{"id":11832,"date":"2026-04-20T07:28:17","date_gmt":"2026-04-20T07:28:17","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/joukje-willemsen\/"},"modified":"2026-04-20T07:28:24","modified_gmt":"2026-04-20T07:28:24","slug":"joukje-willemsen","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/joukje-willemsen\/","title":{"rendered":"Joukje Willemsen"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":7,"featured_media":11833,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-11832","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Collaborating with Mother Nature","samenvatting":"RSV is een van de belangrijkste doodsoorzaken bij jonge kinderen wereldwijd. Hoewel de meeste kinderen slechts milde klachten krijgen, kan het virus leiden tot ernstige lageluchtweginfecties zoals bronchiolitis of longontsteking. Jaarlijks sterven er naar schatting ruim 100.000 kinderen aan de gevolgen van RSV, waarvan het overgrote deel (97%) in lage- en middeninkomenslanden (LMIC\u2019s) en bijna de helft in de eerste zes levensmaanden.\n\nDit proefschrift onderzoekt de potenti\u00eble impact van maternale vaccinatie \u2013 waarbij zwangere vrouwen worden gevaccineerd om via de placenta antistoffen aan hun ongeboren kind mee te geven \u2013 op het verminderen van RSV-gerelateerde sterfte in LMIC\u2019s.\n\nDeel I richt zich op de leeftijdsverdeling van kinderen die overlijden aan RSV. In Hoofdstuk 2 vergelijken we kinderen die in het ziekenhuis overlijden met kinderen die buiten het ziekenhuis (in de gemeenschap) overlijden. We vinden dat kinderen in de gemeenschap op jongere leeftijd overlijden (mediaan 1,5 maand) dan in het ziekenhuis (mediaan 2,4 maanden). In Hoofdstuk 3 presenteren we de eerste gedetailleerde leeftijdsverdeling van RSV-sterfte specifiek voor Gavi-landen (landen die in aanmerking komen voor vaccinondersteuning). Hieruit blijkt dat het zwaartepunt van de sterfte op zeer jonge leeftijd ligt, met een piek rond de leeftijd van \u00e9\u00e9n maand.\n\nDeel II beschrijft de ontwikkeling van een wiskundig model om de impact van vaccinatie te voorspellen. In Hoofdstuk 4 gebruiken we dit model om te berekenen hoeveel sterfgevallen in 51 Gavi-landen voorkomen kunnen worden. De schatting is dat maternale vaccinatie 55% tot 63% van de ziekenhuissterfte onder kinderen jonger dan zes maanden kan voorkomen. In Hoofdstuk 5 laten we zien dat kleine verschillen in beleid tussen de Amerikaanse FDA en de Europese EMA \u2013 zoals het beperken van de vaccinatieperiode tot 32-36 weken zwangerschap om het risico op vroeggeboorte te minimaliseren \u2013 grote gevolgen kunnen hebben. Een dergelijke beperking zou in LMIC\u2019s kunnen leiden tot naar schatting 3.300 extra sterfgevallen per jaar.\n\nDeel III test en verfijnt de immunologische aannames in het maternale vaccinatiemodel, zoals hoe snel antistofniveaus afnemen bij jonge kinderen en hoe de gezondheid van de placenta de overdracht van maternale antistoffen be\u00efnvloedt. In Hoofdstuk 6 onderzoeken we de halfwaardetijd van antistoffen bij prematuur en \u00e0 term geboren kinderen. Nadere analyse laat zien dat het verschil in bescherming tussen prematuren en \u00e0 term geboren kinderen waarschijnlijk kleiner is dan gedacht. In Hoofdstuk 7 onderzoeken we of afwijkingen aan de placenta invloed hebben op de overdracht van antistoffen van moeder op kind. We vinden geen duidelijk verband.\n\nDeel IV reflecteert op hoe klinisch onderzoek beter kan worden ontworpen zodat de resultaten beter bruikbaar zijn voor impactmodellen en beleidsbeslissingen. Hoofdstuk 8 beschrijft een bijeenkomst over de opzet van klinische studies naar RSV-preventie, waaruit bleek dat er vaak een kloof bestaat tussen bewijs voor toelating en bewijs voor effectieve inzet in LMIC\u2019s. In Hoofdstuk 9 introduceren we een nieuwe statistische methode om de effectiviteit van interventies met meerdere uitkomstmaten te analyseren.\n\nIn de Algemene Discussie bundelen we de belangrijkste inzichten uit dit proefschrift en concluderen we dat modellen die verbeterde schattingen van de ziektelast combineren met immunologisch ge\u00efnformeerde bescherming en realistische aannames over de implementatie, essentieel zijn om de inzet van RSV-vaccinatie en andere preventiestrategie\u00ebn optimaal vorm te geven.","summary":"RSV is one of the leading causes of death among young children worldwide. Although most children experience only mild symptoms, the virus can lead to severe lower respiratory tract infections such as bronchiolitis or pneumonia. Annually, an estimated 100,000 children die from RSV, the vast majority (97%) of whom live in low- and middle-income countries (LMICs), and nearly half of these deaths occur in the first six months of life.\n\nThis thesis investigates the potential impact of maternal vaccination\u2014where pregnant women are vaccinated to transfer antibodies to their unborn child via the placenta\u2014on reducing RSV-related mortality in LMICs.\n\nPart I focuses on the age distribution of children who die from RSV. In Chapter 2, we compare children who die in the hospital with those who die outside the hospital (in the community). We find that children in the community die at a younger age (median 1.5 months) than those in the hospital (median 2.4 months). In Chapter 3, we present the first detailed age distribution of RSV mortality specifically for Gavi-eligible countries. This shows that the burden of mortality is concentrated at a very young age, peaking around one month.\n\nPart II describes the development of a mathematical model to predict the impact of vaccination. In Chapter 4, we use this model to calculate how many deaths in 51 Gavi countries can be prevented. It is estimated that maternal vaccination can prevent 55% to 63% of hospital deaths among children under six months of age. In Chapter 5, we show that small policy differences between the US FDA and the European EMA\u2014such as limiting the vaccination window to 32-36 weeks of pregnancy to minimize the risk of preterm birth\u2014can have major consequences. Such a restriction could lead to an estimated 3,300 additional deaths per year in LMICs.\n\nPart III tests and refines the immunological assumptions in the maternal vaccination model, such as how quickly antibody levels decline in young children and how placental health affects the transfer of maternal antibodies. In Chapter 6, we investigate the half-life of antibodies in preterm and term-born children. Further analysis shows that the difference in protection between preterm and term-born children is likely smaller than previously thought. In Chapter 7, we examine whether placental abnormalities affect the transfer of antibodies from mother to child. We find no clear link.\n\nPart IV reflects on how clinical research can be better designed so that results are more useful for impact models and policy decisions. Chapter 8 describes a meeting on the design of clinical trials for RSV prevention, which revealed that there is often a gap between evidence required for approval and evidence required for effective implementation in LMICs. In Chapter 9, we introduce a new statistical method to analyze the effectiveness of interventions with multiple endpoints.\n\nIn the General Discussion, we combine the key insights from this thesis and conclude that models combining improved disease burden estimates with immunologically informed protection and realistic implementation assumptions are essential to optimally shape the use of RSV vaccination and other prevention strategies.","auteur":"Joukje Willemsen","auteur_slug":"joukje-willemsen","publicatiedatum":"22 mei 2026","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/joukjewillemsen?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/9b95ab60-d12a-427a-9869-296156da7e6d\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"18827","isbn":"978-90-393-8051-2","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Utrecht","afbeeldingen":11834,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Utrecht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11832","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/7"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=11832"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11832\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":11835,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11832\/revisions\/11835"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/11833"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=11832"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=11832"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}