterns and parameters among EPPO-aged samples from the diverse accessions. Phenotyping of seeds subjected to dry-EPPO ageing and normalizing the data for pressure effect, yielded quantitative measures of seed vigour and viability decline. A genome-wide association analysis yielded a total of 14 significant genomic loci, none of which matched previously reported QTLs from classical humid or moist ageing assays, indicating that distinct genetic architectures separate dry from humid or moist ageing tolerance.\n\nThe most significant SNP identified in our study was located within the Rc gene, a well-studied classical domestication gene for seed pericarp colour, which encodes a basic helix-loop-helix transcription factor regulating proanthocyanidin (PA) biosynthesis in the seed pericarp. To validate the role of the Rc gene, near-isogenic lines (SD7-1D with a functional Rc gene and SD7-1d with a null rc gene) were subjected to ageing under EPPO and control treatments. Seeds carrying the wildtype Rc allele maintained viability significantly for a more extended period than seeds with the rc allele, confirming Rc as a major regulator for survival under dry conditions. The functional expression of the Rc allele in the seed pericarp results in the accumulation of proanthocyanidins, which function as potent antioxidants by scavenging oxygen-derived radicals and interrupting chain-propagating autoxidation reactions. It is likely that this function confers increased tolerance to damages from high oxygen levels in the storage environment. The identification of the Rc gene thus bridges molecular genetics and oxygen-driven ageing chemistry, conferring tolerance to ageing under dry conditions by modulating seed antioxidant capacity. This study is among the very few that have dissected the associated SNP all the way down to the underlying molecular mechanism of the seed longevity trait under dry storage conditions in rice.\n\nWith the negative effects of high oxygen levels in storage environments clearly demonstrated, we explored how anoxia or hypoxia storage can be utilised to extend rice seed shelf-life. In Chapter 4, we shift our focus to the external factors, namely, oxygen concentration, equilibrium relative humidity, and temperature as interacting control points that influence seed shelf life during storage. Through a series of controlled storage experiments, we established that an anoxia or hypoxia (<1% oxygen) condition is highly beneficial to dry stored seeds with a glassy cytoplasm and not to humid or moist stored seeds with a rubbery or liquid cytoplasm and showing metabolic activity. Hypoxia proved lethal to moist stored seeds, depending on the storage temperature. Headspace analysis detected alcohol accumulation with moist stored seeds, indicating anaerobic respiration and the buildup of toxic end-products. Conversely, in dry seeds, hypoxia conditions extend longevity with high germination and normal seedling frequency even after 4.3 years of storage at ambient temperatures. In contrast, with seeds stored under ambient air (normoxia, 21% oxygen), germination declined, irrespective of the storage temperatures evaluated. In a separate storage experiment with seeds at different moisture gradients at 35\u00b0C, hypoxia conferred clear longevity benefits below a critical threshold of 55% equilibrium relative humidity (equivalent to a moisture content \u223c11%) suppressing oxidative reactions. The hypoxia storage was neutral to seeds stored at \u226565% equilibrium relative humidity, confirming recently published observations with two other species.\n\nFinally, Chapter 5 synthesises these findings into broader implications for seed ageing research and seed storage protocols for handling commercial seeds, farm-saved seeds, and genebank conservation. To study dry rice seed ageing, the EPPO assay provides a better experimental ageing methodology compared to conventional humid or moist ageing protocols, as it accelerates oxygen-driven ageing in dry seeds. The discovery of a novel dual role of the Rc gene in seed pericarp pigmentation and antioxidant defence offers a genetic target for breeding programs aimed at enhancing shelf-life and nutritional benefits, without penalty on agronomic performance. From a practical standpoint, the complex interplay between oxygen, moisture content, and temperature in rice seed storage suggests that local farmers, commercial storage facilities, and genebanks can achieve extended shelf-life by combining moisture reduction with oxygen exclusion.\n\nIn conclusion, the methods, tools, approaches, and results described in this thesis frame oxygen as notorious to dry stored seeds, and only time will tell whether this will become an integral part of the improved seed viability equation. Our study lays a solid foundation for scientifically rational storage strategies and invites explorations of antioxidant genes in the improvement of seed storability with diverse crop species.","auteur":"Manjunath Prasad","auteur_slug":"manjunath-prasad","publicatiedatum":"27 mei 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/manjunathprasad?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/90ac8ccf-152a-49c0-95f6-079991eb228b\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"18661","isbn":"978-94-6534-362-4","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Wageningen University","afbeeldingen":14540,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Wageningen University","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14538","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=14538"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14538\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":14541,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14538\/revisions\/14541"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/14539"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=14538"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=14538"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}