{"id":10585,"date":"2026-04-09T13:49:37","date_gmt":"2026-04-09T13:49:37","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/seyed-qaderi\/"},"modified":"2026-04-23T07:23:50","modified_gmt":"2026-04-23T07:23:50","slug":"seyed-qaderi","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/seyed-qaderi\/","title":{"rendered":"Seyed Qaderi"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":12578,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-10585","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Towards tailored follow-up care for patients with colorectal cancer","samenvatting":"Het colorectaal carcinoom (CRC, darmkanker) is de derde meest voorkomende kanker ter wereld. In Nederland krijgen jaarlijks meer dan 14.000 personen de diagnose darmkanker en het merendeel van hen ondergaat een (chirurgische) behandeling. Na een curatieve behandeling worden pati\u00ebnten gevolgd om vroegtijdig recidief of metastasen op afstand (uitzaaiingen) op te sporen en te behandelen. Deze zogenaamde follow-up is ook bedoeld om pati\u00ebnten te controleren op complicaties, bijwerkingen, en langetermijngevolgen en om gezondheidsinformatie te verstrekken. Betere zorg voor en overleving van pati\u00ebnten met darmkanker heeft geresulteerd in toename van het aantal pati\u00ebnten die worden gecontroleerd. Dit legt meer druk op het follow-up systeem en heeft mede bijgedragen aan de stijging van de totale zorgkosten. Bovendien zijn de huidige follow-up richtlijnen uitgebreid en niet altijd afgestemd op de individuele pati\u00ebnt. De precieze invulling, intensiteit, duur en locatie van follow-up is mede onderwerp van discussie. Veranderingen en verbeteringen zijn daarom nodig om hoogkwalitatieve follow-up zorg te kunnen verlenen voor nu en in de toekomst. Het doel van dit proefschrift was om verschillende aspecten van de follow-up te bestuderen en hierbij een uitgebreid overzicht te geven over hoe de follow-up na behandeling van het stadium I-III darmkanker verbeterd kan worden.\n\nDeel I bevat drie hoofdstukken over overleving en metastasering na chirurgische behandeling voor stadium I-III darmkanker. Pati\u00ebnten met darmkanker hebben behoefte aan adequate en actuele informatie over hun overlevingskansen en levensverwachting. Het communiceren van dergelijke informatie kan uitdagend zijn, omdat pati\u00ebnten het vaak moeilijk vinden om kansen en percentages goed te begrijpen. Bovendien zijn traditionele overlevingscijfers niet altijd van toepassing op pati\u00ebnten die een eerste periode na behandeling hebben overleefd. Daarom zijn in hoofdstuk 2 en 3 alternatieve methoden onderzocht voor het berekenen en rapporteren van de overleving van pati\u00ebnten met darmkanker, waaronder conditionele overleving, genezingsmodellering en verlies van jaren levensverwachting. In hoofdstuk 2 werden de resultaten gepresenteerd van een grootschalig onderzoek met behulp van gegevens van de Nederlandse kankerregistratie (NKR). Relatieve overleving, conditionele (voorwaardelijke) overleving, tijd tot genezing en genezingsfracties werden bepaald voor meer dan 175.000 pati\u00ebnten met stadium I-III darmkanker die tussen 1995-2016 zijn gediagnosticeerd. Momenteel worden overlevingscijfers van pati\u00ebnten uitgedrukt door middel van de relatieve overleving of de algemene overleving (Engels: Overall survival), waarbij overleving gerapporteerd wordt als functie van de tijd sinds de diagnose. Als gevolg van postoperatieve sterfte is de sterfte het hoogst in het eerste jaar na de diagnose, vooral bij de oudere populatie. Gepubliceerde overlevingscijfers bieden daarom een te pessimistische weergave van de prognose voor pati\u00ebnten die een eerste periode na de behandeling hebben overleefd. Conditionele overleving daarentegen, biedt actuele en specifieke informatie over overlevingsresultaten die relevant is voor pati\u00ebnten met darmkanker die al een tijd in een follow-up programma zitten. Onze studie toonde aan dat de conditionele overleving aanzienlijk was gestegen over de laatste twee decennia. Dit gold met name voor pati\u00ebnten met hogere ziektestadia. Pati\u00ebnten met stadium III colon- of rectumcarcinoom die 5 jaar na diagnose nog in leven waren hadden respectievelijk een 5-jaarsoverleving van 92% en 85%. Daarnaast nam de proportie pati\u00ebnten die (statistisch gezien) genezen waren ook toe, van 0.88, 0.70 en 0.46 voor pati\u00ebnten met respectievelijk stadium I, II en III coloncarcinoom in 1995 tot 0.96, 0.88 en 0.78 in 2016. Voor pati\u00ebnten met respectievelijk stadium I, II en III rectumcarcinoom namen deze cijfers toe van 0.86, 0.67 en 0.42 in 1995 tot 0.95, 0.87 en 0.73 in 2016.\n\nIn hoofdstuk 3 werd een landelijke studie beschreven die de impact van darmkanker op de levensverwachting van pati\u00ebnten kwantificeerde. Aan de hand van gegevens van de NKR werd het verlies van het aantal jaren van de levensverwachting gepresenteerd voor meer dan 200.000 pati\u00ebnten met stadium I-III darmkanker die gediagnosticeerd waren tussen 1990-2016. In vergelijking met de traditionele 5-jaars relatieve of algemene overleving, is LEL een meer intu\u00eftieve maat voor overleving die gemakkelijk kan worden ge\u00efnterpreteerd en beter te begrijpen is voor pati\u00ebnten. Bovendien kan LEL een zinvolle maat zijn om te begrijpen hoeveel invloed kanker heeft op de (toekomstige) levensduur van de pati\u00ebnt, zowel op individueel als op populatieniveau. In onze studie nam de LEL af over de periode 1990-2016 en de afname was het hoogst in de hogere ziektestadia, er gingen dus minder levensjaren verloren. In 2010 was de LEL voor 60-jarige mannelijke en vrouwelijke pati\u00ebnten respectievelijk 7 en 8 jaar voor het coloncarcinoom en 7 en 8 jaar voor het rectumcarcinoom. Deze bevindingen weerspiegelen de betere zorg en overleving en daarmee de afnemende invloed van kanker op de levensverwachting. In een tijdperk van multidisciplinaire behandelingen en de nadruk op gedeelde besluitvorming, bieden de resultaten van de bovengenoemde twee onderzoeken actuele en klinisch relevante overlevingsinformatie die gebruikt kan worden tijdens poliklinische afspraken. Daarnaast biedt het artsen en beleidsmakers inzicht in de positieve effecten van hun inspanningen om de CRC-zorg te verbeteren.\n\nEen ander belangrijk aspect voor pati\u00ebnten in follow-up is het vroegtijdig opsporen van eventuele terugkomst van de ziekte, ook wel ziekterecidief genoemd. Voor pati\u00ebnten is informatie over de kans op ziekterecidief \u00e9\u00e9n van de belangrijkste zaken. In een grote, recente landelijke studie met meer dan 5400 pati\u00ebnten met stadium I-III darmkanker die gediagnosticeerd waren tussen januari en juli 2015 (hoofdstuk 4), werd de cumulatieve incidentie (CI) van ziekterecidief bestudeerd. Daarnaast werd het metastaseringspatroon en lokalisaties van metastasen onderzocht. De 3-jaars cumulatieve incidentiecijfers waren lager dan beschreven in de literatuur en het metastaseringspatroon van coloncarcinoom en rectumcarcinoom verschilde aanzienlijk. De resultaten van deze studie kunnen gebruikt worden voor informatievoorziening op maat en om te bepalen welke pati\u00ebnten wellicht nauwlettender in de gaten moeten worden gehouden gedurende follow-up.\n\nDeel II omvat drie hoofdstukken met betrekking tot de organisatie van de nazorg in Nederland, zorggebruik, het naleven van landelijke richtlijnen en symptoombelasting tijdens de follow-up. Het aantal follow-up pati\u00ebnten in de loop der jaren is toegenomen als gevolg van hogere incidentie en betere uitkomsten van behandelingen. Hierdoor worden meer pati\u00ebnten geconfronteerd met de psychosociale en fysieke bijwerkingen van darmkanker. In Hoofdstuk 5 worden de resultaten gepresenteerd van een cross-sectionele enqu\u00eate gehouden in 2019 onder 106 darmkanker-chirurgen in Nederland over frequentie, inhoud en aanbieder van follow-up. Ook werd geanalyseerd in hoeverre chirurgen zich hielden aan richtlijnen en werden verschillen in klinische praktijk in kaart gebracht. De resultaten van deze enqu\u00eate toonden aan dat de naleving van minimale richtlijnaanbevelingen (tweejaarlijkse klinische bezoeken, CEA-bloedonderzoek (tumormarker) en echografie van de buik tijdens het eerste follow-up jaar) hoog was (99%). Desondanks bestond er een grote variatie t.a.v. de inhoud en frequentie van follow-up modaliteiten. Twee derde van de chirurgen voerden een intensiever schema uit, bestaande uit vierjaarlijkse klinische bezoeken en CEA-tests, en 11% van de deelnemers verricht standaard een Computed Tomography (CT)-scan uit in plaats van echografie van de buik. In Hoofdstuk 6 werden de resultaten beschreven van een cohortstudie onder 2450 pati\u00ebnten met stadium I-III darmkanker die een curatieve behandeling hadden ondergaan tussen 2000-2009. Zij kregen in 2010 vragenlijsten toegestuurd over zorggebruik bij de huisarts en medisch specialist en dit zorggebruik werd vergeleken met de richtlijnaanbevelingen. Bovendien werden factoren in kaart gebracht die geassocieerd waren met toegenomen zorggebruik. Uit deze studie bleek dat de meeste pati\u00ebnten met darmkanker in overeenstemming met de richtlijn zorg aangeboden kregen. De meerderheid was tevreden met de huidige follow-up frequentie. Hoewel pati\u00ebnten grotendeels volgens richtlijnen werden gevolgd, bestond er grote variatie in het aantal follow-up afspraken bij de medisch specialist. Hierbij werd zowel af- als toegenomen gebruik van zorg gerapporteerd. Factoren als hogere ziektestadia, behandeling met chemotherapie, lagere sociaaleconomische status, het hebben van een stoma en vermoeidheid waren geassocieerd met toegenomen zorggebruik. Een veel kleinere groep ontving juist minder zorg dan aanbevolen. Toekomstige studies zouden moeten onderzoeken hoe toegenomen zorggebruik kan worden teruggedrongen, terwijl anderzijds toch in de behoeften van de pati\u00ebnt wordt voorzien.\n\nIn Hoofdstuk 7 werden de resultaten gepresenteerd van een grote landelijke studie onder 1535 recent gediagnosticeerde pati\u00ebnten met stadium I-III darmkanker. Hierbij werden kwaliteit van leven, psychosociaal functioneren alsmede symptoombelasting gedurende 2-jaar follow-up onderzocht. De meerderheid van de pati\u00ebnten rapporteerde hoge kwaliteit van leven scores die na een jaar ongeveer vergelijkbaar waren met die van de algemene (gezonde) populatie. Deze groep pati\u00ebnten lijkt geschikt te zijn voor een meer flexibel en dynamisch follow-up-schema dat verschilt van de traditionele ziekenhuis follow-up. Onze studie bracht echter ook een kwetsbare pati\u00ebntengroep van ongeveer 13% aan het licht die ofwel een lage, niet verbeterende kwaliteit van leven ofwel persisterend hoge niveaus van psychosociale stress rapporteerde na 2 jaar follow-up. Vrouwelijke pati\u00ebnten, jongere pati\u00ebnten, pati\u00ebnten met een lager opleidingsniveau, pati\u00ebnten met ziektestadia II-III en\/of ernstige LARS behoorden vaker tot deze kwetsbare pati\u00ebntengroep. Vroege pre- en postoperatieve screening op deze factoren kan deze kwetsbare pati\u00ebnten identificeren zodat ze tijdig en aangepast (op maat) begeleid worden gedurende follow-up.\n\nDeel III bevat twee hoofdstukken over ervaringen met de ontwikkeling en implementatie van follow-up op afstand (Engels: remote follow-up). Tevens werden de eerste resultaten hiervan besproken. Om meer pati\u00ebntgerichte follow-up te bieden die ook kosteneffectief is, is het waarschijnlijk dat ziekenhuis follow-up in de toekomst minder zal worden. In Hoofdstuk 8 werden de ervaringen besproken met de ontwikkeling en implementatie van een nieuw plan voor follow-up op afstand voor pati\u00ebnten behandeld voor stadium I-III darmkanker in het Radboudumc in Nijmegen, Nederland. Onder deze pati\u00ebntengroep is een prospectieve vragenlijststudie uitgevoerd over pati\u00ebnttevredenheid, kwaliteit van leven, zorggebruik en -kosten. De bevindingen van deze studie zijn gepresenteerd in Hoofdstuk 9. In totaal zijn er gedurende een jaar 118 pati\u00ebnten gevolgd volgens het nieuwe follow-up op afstand schema. De algemene tevredenheid over follow-up op afstand werd beoordeeld met een 7,5 na 12 maanden. Tevredenheid over de online zelfmanagement informatie werd beoordeeld met een 8. Gedurende de periode van de studie bleef de kwaliteit van leven hoog en de pati\u00ebnten rapporteerden een laag niveau van angst voor ziekteterugkomst. Meer dan 70% van de pati\u00ebnten organiseerde zelf hun zorg, terwijl de resterende pati\u00ebnten contact zochten via telefoon of online via \u2018mijnRadboud\u2019. Een enkeling bezocht toch de polikliniek. Follow-up op afstand voor het totale cohort leidde tot een kostenbesparing van \u20ac22.408 in een jaar in vergelijking met standaard ziekenhuis follow-up. De huidige studie toonde aan dat de implementatie van een follow-up op afstand hoge kostenbesparingen met zich meebrengt, zonder dat dit ten koste gaat van pati\u00ebnttevredenheid, kwaliteit van leven of toegenomen angst voor ziekteterugkomst. Daarom zou voor een grote groep pati\u00ebnten met darmkanker een transitie van standaard ziekenhuis follow-up naar follow-up op afstand kunnen helpen om de alsmaar stijgende zorgkosten te verminderen zonder verlies van kwaliteit van zorg. De bevindingen uit deze studie ondersteunen de verdere implementatie van follow-up op afstand in de colorectaal chirurgische praktijk.\n\nIn Hoofdstuk 10 werd middels een state-of-the-art overzichtsartikel (review) van de huidige literatuur de locatie, manier en aanbieder van darmkanker follow-up beschreven. Ook werd onderzocht hoe zowel pati\u00ebnten als zorgverleners dachten over huidige follow-up en werd de bereidheid voor alternatieve follow-up in kaart gebracht. De bevindingen van deze review zijn gebruikt en aangepast in de algemene discussie.\n\nIn dit proefschrift werden belangrijke aspecten van darmkanker follow-up onderzocht. Om ook in de toekomst hoogkwalitatieve follow-up zorg te kunnen bieden zullen er kosteneffectieve en pati\u00ebntgerichte follow-up schema\u2019s ontwikkeld moeten worden. Periodieke ziekenhuis follow-up zal waarschijnlijk minder worden. Volgens dit proefschrift werd follow-up op afstand kosteneffectief en acceptabel bevonden. Dit proefschrift ondersteunt verdere personalisatie van darmkanker follow-up. Toekomstige grote multicenter studies zullen moeten onderzoeken of follow-up op afstand op nationaal niveau kan worden ge\u00efmplementeerd.","summary":"Colorectal cancer (CRC) is the third most common cancer worldwide. In the Netherlands, more than 14,000 new patients are diagnosed with CRC annually and the majority of them undergo (surgical) treatment. After curative CRC treatment, patients are followed to detect and treat early disease recurrence or metastases. Also, follow-up is designed to consult patients regarding complications, adverse effects and long-term consequences, and to provide outcome data. The continuous improvement of CRC care and survival resulted in more CRC survivors requiring follow-up care. This puts more pressure on the follow-up system and comes with a rise of total health care costs. Besides, current guidelines are rather \u201cone size fits all\u201d than \u201cwhich size fits who\u201d, lacking patient-centeredness. The provider, setting and manner of follow-up is subject to debate. Changes and improvements are required to provide and maintain high-quality follow-up care. The aim of this thesis was to study various aspects of follow-up care from different perspectives and hereby provide a comprehensive overview on how follow-up after treatment for stage I-III CRC can be reorganized.\n\nPart I includes three chapters about survival and recurrence outcomes following treatment for stage I-III CRC. The increasing number of CRC survivors require adequate and up-to-date information on their survival prospects and life expectancy. Communicating such information can be challenging, because patients often find it difficult to understand probabilities. Moreover, traditional survival estimates provide an overly pessimistic prognosis for patients who have survived an initial period after diagnosis. Therefore, alternative measures for reporting patient survival such as conditional survival, cure modelling and loss in expectation of life were examined in Chapter 2 and 3. In Chapter 2, a large-scale population-based study using data of the Netherlands Cancer Registry (NCR) was presented. Conditional survival, time-to-cure and cure fractions were determined for more than 175,000 patients diagnosed with stage I-III CRC between 1995-2016 and followed up to 2019. Current survival estimates of patients with cancer are commonly determined using relative survival or overall methods, with survival reported as a function of time since diagnosis. Due to postoperative, in hospital and up to 90-day mortality, excess mortality resulting from CRC is highest in the first year after diagnosis, especially in the geriatric population. Thus, published estimates of survival provide an overly pessimistic prognosis for patients who have survived an initial period after treatment. Conditional survival on the other hand, provides up-to-date and specific survival outcome information relevant for (long-term) CRC survivors. In our study, conditional survival improved substantially, and the increments were highest in more advanced disease stages. Having survived 5-years, the conditional survival of those with stage III colon and rectal was 92% and 85%. Moreover, cure proportions increased as well, illustrating improved survival and cure after CRC surgery.\n\nIn Chapter 3, another population-based study quantified the impact of CRC diagnosis on patient\u2019s life expectancy. Using data from the NCR, estimates of loss in expectation of life (LEL) among over 200,000 patients diagnosed with stage I-III CRC between 1990-2016 were presented and discussed. Compared to traditional 5-year relative or overall survival, LEL is a more intuitive measure that can be easily interpreted and communicated to patients. Moreover, LEL can be a meaningful lifetime measure to understand how much cancer affects the patient\u2019s future lifespan. In our study, LEL decreased and the decline was highest in more advanced disease stages. In 2010, LEL for 60-year old male and female patients was 7 vs. 8 years for colon cancer, and 7 vs. 8 years for rectal cancer, respectively. These findings reflect the increased survival and therefore, decreasing impact of cancer on life expectancy. In an era of multidisciplinary treatment strategies and emphasis on shared-decision making, the results of the above mentioned two studies provide up-to-date, meaningful and clinically relevant survival outcome information that can be used during outpatient appointments. Also, physicians and policy-makers are reassured of the positive effect of their efforts and attempts to improve CRC care.\n\nAnother important aspect for patients in follow-up is disease recurrence. At the end of the day, patients would like to know about the risk of disease recurrence. In a recent and large population-based study using recurrence information of over 5,400 patients diagnosed with stage I-III CRC between January and July 2015 (Chapter 4), the cumulative incidence (CI) of recurrence was studied and the pattern and distribution of metachronous metastases were determined. Patients were followed up to December 2020. The 3-year CI of recurrences were lower than described in the literature and anatomical sublocations of CRC seemed to influence the metastatic pattern and risk of recurrence considerably. This information can be used to risk-stratify and identify patients requiring personalized and\/or close surveillance.\n\nPart II includes three chapters regarding the organization of follow-up care in the Netherlands, care utilization, adherence to national guidelines, and symptom burden during follow-up. Since the number of follow-up patients increased over the years due to improved outcome and increased incidence, more patients are challenged and impaired by the psychosocial and physical side-effects of cancer diagnosis and subsequent treatment. In Chapter 5, the results of a cross-sectional survey held among 106 CRC surgeons in the Netherlands in 2019 regarding the frequency, content and provider of follow-up were presented. Also, adherence to guidelines and differences in clinical practice were examined. The findings of this survey demonstrated that adherence to minimal guideline recommendations (biannual clinical visits, CEA sampling and abdominal ultrasound (US) during the first follow-up year) was high (99%), but that there was variation in content and frequency of follow-up modalities. Around 61% and 78% of the surgeons performed a more intensive regimen, consisting of four-yearly clinical visits and CEA tests, and a smaller percentage of 11% of the participants performed a Computed Tomography (CT)-scan instead of abdominal US. In Chapter 6, cancer-related follow-up in both primary care and hospital, and adherence to national guidelines were evaluated in a cohort of 2,450 with stage I-III CRC that had undergone endoscopic or surgical treatment with curative intent between 2000-2009 and completed questionnaires in 2010. Moreover, risk factors for increased follow-up care use were discussed. According this cohort study, most CRC survivors received follow-up care and the majority was comfortable with their current follow-up schedule. Although patients were predominantly followed according to guidelines, substantial variation in follow-up practice existed, with both under and overuse of care. Advanced disease stage, receipt of chemotherapy, low socioeconomic status, the presence of a stoma, and fatigue were factors associated with overuse of follow-up care. Another, smaller group, received less follow-up visits than recommended. Future studies should investigate how overconsumption can be reduced, while still addressing patients\u2019 needs.\n\nIn Chapter 7, the results of a large-scale population-based study among 1,535 patients diagnosed with stage I-III CRC between 2013-2018 regarding quality of life (QoL), psychological distress, and symptom burden after CRC treatment were presented. The vast majority of CRC patients did well and reported high scores on functional QoL scales and their scores were comparable to the normative population by 12-months follow-up. These patients appear to be suitable for a more flexible and dynamic follow-up mode that differs from the traditional hospital-based follow-up. However, our study also revealed a vulnerable patient group of approximately 13% who reported either low, not improving QoL or high levels of psychological distress throughout 24-months follow-up. Female patients, patients with younger age, lower educational level, disease stage II-III and major LARS were at risk for belonging to this patient group. Early pre and postoperative screening on these factors may identify these vulnerable patients and they should be counselled for personalized (tailored) follow-up.\n\nPart III includes two chapters regarding experiences with the development and implementation of and initial results of remote follow-up. To provide more patient-centered follow-up, decrease costs, and overcome restrictions due to (future) global pandemics such as the current COVID-19 pandemic, it is likely that hospital follow-up will become less dominant in the future. In Chapter 8, the experiences with the development and implementation of a novel remote follow-up plan for patients treated for stage I-III CRC at the Radboud university medical center in Nijmegen, the Netherlands were discussed. Among these patient group, a prospective questionnaire study was performed regarding patient satisfaction, QoL, care utilization and costs. The findings of this study were presented in Chapter 9. A total of 118 patients have been followed according to the new remote follow-up regimen. Overall satisfaction towards remote follow-up at 6-and 12-months was rated 7.8 and 7.5 out of 10. Satisfaction with the online self-management information was rated 8 out of 10. Over a one-year period, QoL remained high and patients experienced low FCR. More than 70% of the patients self-organized their care, while the others sought contact via telephone, MyChart or hospital visits. Remote follow-up for the total cohort led to \u20ac22,408 cost-savings over one-year compared to standard hospital follow-up. The present study shows that the implementation of a remote follow-up plan comes with high cost savings, while not sacrificing QoL or increasing fear of cancer recurrence (FCR). Therefore, a transition from standard hospital follow-up towards remote follow-up care could help to minimize costs without compromising the quality of health care. This study supports the further implementation of remote follow-up in colorectal oncology practices.\n\nIn Chapter 10, a state-of-the-art review of the literature evaluating setting, manner and provider of CRC follow-up and patient and health care attitudes towards standard and alternative follow-up regimens, is outlined. The findings of this review were used and adapted in the general discussion. Overall, this comprehensive thesis examined important aspects of follow-up. To decrease the personal and financial burden of follow-up care for a growing number of CRC survivors, it is likely that hospital follow-up will become less common. Remote follow-up was found cost-effective and acceptable. This thesis supports further personalization of follow-up. Future large-scale multicenter studies should investigate whether remote follow-up schedules can be implemented on a national level.","auteur":"Seyed Qaderi","auteur_slug":"seyed-qaderi","publicatiedatum":"28 september 2021","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/seyedqaderi?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604091345","isbn":"978-94-6423-345-2","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Radboud Universiteit","afbeeldingen":12578,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Radboud Universiteit","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10585","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=10585"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10585\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":10588,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10585\/revisions\/10588"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/12578"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=10585"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=10585"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}