{"id":11348,"date":"2026-04-13T09:46:40","date_gmt":"2026-04-13T09:46:40","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/veronique-maas\/"},"modified":"2026-04-22T14:48:26","modified_gmt":"2026-04-22T14:48:26","slug":"veronique-maas","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/veronique-maas\/","title":{"rendered":"Veronique Maas"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":12160,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-11348","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"The Development, Implementation and Evaluation of a Social Marketing Strategy to Improve Preconceptional Health","samenvatting":"Hoewel de zorg voor een zwangere vrouw in Nederland gemiddeld tussen 8 en 10 weken zwangerschap begint, start de ontwikkeling van de meest essenti\u00eble organen al veel eerder. Acties om de kans op een gezonde zwangerschap te vergroten moeten daarom zo vroeg mogelijk worden gestart, bij voorkeur al in de weken v\u00f3\u00f3r de zwangerschap. Naast het feit dat veel mannen en vrouwen in de vruchtbare fase van hun leven ongezond leefstijlgedrag vertonen (bijvoorbeeld: alcoholgebruik, roken en ongezonde voeding) hebben ze ook weinig kennis over de negatieve effecten van dit gedrag op de zwangerschapsuitkomsten. Preconceptiezorg (PCZ) wordt in Hoofdstuk 1 ge\u00efntroduceerd als een middel om aanstaande ouders te motiveren hun leefstijl te verbeteren en tijdige reproductieve keuzes te maken. Ondanks het feit dat PCZ al jaren bestaat, maken toekomstige ouders hier nauwelijks gebruik van en valt er nog veel gezondheidswinst te behalen in de periode voor de zwangerschap. Het onderzoek beschreven in dit proefschrift heeft als doel om 1) een nieuwe PCZ-interventie in meerdere gemeenten te introduceren en 2) het effect van deze interventie op leefstijl en bereik onder aanstaande ouders en zorgverleners te evalueren. Dit proefschrift is gebaseerd op onderzoek uit de APROPOS-II-studie, welke is uitgevoerd tussen 2018 en 2021 in zes gemeenten in Nederland.\n\nDeel I \u2013 Voorbereiding op de interventie\n\nEen onderzoek onder 3.684 vrouwen, beschreven in Hoofdstuk 2, evalueerde de relatie tussen leefstijl (v\u00f3\u00f3r en tijdens de zwangerschap) en nadelige zwangerschapsuitkomsten. De resultaten van dit onderzoek toonde aan dat vrouwen met overgewicht, en vooral vrouwen met obesitas, de grootste kans hadden om een ongunstige zwangerschapsuitkomst, met name bloeddruk-gerelateerde complicaties en zwangerschapsdiabetes, te ontwikkelen. Ook bleek dat stoppen met roken, het hebben van een gezond gewicht en het tijdig starten met foliumzuur het risico op nadelige zwangerschapsuitkomsten kan verminderen.\n\nHet onderzoek beschreven in Hoofdstuk 3 adresseert de invloed van het plannen van een zwangerschap op het veranderen van leefstijlgedraging en gezondheidsopvattingen. In totaal hebben 1.077 zwangere vrouwen uit tien verloskundigenpraktijken aan dit onderzoek meegedaan door aan het begin van de zwangerschap een vragenlijst in te vullen. Op basis van de antwoorden bleek dat meer dan 85% van de vrouwen een geplande zwangerschap had. Echter, ondanks het bewust plannen van hun zwangerschap, hielden de meeste van deze vrouwen zich niet aan alle leefstijl aanbevelingen. Slechts 70% van de vrouwen met geplande zwangerschappen gebruikte foliumzuur op de correcte manier en de helft van de vrouwen gebruikte op enig moment tijdens de zwangerschap alcohol. Het onderzoek toonde ook aan dat zwangere vrouwen de neiging hadden hun eigen gezondheidsstatus te overschatten. De meeste vrouwen die het eens waren met de stelling dat ze 'gezond genoeg zijn en geen PCZ nodig hebben', bleken toch veel risicofactoren voor negatieve zwangerschapsuitkomsten te hebben.\n\nHoewel de meeste PCZ-interventies gericht zijn op vrouwen, hebben mannen eveneens baat bij PCZ. Het verbeteren van de biologische en genetische bijdrage van mannen aan de bevruchting kan namelijk leiden tot verbeterde zwangerschapsuitkomsten. Het doel van Hoofdstuk 4 was om de behoeftes van mannen om zich actief voor te bereiden op de zwangerschap te onderzoeken aan de hand van 229 ingevulde vragenlijsten en 14 interviews met (toekomstige) vaders. De meerberheid van de mannen zocht v\u00f3\u00f3r de zwangerschap geen PCZ-informatie op (60%) en ging ook niet naar een zorgverlener voor advies (80%); de behoefte aan PCZ was dus laag. Naast het feit dat meerdere ge\u00efnterviewde mannen aangaven dat hun gevoel van mannelijkheid aangetast werd als een zwangerschap langer op zich liet wachten, gaven mannen ook aan zichzelf gezond genoeg te vinden en geen behoefte te hebben aan PCZ. Om in de toekomst PCZ beter onder de aandacht te brengen onder mannen, stelden de ge\u00efnterviewde mannen verschillende kanalen voor (bijvoorbeeld podcasts, radioadvertenties of sociale media) om aanstaande vaders te bereiken met PCZ-informatie.\n\nIn Hoofdstuk 5 werd de visie van zorgverleners op het verbeteren van PCZ in hun gemeente verkend. Er werden in totaal 10 werkconferenties georganiseerd, wat resulteerde in een groep van 250 zorgverleners die een vragenlijst invulden en deelnamen aan een knelpuntenanalyse. Hoewel bijna alle zorgverleners het erover eens waren dat huisartsen en verloskundigen de best aangewezen zorgverleners zijn om kinderwensconsulten te geven, werden ook veel andere beroepen (bijv. jeugdverpleegkundigen en di\u00ebtisten) genoemd die kunnen bijdragen aan meer bewustwording rondom PCZ. Toch was ongeveer 1 op de 7 verloskundigen het (helemaal) oneens met de stelling dat het geven van PCZ-informatie aan paren met een kinderwens tot hun taak behoort. Uit de knelpuntenanalyse bleek dat veel zorgverleners het lastig vinden om de doelgroep te bereiken en kwam de wens naar voren om de verantwoordelijkheid voor het geven van PCZ-informatie te delen met meerdere disciplines betrokken bij vrouwenzorg.\n\nDeel II \u2013 Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van de interventie\n\nSociale marketing is een opkomende discipline, waar marketingstrategie\u00ebn - succesvol bij het verkopen van producten - worden gebruikt om positieve maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen. Het onderzoek beschreven in Hoofdstuk 6 had als doel om de ontwikkeling van een sociale marketing strategie op het gebied van PCZ te beschrijven aan de hand van de acht criteria van The National Social Marketing Centre voor effectieve sociale marketing. Tijdens het ontwikkelingsproces van een nieuwe PCZ sociale marketing strategie zijn diepgaande inzichten van alle criteria geanalyseerd en verwerkt. Samen met dit literatuuronderzoek vormde een stakeholder-analyse de onderbouwing voor de ontwikkeling van de Woke Women\u00ae campagne, die vrouwen motiveert zich actief voor te bereiden op de zwangerschap.\n\nHet protocol van de APROPOS-II studie is beschreven in Hoofdstuk 7. Deze gerandomiseerde studie had als doel het effect en het proces van een lokale PCZ-interventie op leefstijl en het bereik van PCZ onder aanstaande ouders en zorgverleners te evalueren in vier Nederlandse gemeenten. De interventie bestond uit een tweesporen-aanpak en was zowel gericht op de vraagkant van PCZ (de toekomstige ouders) als op het aanbodkant van PCZ (de zorgverleners). De hierboven genoemde sociale marketing campagne genaamd Woke Women\u00ae is ingezet om de doelgroep te bereiken. De interventieperiode begon na een grote campagneweek waarin Woke Women\u00ae werd gelanceerd met veel media-aandacht en met de inzet van innovatieve kanalen, zoals sociale media en lokale ambassadeurs.\n\nIn Hoofdstuk 8 worden vervolgens de resultaten van de APROPOS-II studie gepresenteerd. De belangrijkste uitkomstmaat van deze studie was het naleven van minimaal drie van de volgende vier levensstijlaanbevelingen: tijdig starten van foliumzuur, niet roken, geen alcoholgebruik, en gezonde voeding (aanbevolen hoeveelheid groente, fruit en cafe\u00efne inname). De resultaten lieten enkele positieve effecten zien; toekomstige ouders in de interventiefase waren meer geneigd om zich actief voor te bereiden op zwangerschap en hun leefstijl aan te passen. Vooral in regio\u2019s met de grootste bekendheid met de campagne was het verschil in leefstijl voor en na de interventie onder vrouwen het grootst. Ook lieten de resultaten zien dat hoewel het toegenomen aantal websitebezoeken telkens sterk gerelateerd was aan de campagneweken, sociale media een consistent middel bleek te zijn om de doelgroep in alle gemeenten tegelijk te bereiken. Ten slotte waren zorgverleners na de interventie significant beter op de hoogte van de recente literatuur\/richtlijnen over PCZ-risicofactoren en vonden niet-verloskundige zorgverleners het aanzienlijk makkelijker om een gesprek over een mogelijke kinderwens aan te gaan in vergelijking met zorgverleners in de controlefase. De resultaten van dit onderzoek dragen bij aan het bewijs van het succesvol implementeren van een PCZ-interventie om de gezondheid van toekomstige ouders - en daarmee toekomstige generaties - te optimaliseren.\n\nTot slot wordt in hoofdstuk 9 gereflecteerd op de belangrijkste resultaten en conclusies van de studies en worden er oplossingen en knelpunten voor het implementeren van PCZ gepresenteerd vanuit drie verschillende niveaus: microniveau (de aanstaande ouders), mesoniveau (de zorgverleners) en macroniveau (het zorgstelsel). Ook wordt er hier gepleit om PCZ te integreren in een levenslange aanpak om algemene vrouwenzorg in Nederland te verbeteren aan de hand van een \u2018vrouwen-consult\u2019. Alleen dan kan PCZ goed verankerd worden in het Nederlandse zorgstelsel. Het hoofdstuk sluit af met de vier geleerde lessen uit de APROPOS-II-studie die onderzoekers en beleidsmakers kunnen helpen om nieuwe initiatieven te ontwikkelen:\n\n1. Ondanks het feit dat PCZ waarschijnlijk een zeer waardevolle vorm van zorg is, blijft het een grote uitdaging om PCZ te implementeren. Onze ervaringen en resultaten tonen aan dat PCZ moet worden afgestemd op verschillende doelgroepen: voor de laag-risico populatie zou betrouwbare PCZ-informatie online voldoende kunnen zijn, terwijl voor een hoog-risico populatie gepersonaliseerde PCZ-consulten beter geschikt is;\n2. De verantwoordelijkheid voor PCZ dient breed gedeeld te worden tussen de doelgroep, zorgverleners, de gemeenschap en het hele zorgstelsel. Het ontwikkelen van interventies die obstakels en oplossingen binnen al deze groepen adresseren, biedt mogelijkheden;\n3. Innovatieve moderne technieken (bijvoorbeeld: sociale media en influencers) kunnen bijdragen aan een verbeterd bereik van de doelgroep. Samen kunnen we vrouwen motiveren om hun levensstijl voor de conceptie te verbeteren en het taboe op het bespreken van een kinderwens te verminderen;\n4. Bij het verbeteren van preconceptionele gezondheid kunnen verschillende expertisegebieden (bijvoorbeeld marketing, medisch, beleid en sociale wetenschap) bij elkaar worden gebracht om het beste resultaat te behalen. Een combinatie van technieken en strategie\u00ebn vergroot de kans op succesvolle implementatie van een interventie die goed aanslaat bij een breed publiek.","summary":"Despite major advances in clinical research and medical technology, the prevalence of adverse maternal and neonatal health outcomes in the Netherlands has only moderately decreased over the past decade. While the majority of antenatal care starts between 8 and 10 weeks of gestation, the foundation of most critical organs is initiated earlier, thus, preventive efforts should be initiated as early as possible, preferably prior to conception. Considering the high incidence of unhealthy lifestyle behaviours among the reproductive population and the low awareness regarding these risk factors for adverse pregnancy outcomes, the periconception period provides a window of opportunity to intervene. Hence, preconception care (PCC) has been introduced as a means to enable prospective parents to improve unhealthy lifestyle behaviours and offers an opportunity for timely reproductive choices regarding genetic risks before pregnancy. Evidence on the effectiveness of PCC is necessary to affirm the urgency to structurally embed PCC within Dutch healthcare. In Chapter 1, PCC is introduced as an instrument to encourage prospective parents to actively prepare for pregnancy and to change unhealthy preconceptional lifestyle behaviours. It also states the overall aim of this thesis to explore and evaluate 1) the implementation of a new and innovative PCC-approach within multiple municipalities and 2) its effect on preconceptional lifestyle behaviours and reach among prospective parents and healthcare providers.\n\nThis thesis was based on research performed within the APROPOS-II study, a stepped wedge cluster randomised controlled trial. This study was conducted between 2018 and 2021 within six municipalities in the Netherlands. This thesis reported on both the pre-implementation research (Part I; Chapters 2 \u2013 5) as well as the development and evaluation of the PCC-approach (Part II; Chapters 6-8).\n\nPart I \u2013 Pre-implementation research\nThe study presented in Chapter 2 evaluated the associations between lifestyle behaviours and adverse pregnancy outcomes with a unique distinction between preconceptional- and prenatal lifestyle behaviours. In this secondary analysis of a prospective multicentre cohort study in the Netherlands, 3,684 pregnant women were included. Results of this study showed that women who are overweight, and especially those who are obese, have the highest odds of developing any adverse pregnancy outcome (adjusted odds ratio (aOR) 1.61 (95% Confidence Interval (CI) 1.31-1.99) and aOR 2.85 (95% CI 2.20-3.68), respectively), particularly gestational hypertensive disorders and diabetes. These results also indicated that smoking cessation, having a normal body mass index (BMI) and initiating folic acid supplements preconceptionally may decrease the risk of adverse pregnancy outcomes.\n\nResearch in Chapter 3 explored how preconceptional lifestyle behaviours and actively preparing for pregnancy were associated with planned pregnancies and health beliefs. A total of 1,077 pregnant women from midwifery practices within six municipalities in the Netherlands participated in this study by administering a single questionnaire in the first trimester of their pregnancy. Based on the London Measure of Unplanned Pregnancies, over 85% of women in our cohort experienced a planned pregnancy. However, despite consciously planning their pregnancy, most women did not adhere to preconceptional lifestyle behaviour recommendations; 69.5% of women with planned pregnancies adequately used folic acid supplements and 50.5% of women consumed alcohol at any point during pregnancy. We demonstrated some interchangeable associations between preconceptional lifestyle behaviour change, planned pregnancies and health beliefs (based on 14 statements e.g. \u2018there are too many rules for a healthy pregnancy\u2019). We also showed that the pregnant women in our study tended to overestimate their own health status, since most women who agreed with the health belief that they are \u2018healthy enough and don\u2019t need PCC\u2019 still exhibited many preconceptional risk factors. Therefore, women\u2019s health beliefs and overestimation of their health status seemed to interfere with actively preparing for pregnancy.\n\nWhile most PCC-interventions are aimed at women, men are also in need of PCC to reduce risk factors affecting their sperm quality, since enhancing men\u2019s biological and genetic contributions to the conception can lead to improved pregnancy outcomes. The objective of Chapter 4 was to explore male perceptions regarding the need to engage in PCC. Using a mixed-methods study design, 229 men were included in our study by filling out a questionnaire and 14 of these men were interviewed to gain more insights into their motives to actively prepare for pregnancy. The majority of men (59.0%) did not retrieve any PCC-information before conception nor visited a health care provider for a PCC-consultation (79.5%), hence they expressed a low need for PCC. While several interviewed men expressed their fear for infertility, this did not lead to increased uptake of PCC as men felt they were healthy enough already. Finally, men proposed several channels (e.g. podcasts, radio ads or social media) to reach prospective fathers with PCC-information. Tailoring preconceptional information towards male needs was suggested to provide a window of opportunity to improve men\u2019s reproductive health and possibly the health of future generations.\n\nDespite the development of several national guidelines, risk assessment tools, and recommendations by the Dutch government, no programmatic PCC-program has yet been implemented and only a few healthcare providers currently provide PCC. The study in Chapter 5 explored healthcare providers\u2019 views on improving PCC in their municipality. A total of 10 working conferences were hosted, aimed to educate healthcare providers on preconceptional risk factors and conduct a local analysis of barriers and facilitators for implementing PCC. This resulted in a cohort of 250 multidisciplinary healthcare providers who filled out a questionnaire and participated in workshops. While almost all healthcare providers agreed that general practitioners and midwives are best positioned to provide PCC-consultations, many other professions (e.g. preventive child healthcare professionals) were also suggested to contribute to improved PCC-awareness. Still, approximately 1 in 7 midwives (strongly) disagreed with the statement that it is part of their job to provide PCC-information to couples with a wish to conceive. During the regional bottleneck analyses, healthcare providers expressed their desire to share the responsibility to provide PCC-consultations among multiple disciplines related to women\u2019s healthcare.\n\nPart II \u2013 Development, implementation and evaluation of a locally tailored preconception care intervention.\nSocial marketing is an emerging discipline since the 1970s when marketing strategies - then successful in selling products and services to consumers - were also started to be used to promote socially beneficial ideas, attitudes and behaviours. Social marketing strategies are suggested to potentially improve preconceptional lifestyle behaviours. The aim of Chapter 6 was to describe the development of a PCC social marketing strategy based on eight benchmark criteria of the National Social Marketing Centre for effective social marketing. In-depth insights of all benchmarks were analysed and incorporated during the development process of a new PCC social marketing strategy. With a special focus on the application of the \u2018Health Belief Model\u2019 (benchmark 3) and \u2018the Four-P framework\u2019 (benchmark 8), this formative research resulted in the development of the Woke Women\u00ae strategy, empowering women to actively prepare for pregnancy.\n\nA previous feasibility study (APROPOS) conducted by our group in a single municipality of the Netherlands demonstrated that a locally tailored PCC-intervention could potentially improve preconceptional lifestyle behaviours and increase the use of PCC among prospective parents. Therefore, we designed a second study (APROPOS-II) with implementation in more municipalities, a larger group of respondents, randomization, assessment of a more comprehensive set of (clinical) outcomes and the implementation of a social marketing strategy (Woke Women\u00ae). Chapter 7 extensively describes the protocol of the APROPOS-II study, a stepped-wedge cluster-randomized controlled trial in four municipalities in the Netherlands, which aimed to assess the effectiveness and the implementation process of a local PCC-intervention on preconceptional lifestyle behaviours and the reach of PCC among prospective parents and healthcare providers. The intervention contained a dual-track approach and focused on both the uptake of PCC (the prospective parents) and on the provision of PCC (healthcare providers). The target population was reached through a large campaign week during which the Woke Women\u00ae campaign was launched with lots of media attention and innovative channels e.g. social media and local ambassadors. To improve interdisciplinary collaboration among healthcare providers, a working conference was organised, followed by the formation of a local stakeholder coalition that tailored the local care pathway including interdisciplinary arrangements for collaboration to their own municipality.\n\nThe results of the APROPOS-II study are presented in Chapter 8. The primary outcome for women was adherence to \u22653 preconceptional lifestyle recommendations, i.e. early initiation of folic acid supplements, no smoking nor alcohol use, and healthy nutrition (adequate vegetable, fruit and caffeine intake). Results showed some positive effects as prospective parents in the intervention phase were more prone to actively prepare for pregnancy and change preconceptional behaviours, especially vegetable intake (Relative Risk (RR) of 1.82 (95% CI 1.14 - 2.91)). The primary outcome only showed a statistical difference among women participating in the municipality where the awareness of the intervention was highest (RR 1.57; 95% CI 1.11\u20132.22). In the intervention phase, more men made a preconceptional lifestyle behaviour change compared to men in the control phase (RR 1.89; 95% CI 0.94\u20133.78). Not only data on preconceptional (lifestyle) behaviours among prospective parents was collected through questionnaires, implementation outcomes were likewise collected through healthcare providers and data from our online platforms. While the increased website visits in the intervention phase were closely associated with the campaign weeks, social media showed to be a more consistent medium to reach the target population in all municipalities simultaneously. Finally, healthcare providers in the intervention phase were significantly more aware of the recent","auteur":"Veronique Maas","auteur_slug":"veronique-maas","publicatiedatum":"22 november 2022","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/veroniquemaas?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604130943","isbn":"","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Erasmus Universiteit Rotterdam","afbeeldingen":12160,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Erasmus Universiteit Rotterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11348","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=11348"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11348\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":11351,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/11348\/revisions\/11351"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/12160"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=11348"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=11348"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}