{"id":14466,"date":"2026-04-28T07:31:57","date_gmt":"2026-04-28T07:31:57","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/r-bogerd\/"},"modified":"2026-04-28T07:32:15","modified_gmt":"2026-04-28T07:32:15","slug":"r-bogerd","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/r-bogerd\/","title":{"rendered":"R Bogerd"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":14467,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-14466","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Physicians\u2019 flourishing","samenvatting":"Hoofdstuk 1 introduceert het concept \u201cfloreren\u201d van artsen, geoperationaliseerd als gevoelens van professionele voldoening en het vermogen om compassievol te handelen, als het centrale thema van dit proefschrift. In dit hoofdstuk beschrijf ik hoe beide elementen momenteel onder druk staan en zoom ik in op perfectionisme\/zelfkritiek en het negeren van zelfzorg als twee dominante culturele uitdagingen voor het floreren van artsen. Vanuit deze problematiek introduceer ik \u2018welzijnsculturen\u2019 als het theoretisch kader van waaruit het onderwerp van dit proefschrift wordt bestudeerd. Welzijnsculturen kunnen worden gedefinieerd als \u201ceen set van normatieve waarden, houdingen en gedragingen die zelfzorg, persoonlijke en professionele groei, en compassie voor collega\u2019s, pati\u00ebnten en zichzelf bevorderen.\u201d Welzijnsculturen blijken een belangrijke voorspeller van zowel de professionele voldoening van artsen als hun vermogen om compassievolle pati\u00ebntenzorg te leveren. Er bestaan nog aanzienlijke kennishiaten ten aanzien van het floreren van artsen binnen de context van welzijnsculturen. Er is meer inzicht nodig in hoe elementen van deze culturen bijdragen aan het floreren van artsen \u2014 zowel bij specialisten als bij artsen in opleiding tot medisch specialist. Bovendien is er nog weinig onderzoek gedaan naar welzijnsculturen in relatie tot het floreren van artsen in de Nederlandse zorgcontext. Daarom luidt de overkoepelende onderzoeksvraag van dit proefschrift:\n\nWelke rol spelen elementen van welzijnsculturen in de professionele voldoening en het compassievol handelen van Nederlandse artsen?\n\nDoor deze onderzoeksvraag te beantwoorden, beoogt dit proefschrift handvatten te bieden voor het versterken van welzijnsculturen binnen de geneeskunde en de medisch-specialistische vervolgopleiding, met als doel bij te dragen aan een professioneel voldane, duurzaam inzetbare en goed functionerende beroepsgroep van artsen.\n\nOm de onderzoekskloof rond professionele voldoening en haar determinanten onder Nederlandse artsen te overbruggen, biedt hoofdstuk 2 een holistisch perspectief op het welzijn van Nederlandse artsen, met specifieke aandacht voor de ervaren professionele voldoening. Met behulp van een online survey onder 374 geregistreerde cardiologen onderzochten we hoe zij hun positieve (professionele voldoening) en negatieve (werkuitputting en interpersoonlijke distantie) werkgerelateerde welzijn ervaren en welke culturele en andere factoren dit welzijn be\u00efnvloeden. We gebruikten frequentieanalyses om de scores op de drie welzijnsindicatoren weer te geven en voerden drie multipele regressieanalyses uit om de determinanten ervan in kaart te brengen. De resultaten toonden aan dat Nederlandse cardiologen relatief veel professionele voldoening ervaren met betekenisvolle interacties met pati\u00ebnten als sterkste voorspeller. Daarnaast werd professionele voldoening positief be\u00efnvloed door een goede \u2018person-job fit\u2019, hoge persoonlijke veerkracht, en een gevoel van autonomie en betrokkenheid bij managementbesluiten. Negatieve welzijnsuitkomsten bleken vooral samen te hangen met werkdruk, werk-priv\u00e9balans en een negatieve teamsfeer. Deze bevindingen benadrukken vooral het belang van investeren in energiebronnen voor artsen, zoals het versterken van professionele autonomie en het bevorderen van bevredigende arts-pati\u00ebntinteracties.\n\nHoewel investeren in energiegevende hulpbronnen een effectieve strategie lijkt om het floreren van artsen te bevorderen, laat het eerste hoofdstuk ook zien dat het minstens zo belangrijk is om bewust te zijn van culturele uitdagingen binnen het beroep. In hun streven naar hoogwaardige pati\u00ebntenzorg ontwikkelen artsen vaak perfectionistische denkpatronen, een zelfkritische houding en weinig zelfverdraagzaamheid. Zowel perfectionisme als zelfkritiek worden in verband gebracht met burn-out klachten. Een mildere houding ten opzichte van zichzelf \u2014 zelfvriendelijkheid \u2014 blijkt daarentegen een beschermende werking te hebben tegen stress en burn-out. Zelfvriendelijkheid verwijst naar een vriendelijke, ondersteunende en begripvolle houding tegenover zichzelf, in plaats van hard en veroordelend te zijn. Hoewel er veel bewijs is dat zelfvriendelijkheid samenhangt met minder burn-out onder artsen, is er tot op heden weinig bekend over de relatie tussen zelfvriendelijkheid en het ervaren van professionele voldoening.\n\nHoofdstuk 3 onderzocht daarom in hoeverre een mildere houding ten opzichte van zichzelf (zelfvriendelijkheid) samenhangt met professionele voldoening, en of deze relatie wordt gemedieerd door persoonlijke veerkracht en werk-priv\u00e9balans (twee mediatoren geselecteerd op basis van relevante literatuur). We gebruikten dezelfde steekproef als in hoofdstuk 2 en voerden een parallelle mediatieanalyse uit met de SPSS-macro PROCESS v3.5 van Hayes. De bevindingen tonen aan dat Nederlandse cardiologen matige niveaus van zelfvriendelijkheid rapporteerden, en dat zelfvriendelijke cardiologen meer professionele voldoening ervoeren. Dit verband werd deels verklaard doordat zij veerkrachtiger waren en beter in staat hun werk-priv\u00e9balans te bewaken. We speculeerden dat veerkrachtige artsen meer ruimte en tijd vinden om positieve gevoelens en kansen op het werk te ervaren \u2013 beide belangrijke indicatoren van professionele voldoening. Daarnaast wijzen onze bevindingen erop dat zelfvriendelijkheid mogelijk samenhangt met vaardigheden op het gebied van zelfzorg, wat artsen beter in staat stelt de negatieve impact van werk op hun priv\u00e9leven te reduceren. Zelfvriendelijkheid is een trainbare vaardigheid, die ontwikkeld kan worden via oefeningen in effectief bewezen zelfcompassietrainingen. \n\nZowel artsen als zorgorganisaties die verantwoordelijk zijn voor het welzijn van hun medewerkers, zouden deze trainingen kunnen opnemen in hun welzijnsbeleid. De resultaten van dit onderzoek suggereren bovendien dat artsen in veeleisende werkomgevingen, waarin productiviteit en effici\u00ebntie centraal staan, vriendelijker naar zichzelf mogen zijn \u2014 in plaats van hard en veroordelend. Dit komt hun welzijn \u00e9n uiteindelijk de kwaliteit van de pati\u00ebntenzorg ten goede. Zelfvriendelijkheid wordt vaak genoemd als voorwaarde voor het tonen van compassie naar anderen. Omdat compassie jegens pati\u00ebnten cruciaal is voor hoogwaardige zorg, komt meer zelfvriendelijkheid niet alleen artsen ten goede, maar ook hun pati\u00ebnten. Compassievolle zorgverlening is echter geen vanzelfsprekendheid. Sommige opleiders tonen meer compassie dan anderen. Onderzoek wijst uit dat persoonlijke kenmerken, ervaringen en eigenschappen samenhangen met de mate waarin artsen compassievol gedrag tonen naar pati\u00ebnten. Een van de mogelijke kenmerken zou gender kunnen zijn. Omdat rolmodellen cruciaal zijn voor het aanleren van compassievolle zorgverlening bij medisch specialisten in opleiding, en het grotendeels toeval is welke rolmodellen een aios tijdens haar of zijn opleiding tegenkomt, is meer inzicht in de rol van gender hierin wenselijk.\n\nIn hoofdstuk 4 analyseerden we 12.416 opleidingsevaluaties (SETQ) die door aios voor 2399 medisch specialisten in 22 Nederlandse ziekenhuizen werden ingevuld. Aan de hand van beschrijvende statistiek onderzochten we in hoeverre aios tijdens hun opleiding observeerden dat opleiders compassievol gedrag toonden richting pati\u00ebnten en hun families. Daarnaast bouwden en testten we een multivariaat algemeen lineair model (ALM) om de relatie te onderzoeken tussen het waargenomen compassievol gedrag van opleiders en hun status als rolmodel. De resultaten toonden aan dat aios daadwerkelijk het compassievol gedrag van supervisoren in de praktijk observeren, wat suggereert dat voorbeeldgedrag vertonen \u2013 d.w.z. een rolmodel zijn - een effectieve strategie kan zijn om aios te leren hoe een compassievolle zorgverlener te zijn. Het demonstreren van compassie in de praktijk door supervisoren kan dus bijdragen aan het floreren van toekomstige artsen als compassievolle zorgverleners. Vrouwelijke opleiders scoorden iets hoger dan hun mannelijke collega\u2019s op zowel het tonen van compassievol gedrag als het gezien worden als rolmodel. Opvallend was echter dat wanneer mannelijke opleiders compassie toonden, dit sterker bijdroeg aan hun status om als rolmodel gezien te worden dan wanneer vrouwelijke opleiders hetzelfde gedrag vertoonden. Deze bevindingen dragen bij aan het groeiende inzicht dat de medische professie niet genderneutraal is. Over het geheel genomen benadrukt dit hoofdstuk dat compassie wordt gezien en gewaardeerd door aios, wat het belang onderstreept van het bewustzijn van opleiders over de impact van hun gedrag richting pati\u00ebnten en hun families. Diversiteit binnen stafgroepen \u2014 zoals variatie in de gendersamenstelling van de groep \u2014 zou een praktische en waardevolle strategie kunnen zijn om een breed scala aan compassievaardigheden over te dragen aan toekomstige artsen. Verder onderzoek zou zich kunnen richten op het kwalitatief ontrafelen van verschillen in compassievol gedrag tussen (vrouwelijke en mannelijke) opleiders. Deze inzichten kunnen worden gebruikt bij de ontwikkeling van train-de-trainer-programma\u2019s en het integreren van compassieonderwijs in de medische vervolgopleiding.\n\nDe voorgaande hoofdstukken onderzochten op kwantitatieve wijze de relatie tussen diverse elementen van welzijnsculturen en het floreren van artsen: collegialiteit en teamsfeer, psychologische veiligheid, zelfvriendelijkheid en een gezonde werk-priv\u00e9balans. Een belangrijk maar in de literatuur onderbelicht element van welzijnsculturen is ervaren waardering. Het was onduidelijk hoe waardering op het werk zich manifesteert voor aios, en wat de impact hiervan is op hun professionele vervulling en de mogelijkheid om compassievolle zorg te leveren. Aios bevinden zich in de unieke positie door volwaardig onderdeel te zijn van het zorgteam en tegelijkertijd nog in opleiding te zijn. Hun ervaringen kunnen dan ook verschillen van die van medisch specialisten. Gezien de grote personele uitdagingen, zoals de uitstroomproblematiek, binnen de medische vervolgopleidingen, is het nodig om diepgaand te onderzoeken hoe waardering zich manifesteert in de ogen van aios, en hoe deze waardering bijdraagt aan hun floreren als arts.\n\nDaarom verkenden we in hoofdstuk 5, op basis van open interviews met een mix van 12 mannelijk en vrouwelijke aios uit verschillende specialismen, opleidingsjaren en regio\u2019s in Nederland, hoe aios waardering op het werk ervaren en hoe dit hun professionele voldoening be\u00efnvloedt. De resultaten laten zien dat het gevoel gewaardeerd te worden\u2014 gezien en gehoord worden als uniek persoon \u2014 essentieel is voor professionele voldoening en het leveren van compassievolle zorg. Aios beschreven hun ervaringen rondom waardering op het werk vanuit drie narratieven: als opleideling, arts\/collega en medewerker. Het dominante narratief was afhankelijk van persoonlijke voorkeuren, opleidingsjaar, medisch specialisme, eerdere ervaringen en andere contextuele factoren. In het algemeen gaven aios aan dat het gevoel van waardering sterker was wanneer zij gewaardeerd werden voor iets dat zij zelf belangrijk vonden, en wanneer waardering op een onverwacht moment werd geuit. Volgens de aios verlaagde (de ervaring van) waardering hun stresslevels, vergrootte het hun gevoelens van zelfvertrouwen en trots, versterkte het hun motivatie en betrokkenheid, en gaf het hen het gevoel daadwerkelijk bij te dragen aan de kwaliteit van leven van pati\u00ebnten. Deze factoren dragen allen positief bij aan hun professionele voldoening en vermogen om compassievolle zorg te leveren.\n\nSamenvattend heeft dit proefschrift onderzocht of en hoe elementen van \u2018culturen van welzijn\u2019 invloed hebben op het floreren van Nederlandse artsen \u2013 of, meer specifiek, op hun professionele voldoening en hun vermogen om compassievol te handelen. Hoofdstuk 6 geeft een antwoord op deze vraag door te betogen dat welzijnsculturen een rol spelen in het floreren van artsen via drie overlappende thema\u2019s. Elementen van welzijnsculturen kunnen artsen helpen om (1) \u2018Betekenis in werk\u2019 te vinden, en (2) hen \u00e9n hun organisaties te ondersteunen bij het herstellen en bevorderen van \u2018Vriendelijkheid op de werkvloer\u2019. Op een meer systemisch niveau concluderen we dat (3) het centraal stellen van \u2018Menselijke verbindingen in de zorgpraktijk\u2019 zeer waarschijnlijk het floreren van artsen bevordert en bijdraagt aan het waarborgen van (duurzame) zorgsystemen die in staat zijn hoogwaardige pati\u00ebntenzorg te leveren. Met andere woorden, op basis van onze verkenning van welzijnsculturen, concluderen we dat het tijd is om het relationele model in de gezondheidszorg opnieuw te prioriteren, vorm te geven en te versterken. Om dit te realiseren heb ik drie mogelijk behulpzame strategie\u00ebn voorgesteld: 1) (Stimuleer artsen en andere zorgverleners om te) investeren in interpersoonlijke relaties met zowel pati\u00ebnten als collega\u2019s, 2) Voer expliciet het gesprek over de kernwaarden van zorgprofessionals, en 3) Integreer leiderschapsstrategie\u00ebn die gericht zijn op het normaliseren van (zelf-)vriendelijkheid in de medische praktijk en in de vervolgopleiding van artsen. \n\nIk hoop dat de inzichten uit dit proefschrift hun weg blijven vinden naar de praktijk en dat leden van de beroepsgroep de moed voelen en de middelen vinden om gezamenlijk een cultuur te cre\u00ebren die betekenis en vriendelijkheid stimuleert en de mens(elijke waarden) weer centraal stelt. Want uiteindelijk kost het niks om vriendelijk te zijn naar elkaar.","summary":"Chapter 1 introduces physician flourishing, operationalized as feelings of professional fulfillment and being able to deliver compassionate care, as the topic of this thesis. In this chapter, I describe how both elements are under pressure today and I zoom in on physicians\u2019 perfectionism\/ self-criticism and deprioritizing self-care as two of the dominant cultural challenges to physician flourishing. Logically following from this, I introduce \u2018cultures of wellness\u2019 as the theoretical lens used to study the topic of this thesis. Cultures of wellness can be defined as \u201ca set of normative values, attitudes, and behaviors that promote self-care, personal and professional growth, and compassion for colleagues, patients and self\u201d. In general, cultures of wellness have been found to be robust determinants of physicians\u2019 professional fulfillment and their ability to deliver compassionate patient care. There are, however, still many gaps in our knowledge with regards to physician flourishing in the context of cultures of wellness. There is a need for more understanding on how elements of cultures of wellness may affect physicians\u2019 flourishing, both for faculty and for residents. Additionally, there is not much research on elements of cultures of wellness and physician flourishing in the Dutch healthcare setting. Therefore, the overarching research question of this thesis is:\n\nWhat role do elements of cultures of wellness play in Dutch physicians\u2019 professional fulfillment and compassionate care practices? \n\nBy answering the research question, this thesis aims to offer starting points for fostering cultures of wellness in medicine and (post-graduate) medical education to contribute to a professionally fulfilled, sustainable, and high-performing medical workforce.\n\nTo help close the gap in research on professional fulfillment and its determinants among Dutch physicians, Chapter 2 provides a holistic perspective on Dutch physicians\u2019 well-being and specifically their levels of professional fulfillment. In a representative sample of 374 registered cardiologists using a web-based survey, we investigated how Dutch physicians experience their positive (professional fulfillment) and negative (work exhaustion and interpersonal disengagement) work-related well-being and what cultural and other aspects determine these experiences. We used frequencies to depict scores on the three well-being indicators and performed three multiple regression analyses to elucidate their determinants. We found that Dutch cardiologists experienced relatively high levels of professional fulfillment, for which satisfying and meaningful patient interactions were the greatest predictor. In addition, Dutch cardiologists\u2019 levels of professional fulfillment were positively affected by a good person job-fit and high levels of personal resilience, as well as a sense of autonomy and involvement in overall managerial decision-making. Experienced workload, work-home interference and (negative) team atmosphere were related to the negative well-being dimensions. The findings of this chapter show that it is critical to invest in physicians\u2019 resources of energy. Promoting the well-being of cardiologists seems most effective by boosting, for example, their professional autonomy and ensuring satisfying physician-patient interactions.\n\nWhile investing in energy-providing resources may be an effective strategy to promote physicians\u2019 flourishing, our introductory chapter shows that it is equally crucial to be aware of cultural challenges to physician flourishing within the profession. In striving to deliver high quality patient care physicians often develop perfectionistic mindsets, a self-critical attitude and low self-tolerance. Both perfectionism and self-criticism have been associated with burnout in physicians. A kinder attitude towards the self, i.e. self-kindness, has been found to buffer against stress and burnout. \n\nSelf-kindness refers to being gentle, supportive and understanding towards the self, instead of being harsh and self-critical. While ample evidence shows that self-kindness is associated with reduced burnout in physicians, up till now research on the relationship between self-kindness and professional fulfillment remained largely underexplored. \n\nChapter 3 therefore explored to what extent a kinder attitude towards the self, i.e. self-kindness, was associated with physicians\u2019 professional fulfillment and whether this relationship was mediated by personal resilience and work-home interference (the two mediators were selected based on relevant literature). Using the same sample as used in chapter 2, we performed a parallel mediation analysis with Hayes\u2019 SPSS macro PROCESS v3.5. The findings in this chapter show that Dutch cardiologists reported moderate levels of self-kindness, and that self-kind cardiologists experienced higher levels of professional fulfillment, which was partly explained by the fact that they were more resilient and better able to manage their work-life balance. We speculated that resilient physicians may find more time and space to enjoy positive feelings and opportunities at work, important indicators of professional fulfillment. Additionally, our findings show that self-kindness may be associated with self-care skills, as it seems that better self-care skills could indeed result in more effectively reducing work\u2019s negative impact on physicians\u2019 personal spheres- thereby improving their feelings of professional fulfillment. Research has shown that self-kindness is a trainable skill, which may be developed through exercises included in evidence-based self-compassion training programs. Physicians and healthcare organizations responsible for the well-being of the medical workforce may include such programs in their well-being enhancing strategies. More so, the results of this study seem to suggest that physicians operating in demanding work environments with a focus on efficiency, productivity and competitiveness may comfortably be more self-kind instead of being harsh and judgmental towards themselves. Doing so will likely benefit their own well-being and thereby ultimately optimize the quality of patient care.\n\nSelf-kindness is frequently mentioned as a contributing factor or even prerequisite for the ability to be kind or compassionate towards others. As being compassionate towards patients is crucial for high quality care, being more kind towards themselves may not only benefit physicians but also their patients. Despite the fact that compassion is a crucial element of high quality patient care, caring for patients with compassion is not self-evident. Some faculty show more compassion than others. Research suggests that there are individual attributes, experiences and characteristics that can be associated with the variation in clinicians\u2019 expressions of compassionate behavior towards patients. Gender may be such a characteristic. Given that role modelling is crucial for instilling compassion skills in future doctors, some faculty fail to role model compassion in practice and that it is largely a matter of chance which role models residents encounter during their training, more insight into the effect of faculty gender on the relationship is needed.\n\nIn chapter 4, we therefore analyzed 12416 resident evaluations of 2399 faculty members across 22 Dutch hospitals. Using descriptive statistics, we investigated to what extent residents observe faculty showing compassionate behavior towards patients and families during their training. Additionally, we built and tested a multivariate general linear model to explore the relation between faculty\u2019s observed compassionate behavior and them being seen as role models. Our findings in this chapter showed that supervisors\u2019 showing compassion towards patients in practice is indeed observed by residents, and that role modelling may therefore be an effective strategy in teaching residents how to become compassionate caregivers. The element of showing compassion in post-graduate medical educational cultures may therefore stimulate future physicians\u2019 flourishing in terms of becoming compassionate caregivers. Female faculty slightly but significantly outperformed their male peers on both role modelling and compassionate behavior scores. \n\nHowever, when male faculty showed compassion, this positively reflected on their role model status more than when female faculty demonstrated compassion. In showing this, chapter 4 contributes to the growing understanding that the medical profession is not gender-neutral. On the whole, this chapter shows that compassion is being seen and appreciated by residents and could therefore increase knowledge among faculty about the impact of their behaviors towards patients and families. Variation in staff groups, e.g. with regards to gender, may be a practical and potentially beneficial strategy for transferring a range of compassion skills to future doctors. In addition, future research could be aimed at revealing and understanding differences in expressing compassionate behavior between (female and male) faculty in a qualitative way. These insights can be used to inform teacher training courses as well as courses on compassion in the (post-graduate) medical curriculum. \n\nThe previous chapters quantitatively looked at a variety of elements of cultures of wellness in relation to physician flourishing: collegiality and team atmosphere, psychological safety, self-kindness and a healthy work-life balance. A major and largely overlooked element of cultures of wellness in the literature was perceived appreciation. It was unclear how appreciation at work manifested in the eyes of residents, as well as how it would impact their levels of professional fulfillment and compassionate care practices. Because residents are in the unique position of being both fully part of the health care team and still in training, their experiences may differ from those of faculty. Hence, and in light of the pressing workforce and retention challenges that residency programs face, an in-depth exploration of how appreciation at work manifests in the eyes of residents is needed as well as how the underlying mechanisms between appreciation and professional fulfillment and performance work for them. \n\nContinuing within the field of post-graduate medical education, chapter 5, based on open-ended interviews with 12 residents from different specialties, training years, regions in the Netherlands, and genders, explored how appreciation at work manifests for residents and how it impacts their flourishing. Findings revealed that feeling appreciated, being seen and heard as a unique person, was crucial for residents\u2019 professional fulfillment and compassionate care practices. Residents narrated their experiences with appreciation at work coming from three narratives, namely as learner, physician or colleague and employee. The dominant narrative was dependent on personal preferences and characteristics, year of education, medical specialty, previous experiences, and other contextual factors. In general, residents mentioned that the experience of feeling valued was more intense when they were appreciated for something they highly valued themselves and when appreciation was expressed at an unexpected moment. Appreciation, residents said, relieved their stress levels, made them more confident and prouder of themselves, enhanced their motivation and commitment and stimulated the feeling of being able to contribute to patients\u2019 (quality of) lives \u2013 all positively reflecting on their feelings of fulfillment and the ability to provide compassionate care.\n\nAll in all, this thesis explored whether and how elements of cultures of wellness impact Dutch physicians\u2019 flourishing \u2013 or, more specifically, their professional fulfillment and compassionate care practices. Chapter 6 provides an answer to this question by arguing that cultures of wellness play a role in physicians\u2019 flourishing via three overlapping themes. Elements of cultures of wellness may help physicians to find \u2018Meaning in work\u2019 and support them and their organizations to restore and foster \u2018Kindness in the workplace\u2019. On a more systemic level, we conclude that placing \u2018Human connections at the core of practice\u2019 will most likely support physician flourishing and contribute to ensuring sustainable healthcare systems capable of delivering high-quality patient care. \n\nIn summary, our exploration of (elements of) cultures of wellness suggests that it may be timely to reimagine and reinforce the relational model in healthcare. In order to do so, I have argued for three potentially helpful strategies: 1) (Stimulate physicians and other healthcare workers to) invest in interpersonal relationships with both patients and colleagues, 2) Explicitly start conversations around professionals\u2019 core values and 3) Incorporate leadership strategies that are aimed at normalizing (self-)kindness in medical practice and post-graduate medical education. I hope that the insights of this thesis continue to find their way into practice and that the members of the profession feel the courage and find the tools to indeed collectively foster a culture that promotes meaning and kindness. After all, it doesn\u2019t cost us anything to be kind.","auteur":"R Bogerd","auteur_slug":"r-bogerd","publicatiedatum":"18 mei 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/rbogerd?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/e59b14d0-02b4-4ff2-837c-d0bbdf0c07bf\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"19000","isbn":"978-94-6534-259-7","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit van Amsterdam","afbeeldingen":14468,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit van Amsterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14466","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=14466"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14466\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":14469,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/14466\/revisions\/14469"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/14467"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=14466"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=14466"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}