{"id":11510,"date":"2026-04-13T11:25:06","date_gmt":"2026-04-13T11:25:06","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/wim-paas\/"},"modified":"2026-04-22T14:41:28","modified_gmt":"2026-04-22T14:41:28","slug":"wim-paas","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/wim-paas\/","title":{"rendered":"Wim Paas"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":12042,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-11510","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Sustainability and resilience of European farming systems","samenvatting":"Een toenemende diversiteit aan stressfactoren en schokken treft de landbouw in Europa. Als gevolg daarvan komen de duurzaamheid en veerkracht van Europa\u2019s diverse agrarische systemen in gevaar. De mogelijke aanwezigheid van economische, sociale of milieukundige kantelpunten zijn in het bijzonder reden tot zorg, omdat voorbij deze kantelpunten permanente en ongewenste systeemveranderingen plaats kunnen vinden.\n\nDe duurzaamheid van een systeem is in dit proefschrift gedefinieerd als een adequate prestatie van alle systeemfuncties in de milieukundige, economische en sociale domeinen. Duurzaamheid van agrarische systemen is uitgebreid bestudeerd, maar de bestaande raamwerken en methoden zijn niet ontworpen om veerkracht te bestuderen, wat veel meer gaat over de verschillende capaciteiten van een systeem om om te gaan met verstoringen. Bovendien zijn sociale aspecten in duurzaamheidsbeoordelingen in de landbouw vaak in geringe mate meegenomen ten opzichte van economische en milieukundige aspecten. Om duurzaamheid en veerkracht te beoordelen zijn participatieve en integrale beoordelingen van bijzonder belang omdat ze ontworpen zijn om ook met adaptatie-opties en actie-geori\u00ebnteerde benaderingen te komen in samenspraak met relevante belanghebbenden.\n\nVeerkracht kan worden gedefinieerd als de capaciteit van een systeem om verandering te weerstaan zonder dat de terugkoppelingsmechanismen en functionaliteit van het systeem veranderen, d.w.z. robuustheid, terwijl de mogelijkheid van alternatieve stabiele toestanden van het systeem ook wordt erkend. Het erkennen van mogelijke alternatieve stabiele toestanden heeft wetenschappers er toe gebracht om te stellen dat ecologische veerkracht, naast robuustheid, ook aanpassingsvermogen en het vermogen om structureel en functioneel te veranderen zou moeten omvatten. Veerkracht van agrarische systemen is bestudeerd op een conceptueel niveau en veerkracht indicatoren zijn geopperd. De toepassing op concrete agrarische systemen is echter in beperkte mate doorgevoerd. In het bijzonder kwantitatieve benaderingen ontbreken in de literatuur. Gebrek aan goede data zou hier een van de redenen voor kunnen zijn. Veel studies naar veerkracht in agrarische systemen zijn daardoor kwalitatief van aard, bijvoorbeeld door inschattingen te maken op basis van systeemkarakteristieken die zogenaamd veerkracht aan het systeem zouden moeten geven. De voorbeelden die er zijn waarin het veerkrachtconcept voor agrarische systemen is geoperationaliseerd volgen bovendien geen integraal raamwerk voor veerkracht dat toegepast is in veel verschillende agrarische systemen.\n\nHet onderzoek dat gepresenteerd wordt in dit proefschrift was onderdeel van het EU Horizon 2020 project SURE-Farm om de duurzaamheid en veerkracht van Europese boerderijsystemen te bepalen. Binnen SURE-Farm werd een veerkrachtraamwerk ontwikkeld dat oog heeft voor het combineren van verschillende benaderingen, een lokale focus en het stimuleren van participatie van relevante (lokale) actoren. Het SURE-Farm veerkrachtraamwerk bestaat uit vijf stappen om de duurzaamheid en veerkracht van Europese boerderijsystemen te bepalen. Van Stap 1 tot 5 wordt specifieke veerkracht bepaald, d.w.z. veerkracht ten opzichte van een specifieke verstoring. Stap 1 tot 3 verhouden zich daarom tot de vragen \u201cde veerkracht waarvan?\u201d, \u201cten opzichte van wat?\u201d en \u201cmet welk doel?\u201d. Stap 4 gaat over de specifieke capaciteiten van veerkracht van het boerderijsysteem. Gebaseerd op de voorgenoemde stappen, systeemkarakteristieken kunnen worden ge\u00efdentificeerd die generieke veerkracht geven aan het systeem, ongeacht het type van verstoring (Stap 5).\n\nHet doel van dit proefschrift is om het hierboven genoemde veerkracht raamwerk te operationaliseren met nieuwe en integrale methoden om de duurzaamheid en veerkracht van huidige en toekomstige Europese boerderijsystemen te kunnen bepalen. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in dit proefschrift: 1) Is er een balans tussen sociale, economische en milieukundige functies van Europese boerderijsystemen? 2) Naderen Europese boerderijsystemen kritische drempelwaarden? 3) Welke capaciteiten van veerkracht hebben Europese boerderijsystemen, en welke zouden ze moeten hebben? 4) Welke strategie\u00ebn verbeteren de duurzaamheid en veerkracht van Europese boerderijsystemen? De methoden die toegepast zijn in dit proefschrift volgen de vijf stappen van het veerkracht raamwerk zo goed als mogelijk. Vanuit een methodologisch perspectief operationaliseren de methoden het raamwerk door lokaal aangepaste indicatoren en verschillende bronnen en soorten van data te gebruiken.\n\nHoofdstuk 2 presenteert het Framework of \u201cParticipatory Impact Assessment for Sustainable and Resilient FARMing systems\u201d (FoPIA-SURE-Farm I). FoPIA-SURE-Farm I onderzoekt huidige boerderijsystemen m.b.t. het functioneren, de dynamiek van belangrijke indicatoren, en de verschillende capaciteiten van veerkracht, d.w.z. robuustheid, adaptatievermogen en het vermogen tot transformatie. Drie gevalstudies met gespecialiseerde boerderijsystemen worden gebruikt als voorbeeld voor de gebruikte methodologie: de productie van zetmeelaardappelen in de Veenkoloni\u00ebn, Nederland; zuivelproductie in Vlaanderen, Belgi\u00eb; en de productie van hazelnoten in Lazio, Itali\u00eb. Hoofdstuk 3 presenteert de synthese van de toepassing van FoPIA-SURE-Farm I in 11 Europese boerderijsystemen. De resultaten van Hoofdstukken 2 & 3 overlappen. In de meeste boerderijsystemen worden functies relaterend aan voedselproductie, economische levensvatbaarheid en het onderhouden van natuurlijke hulpbronnen gezien als het meest belangrijk. De door de deelnemers waargenomen prestaties van systeemfuncties suggereert een middelmatige duurzaamheid van de bestudeerde boerderijsystemen. In het algemeen werd de veerkracht ingeschat als laag tot middelmatig, waar robuustheid en aanpassingsvermogen sterker ingeschat werden dan het vermogen om te transformeren. Dit geeft aan dat het vinden van wegen naar meer duurzaamheid een uitdagend proces is, want daar is immers aanpassingsvermogen en vermogen om te transformeren voor nodig. De karakteristieken van boerderijsystemen die zogezegd generieke veerkracht geven, de zogenaamde attributen van veerkracht, werden inderdaad waargenomen als positief voor de veerkracht. Winstgevendheid, een productie gekoppeld aan lokale en natuurlijke hulpbronnen, heterogeniteit van boerderijtypes, sociale zelforganisatie, en infrastructuur voor innovatie werden ingeschat als belangrijke attributen van veerkracht. Voor het vermogen tot transformatie werden met name winstgevendheid en toegang tot infrastructuur voor innovatie essentieel geacht. Strategie\u00ebn die toegepast werden in het verleden waren er vooral op gericht om de winstgevendheid te vergroten en minder gericht op de andere belangrijke attributen van veerkracht. Om de duurzaamheid en veerkracht van Europese landbouwsystemen te vergroten zullen reacties op korte termijn processen beter rekening moeten houden met lange termijn processen. Technologische innovatie is nodig, maar het moet gepaard gaan met structurele, sociale, agro-ecologische en institutionele veranderingen. De relatieve belangrijkheid van sommige attributen van veerkracht verschilde tussen boerderijsystemen. Dit geeft aan dat de lokale context in het algemeen, en perspectieven van belanghebbenden in het bijzonder, belangrijk zijn voor het evalueren van generieke veerkracht en beleidsopties op basis van attributen van veerkracht. Alles bij elkaar opgeteld, lijkt FoPIA-SURE-Farm I een goed startpunt voor het cre\u00ebren van bewustzijn, verder onderzoek en uiteindelijk het ontwikkelen van een gedeelde visie en actieplan voor het verbeteren van duurzaamheid en veerkracht van boerderijsystemen.\n\nHoofdstuk 4 heeft als doel de kwalitatieve resultaten over huidige duurzaamheid en veerkracht uit Hoofdstukken 2 & 3 aan te vullen met een kwantitatieve benadering. Een statistische methode voor meerjarige datareeksen was toegepast om boerderijprestaties te bestuderen m.b.t. voedselproductie, winstgevendheid en stikstofoverschot onder verschillende omstandigheden wat betreft weer, markt en boerderijstructuur. Een gevalstudie voor drie aardappel producerende regio\u2019s werd gebruikt met data van 2006 t\/m 2019. De prestaties van de statistische modellen waren hoogstens middelmatig. Modelresultaten waren gemakkelijk te be\u00efnvloeden door de selectie van responsvariabelen. Het niveau en de graduele verandering van voedselproductie, economische prestaties en milieuprestaties werden voornamelijk be\u00efnvloed door input-intensiteit. Hoe die be\u00efnvloeding door intensiteit werkte, d.w.z. positief of negatief, verschilde per gevalstudie. Jaarlijkse variatie werd hoofdzakelijk bepaald door gemiddelde jaarlijkse weersomstandigheden en weersextremen. Er werd geen bewijs gevonden voor impactreductie van weersomstandigheden en weersextremen door boerderijstructuur. Alles bij elkaar genomen kan de conclusie getrokken worden dat de resultaten in dit hoofdstuk slechts bestaande kennis bevestigen op het niveau van de gevalstudies. In de context van veerkracht van boerderijen in combinatie met een relatieve kleine dataset lijkt de methode zich te beperken tot een vrij homogene boerderijpopulatie in een stabiele economische omgeving. Onderzoekers die de gebruikte methoden willen gebruiken in (akkerbouw) boerderijsystemen zullen goed moeten beseffen dat ze veel invloed kunnen hebben op de resultaten door de selectie van responsvariabelen.\n\nHoofdstuk 5 heeft als doel om paden naar meer duurzame en veerkrachtige boerderijsystemen te vinden, terwijl kritische drempelwaarden worden ge\u00efdentificeerd en ontweken. Voor dit doel werd een participatieve, integrale en indicator-gebaseerde methode gepresenteerd. Deze methode leidt onderzoekers en belanghebbenden in het boerderijsysteem in zes stappen naar een multidimensionaal begrip van duurzaamheid en veerkracht van toekomstige boerderijsystemen (FoPIA-SURE-Farm II). De methode wordt gepresenteerd aan de hand van een gevalstudie met extensieve schapenhouderij in Huesca, Spanje. Deelnemers in de participatieve workshop gaven aan dat hun boerderijsysteem heel dicht bij een neergang of zelfs ineenstorting staat. Het naderen en overschrijden van kritische drempelwaarden in het sociale, economische en milieu domein zorgt op dit moment voor een vicieuze cirkel met onder meer lage winstgevendheid, lage aantrekkingskracht van het boerderijsysteem en de verwaarlozing van weidegronden. Deelnemers stelden twee alternatieve, meer duurzame en veerkrachtige systemen voor: een semi-intensief systeem dat allereerst gericht is op het verhogen van de productie en een hightech extensief systeem dat allereerst gericht is op het aanbieden van publieke diensten. Beide alternatieven leggen een sterke nadruk op de rol van technologie, maar verschillen in hun benadering tot weidegang. Dit verschil wordt gereflecteerd in de verschillende strategie\u00ebn die voorzien worden om de alternatieve systemen te bewerkstelligen. Alhoewel het hightech extensieve systeem het meest verenigbaar lijkt met een toekomstscenario waarin de productie van duurzaam voedsel erg belangrijk is, lijkt het semi-intensieve systeem minder risicovol omdat het, gemiddeld genomen, het meest verenigbaar is met meerdere andere toekomstscenario\u2019s. Alles bij elkaar genomen, kan de gebruikte methode gezien worden als relatief snel, interactief en trans-disciplinair, die veel informatie aanlevert over kritische drempelwaarden, huidige systeemdynamieken en toekomstige mogelijkheden. Zo doende helpt de methode belanghebbenden om na te denken en te praten over de toekomst van hun systeem, en helpt zo in de voorbereiding naar meer duurzaamheid en veerkracht.\n\nIn hoofdstuk 6 wordt FoPIA-SURE-Farm II toegepast om de aanwezigheid van kritische drempelwaarden te bepalen in 11 Europese boerderijsystemen. Alle bestudeerde systemen bevinden zich, aldus deelnemers, dichtbij, op of over ten minste \u00e9\u00e9n ge\u00efdentificeerde kritische drempelwaarde, d.w.z. dat deze systemen (erg waarschijnlijk) kritische drempelwaarden gaan overschrijden binnen de komende 10 jaren. Deelnemers waren in het bijzonder bezorgd over economische levensvatbaarheid en niveaus van voedselproductie. Kritische drempelwaarden werden bovendien waargenomen als interacterend tussen systeemniveaus (veld, boerderij, boerderijsysteem) en domeinen (milieu, economisch, sociaal), waar lage economische levensvatbaarheid leidt tot een lagere aantrekkingskracht van het boerderijsysteem, en, voor sommige boerderijsystemen, een hoge moeilijkheidsgraad om natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit te onderhouden. In het algemeen werd een neergang in prestaties van alle systeemvariabelen verwacht door workshopdeelnemers in het geval kritische drempelwaarden zouden worden overschreden. Bijvoorbeeld een neergang in de aantrekkingskracht van een gebied en minder onderhoud aan natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit. Hoofdstuk 6 laat zien dat bezorgdheid over het overschrijden van kritische drempelwaarden terecht is en dat de drempelwaarden van systeemvariabelen onderzocht moeten worden op veld-, boerderij- en boerderijsysteem niveau en in het sociale, economische en milieu domein. Economische variabelen op boerderijniveau (bijvoorbeeld inkomen), lijken belangrijk om te detecteren of een systeem richting kritische waarden van sociale variabelen gaat op het niveau van het boerderijsysteem (bijvoorbeeld aantrekkingskracht van het gebied). Tegelijkertijd zijn er in meerdere gevalstudies indicaties dat het naderen van drempelwaarden van sociale variabelen (bijvoorbeeld beschikbaarheid van arbeid) een aanwijzing zijn voor het naderen van economische drempelwaarden (bijvoorbeeld bedrijfsinkomen). Op basis van de resultaten volgen enkele reflecties op het belang van het in het oog houden van hulpbronnen van het systeem, zoals kennisniveaus, bij het monitoren en evalueren van de duurzaamheid en veerkracht van Europese boerderijsystemen.\n\nHoofdstuk 7 geeft een synthese van het onderzoek dat weergegeven wordt in dit proefschrift. Gebaseerd op deze synthese worden aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van duurzaamheid en veerkracht. Vervolgens worden het theoretische raamwerk en de methodes ge\u00ebvalueerd die gebruikt zijn in dit proefschrift. Daarna volgt een discussie over de relevantie van het onderzoek. Op basis van de voorgaande discussies worden reflecties gegeven over het verbeteren van het monitoren en evalueren van duurzaamheid en veerkracht van boerderijsystemen in Europa. Ik concludeer dat de duurzaamheid en veerkracht van boerderijsystemen een uitdagend onderwerp blijft door de complexiteit in termen van detail (verschillende domeinen, veel concepten en variabelen) en dynamieken (non-lineariteit, drempelwaarden, interacties). Het onderzoek dat gepresenteerd wordt in dit proefschrift bevestigt het nut van het gebruikte veerkrachtraamwerk: de complexiteit rondom veerkracht is gereduceerd middels een stapsgewijze benadering aangepast aan boerderijsystemen. De participatieve benaderingen in dit proefschrift droegen vooral bij aan het beschrijven en uitleggen van duurzaamheid en veerkracht van huidige boerderijsystemen. De resultaten van deze methoden vormen daardoor een goede basis voor het exploreren van toekomstige boerderijsystemen. De kwantitatieve benadering (gepresenteerd in Hoofdstuk 4) bevestigde de impact van weersextremen op economische en milieukundige boerderijprestaties, maar was beperkt wat betreft het verstrekken van inzicht in veerkracht. De kwantitatieve benadering liet ook zien hoe onderzoekers invloed kunnen hebben op de resultaten door de selectie van responsvariabelen. Gebaseerd op resultaten en reflecties in dit proefschrift zie ik ruimte voor verbetering wat betreft het begrijpen en bepalen van duurzaamheid en veerkracht door meer gebruik te maken van systeemdenken en het gebruik van participatieve integrale assessments.","summary":"An increasing variety of stresses and shocks provides challenges for farming systems in Europe. As a consequence, the sustainability and resilience of Europe\u2019s diverse farming systems is at stake. In particular the possible presence of economic, social or environmental thresholds in farming systems is worrying, as beyond those thresholds permanent and undesired system change may happen.\n\nSustainability of a system is in this thesis defined as an adequate performance of all system functions across the environmental, economic and social domains. Sustainability of agricultural systems has been studied extensively, but existing frameworks and tools are not designed to study resilience which is much more about the different capacities of systems to deal with disturbances. Moreover, in agricultural sustainability assessments, the social aspects are often least integrated, compared to the economic and environmental. Of particular importance are participatory, integrated assessments that focus on improving sustainability and resilience as they are designed to come up with adaptation options and action-oriented approaches together with relevant stakeholders.\n\nResilience can be defined as the capacity to resist change without changing its feedback system and functionality, i.e. robustness, while acknowledging the possibility of alternative stable states. The acknowledgement of possible stable alternative states of a system has led scholars to argue that ecological resilience thinking should also encompass, besides robustness, the system\u2019s capacity to adapt or to organize structural and functional change. Resilience of agricultural systems has been studied at a conceptual level and resilience indicators have been proposed. The actual operationalization has taken place only to a limited extent. In particular, quantitative assessments of agricultural systems are lacking in literature. Lack of good data may be one of the reasons for this. Much resilience work on agricultural systems is therefore qualitative in nature, for instance involving assessments based on system parameters that supposedly bring resilience to the system. The examples in which the resilience concept of agricultural systems is operationalized, are not guided by an integrated resilience framework that was applied to many different agricultural systems.\n\nThe work presented in this thesis was part of the EU Horizon 2020 project SURE-Farm to assess the sustainability and resilience of European farming systems. Within SURE-Farm, a resilience framework was developed that considers the need for combining approaches, having a local focus and stimulating participation of relevant (local) actors. The SURE-Farm framework proposed five steps to assess farming system sustainability and resilience (Meuwissen et al., 2019; Figure 1.1). From Step 1 to 5 specific resilience is addressed, i.e. resilience to a specific type disturbance. Step 1 to 3 relate, therefore, to the questions resilience \u201cof what?\u201d, \u201cto what?\u201d and \u201cfor what purpose?\u201d. Step 4 addresses the farming system specific resilience capacities that need to be developed. Based on the previous steps, system characteristics are identified that convey general resilience to the system, regardless the type of disturbance (Step 5).\n\nThe aim of this thesis is to operationalize the above introduced resilience framework with new and integrated methods and to assess the sustainability and resilience of current and future European farming systems. The following research questions are central in this thesis: 1) Is there a balance between social, economic and environmental functions in European farming systems in terms of importance and performance? 2) Are European farming systems approaching critical thresholds? 3) What resilience capacities do and should European farming systems have? 4) What strategies enhance sustainability and resilience of European farming systems? The methods applied in this thesis follow the five steps of the resilience framework as much as possible. From a methodological point of view, the methods aim to operationalise the framework by using locally adapted indicators and different sources and types of data.\n\nChapter 2 presents the Framework of Participatory Impact Assessment for Sustainable and Resilient FARMing systems (FoPIA-SURE-Farm I). FoPIA-SURE-Farm I investigates current farming system functioning, dynamics of main indicators, and specifies resilience for the different resilience capacities, i.e., robustness, adaptability, and transformability. Three case studies with specialized farming systems serve as an example for the used methodology: starch potato production in Veenkoloni\u00ebn, The Netherlands; dairy production in Flanders, Belgium; and hazelnut production in Lazio, Italy. Chapter 3 presents the synthesis of the application of FoPIA-SURE-Farm I to 11 European farming systems. Results from Chapters 2 & 3 overlap. In most farming systems, functions that related to food production, economic viability, and maintaining natural resources were perceived as most important. Perceived overall performance of system functions suggests moderate sustainability of the studied farming systems. Overall, the resilience of the studied farming systems was perceived as low to moderate, with robustness and adaptability often dominant over transformability. This indicates that finding pathways to more sustainability, which requires adaptability and transformability, will be a challenging process. General characteristics of farming systems that supposedly convey general resilience, the so-called resilience attributes, were indeed perceived to contribute positively to resilience. Profitability, having production coupled with local and natural resources, heterogeneity of farm types, social self-organization, and infrastructure for innovation were assessed as being important resilience attributes. To allow for transformability, being reasonably profitable and having access to infrastructure for innovation were viewed as essential. Past strategies were often geared towards making the system more profitable, and to a lesser extent towards the other important resilience attributes. To improve sustainability and resilience of European farming systems, responses to short-term processes should better consider long-term processes. Technological innovation is required, but it must be accompanied with structural, social, agro-ecological and institutional changes. The relative importance of some resilience attributes in the studied systems differed from case to case. This indicates that the local context in general, and stakeholder perspectives in particular, are important when evaluating general resilience and policy options based on resilience attributes. Overall, FoPIA-SURE-Farm I results seem a good starting point for raising awareness, further assessments, and eventually for developing a shared vision and action plan for improving sustainability and resilience of farming systems.\n\nWhile Chapters 2 & 3 presented the development and applications of a participatory semi-quantitative method, Chapter 4 aimed to complement the results regarding sustainability and resilience of current farming systems with a quantitative method. A statistical method using longitudinal data was applied to study farm performance (food production, profitability, nitrogen surplus) under different conditions regarding weather, market and farm structure. A case study for potato production in three regions in the Netherlands was employed, using data from 2006-2019. Statistical model performance was at best moderate. Model results were easily influenced by the selection of response variables. Food production, economic and environmental performance levels and gradual dynamics were primarily determined by input intensity levels. How these levels are determined by intensity of cropping, i.e. positively or negatively, differed per case study. Year-to-year variability was determined by average yearly weather conditions and weather extremes. We did not find evidence of moderating effects of farm structure on the impact of weather conditions and weather extremes. Overall, the conclusion is that results do only provide insights that can confirm existing knowledge at case study level. In the context of resilience of farms, while using a relatively small dataset, the application seems limited to a rather homogeneous farm population in a stable economic environment. Researchers intending to apply this method in (arable) farming systems should be well aware of the influence they can have over the results through the selection of response variables.\n\nFollowing up on the sustainability and resilience assessment of current systems, Chapter 5 aims to find pathways to more sustainable and resilient farming systems, while identifying and avoiding critical thresholds. To serve this purpose, a participatory, integrated and indicator-based methodology is presented that leads researchers and farming system actors in six steps to a multi-dimensional understanding of sustainability and resilience of farming systems in the future (FoPIA-SURE-Farm II). The method is presented for the case study of extensive sheep production farming system in Huesca, Spain. Participants in the participatory workshop indicated that their farming system is very close to a decline or even a collapse. Approaching and exceeding critical thresholds in the social, economic and environmental domain is currently causing a vicious circle that includes low economic returns, low attractiveness of the farming system and abandonment of pasture lands. More sustainable and resilient alternative systems to counteract the current negative system dynamics were proposed by participants: a semi-intensive system primarily aimed at improving production and a high-tech extensive system primarily aimed at providing public goods. Both alternatives place a strong emphasis on the role of technology, but differ in their approach towards grazing, which is reflected in the different strategies that are foreseen to realize those alternatives. Although the high-tech extensive system seems most compatible with a future in which sustainable food production is very important, the semi-intensive system seems a less risky bet as it has on average the best compatibility with multiple future scenarios. Overall, the methodology can be regarded as relatively quick, interactive and transdisciplinary, providing ample information on critical thresholds, current system dynamics and future possibilities. As such, the method enables stakeholders to think and talk about the future of their system, paving the way for improved sustainability and resilience.\n\nIn Chapter 6, FoPIA-SURE-Farm II is applied to assess the presence of critical thresholds in 11 European farming systems. All studied systems were perceived to be close, at or beyond at least one identified critical threshold, i.e. these systems are (very likely) exceeding thresholds within the next 10 years. Stakeholders were particularly worried about economic viability and food production levels. Moreover, critical thresholds were perceived to interact across system levels (field, farm, farming system) and domains (social, economic, environmental), with low economic viability leading to lower attractiveness of the farming system, and in some farming systems making it hard to maintain natural resources and biodiversity. Overall, a decline in performance of all key system variables was expected by workshop participants in case critical thresholds would be exceeded. For instance, a decline in the attractiveness of the area and a lower maintenance of natural resources and biodiversity. Chapter 6 shows that concern for exceeding critical thresholds is justified and that thresholds need to be studied while considering system variables at field, farm and farming system level across the social, economic and environmental domains. For instance, economic variables at farm level (e.g. income) seem important to detect whether a system is approaching critical thresholds of social variables at farming system level (e.g. attractiveness of the area), while in multiple case studies there are also indications that approaching thresholds of social variables (e.g. labour availability) are indicative for approaching economic thresholds (e.g. farm income). Based on the results, reflections follow on the importance of considering system resources, such as knowledge levels, when monitoring and evaluating the sustainability and resilience of Europe\u2019s farming systems.\n\nChapter 7 provides a synthesis of the research presented in this thesis. Based on the synthesis, policy recommendations are made for improved sustainability and resilience. Subsequently, the framework and methods used in this thesis are evaluated. After that, the relevance of the work is discussed. Based on that discussion, reflections follow on improving the evaluation and monitoring of sustainability and resilience of farming systems in Europe. I conclude that sustainability and resilience of farming systems remains a challenging subject due to its complexity in terms of detail (different domains, many concepts and variables) and dynamics (non-linearity, thresholds, interactions). The research presented in this thesis confirmed the usefulness of the resilience framework in reducing this complexity through a step-wise approach tailored to farming systems. The participatory approaches presented in this thesis contributed mainly to describing and explaining sustainability and resilience of current farming systems. These methods provide, therefore, a good basis for exploring future farming systems. The quantitative approach (presented in Chapter 4) confirmed the impact of weather extremes on economic and environmental farm performance, but was limited in explaining resilience, and raised awareness about the influence researchers have on the results through the selection of response variables. Based on the work and reflections presented in this thesis I see scope for better understanding and assessing farming system sustainability and resilience through system thinking theory and the use of participatory integrated assessment","auteur":"Wim Paas","auteur_slug":"wim-paas","publicatiedatum":"24 oktober 2022","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/wimpaas?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604131121","isbn":"978-94-6447-347-6","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Wageningen University","afbeeldingen":12042,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Wageningen University","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11510","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=11510"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11510\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":11513,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11510\/revisions\/11513"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/12042"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=11510"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=11510"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}