{"id":10225,"date":"2026-04-09T09:43:41","date_gmt":"2026-04-09T09:43:41","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/roald-pijpker\/"},"modified":"2026-04-23T07:38:44","modified_gmt":"2026-04-23T07:38:44","slug":"roald-pijpker","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/roald-pijpker\/","title":{"rendered":"Roald Pijpker"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":12804,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-10225","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Employee burnout: prevention, recovery, and outdoor therapy","samenvatting":"Achtergrond\n\nBurn-out is een belangrijk maatschappelijk fenomeen die de gezondheid en het functioneren van medewerkers negatief be\u00efnvloedt. In de loop der tijd kan dit voor organisaties leiden tot hoge kosten door ziekteverzuim. We weten inmiddels veel over de voorspellende factoren en de consequenties van een burn-out. Daarentegen weten we nog steeds zeer weinig over hoe medewerkers met succes kunnen herstellen van een burn-out. Bovendien worden er zelden theoretisch onderbouwde interventies voor medewerkers met een burn-out ontwikkeld en onderzocht. Tegelijkertijd heeft de groeiende erkenning van de rol van de natuur voor onze gezondheid en ons welzijn geleid tot talrijke wetenschappelijke onderzoeken die bewijzen leveren over een breed scala aan resultaten, zoals verbeteringen qua fysieke gezondheid, zelfgerapporteerde gezondheid, subjectief welzijn en mentaal welzijn. Deze gezondheidsbevorderende effecten van de natuur worden steeds vaker gebruikt om psychische gezondheidsproblemen te voorkomen en te behandelen. Zo worden er behandelingen buiten in de natuur aangeboden voor medewerkers met een burn-out. Hoewel er langzaam maar zeker steeds meer bewijs komt voor de effectiviteit van therapie in de natuur, ontbreken er vaak theorie\u00ebn die verklaren of en hoe buitentherapie het herstelproces bij een burn-out kan ondersteunen.\n\nDoel van het onderzoek en de onderzoeksvragen\n\nHet centrale doel van mijn proefschrift is het onderzoeken van de waarde van buitentherapie voor het herstelproces van medewerkers met een burn-out. Gezien het salutogene perspectief van dit proefschrift onderzocht ik de mechanismes die bescherming bieden tegen burn-out en die ten grondslag liggen aan het herstelproces bij een burn-out (Onderzoeksfase 1; Onderzoeksvragen 1-3) en of en hoe buitentherapie het herstelproces bij burn-out ondersteunt (Onderzoeksfase 2; Onderzoeksvragen 4-5). Daarom richt ik mij op de volgende onderzoeksvragen:\n\nBurn-outpreventie\n\uf0d8 Onderzoeksvraag 1: Welke mechanismes buiten werktijd beschermen medewerkers tegen het ontwikkelen van een burn-out?\n\nBurn-outherstel\n\uf0d8 Onderzoeksvraag 2a: Hoe effectief zijn bestaande gecombineerde burn-outinterventies (zowel persoons- als organisatiegericht)?\n\uf0d8 Onderzoeksvraag 2b: Welke mechanismes be\u00efnvloeden de effectiviteit van bestaande gecombineerde burn-outinterventies (zowel persoons- als organisatiegericht)?\n\uf0d8 Onderzoeksvraag 3: Welke mechanismes verklaren een succesvol herstel na een burn-out?\n\nDe waarde van buitentherapie voor medewerkers met een burn-out\n\uf0d8 Onderzoeksvraag 4: Hoe en in welke mate bouwt de buitentherapie voort op de mechanismes die een succesvol herstel na een burn-out ondersteunen?\n\uf0d8 Onderzoeksvraag 5a: Wat is de ervaren impact van buitentherapie op het herstelproces van medewerkers met een burn-out?\n\uf0d8 Onderzoeksvraag 5b: Welke mechanismes verklaren de ervaren impact van buitentherapie op het herstelproces van medewerkers met een burn-out?\n\nMethodes\n\nIn dit proefschrift heb ik een ontwerp met een combinatie van methodes toegepast. Dit bestond uit een longitudinaal kwantitatief onderzoek, een systematische evaluatie, twee kwalitatieve onderzoeken en een retrospectief onderzoek (zowel kwantitatief als kwalitatief). Dit heeft geresulteerd in een breed inzicht in burn-outpreventie, burn-outherstel en buitentherapie voor het behandelen van een burn-out bij medewerkers. Ik heb meerdere methodes gebruikt waaronder longitudinale vragenlijsten (OV 1), een systematische literatuurstudie (OV 2), diepgaande interviews (OV 3), semigestructureerde interviews en inhoudsanalyses (OV 4), en een retrospectieve vragenlijst en interviews (OV 5). Door het gebruik van verschillende methodes was ik in staat de relatie tussen buitentherapie en het burn-outherstelproces kwantitatief en kwalitatief te onderzoeken. Daardoor kon ik op inductieve wijze de mechanismes onderzoeken die ten grondslag liggen aan burn-outpreventie en burn-outherstel in het algemeen (hoofdstuk 4-6), gevolgd door een deductief onderzoek naar de ervaren impact en onderliggende mechanismes van buitentherapie bij voormalige cli\u00ebnten met een burn-out (hoofdstuk 7 en 8).\n\nResultaten\n\nIn hoofdstuk 4 presenteer ik de bevindingen van het longitudinale onderzoek waarbij is gekeken naar de rol van off-job crafting (OJC) bij burn-outpreventie tijdens de coronacrisis. Hiermee wordt een beter inzicht verkregen in de mechanismes die bescherming bieden tegen burn-out (OV 1). Het onderzoek was gebaseerd op een longitudinaal onderzoeksontwerp, waarbij is gekeken naar \u00e9\u00e9n reeks gegevens die werden verzameld v\u00f3\u00f3r het begin van de pandemie in maart 2019, en \u00e9\u00e9n reeks die werd verzameld tijdens de eerste lockdown in april 2020 (totaal paired sample: n=658). We hebben laten zien dat er tussen alle zes OJC-dimensies (d.w.z. loslaten, ontspanning, autonomie, beheersing, zingeving, relatie) en burn-out een negatieve cross-sectionele en longitudinale correlatie kon worden aangetoond. Bovendien melden medewerkers die in staat zijn om hun werkgerelateerde gedachten \u2018uit te schakelen\u2019 (OJC voor loslaten) en een nauwe band met anderen hadden (OJC voor relatie) v\u00f3\u00f3r de coronacrisis, tijdens de crisis een vermindering van hun burn-outklachten.\n\nIn hoofdstuk 5 laat ik de resultaten zien van het systematische literatuuronderzoek. Hierbij heb ik me eerst gericht op de ervaren effecten van de negen gecombineerde (zowel persoons- als organisatiegerichte) interventies die ik heb bestudeerd (OV 2a). Ik ontdekte dat de gecombineerde interventies hebben geleid tot grotere verbeteringen op het gebied van uitputting en cynisme op zowel de korte termijn (na 4 maanden) als de lange termijn (na 12 jaar), dan voor wat betreft verbetering van de professionele effectiviteit. Voor wat betreft het bevorderen van een terugkeer naar het werk (re-integratie), vertoonden de gecombineerde interventies effecten op de lange termijn als het gaat om volledige re-integratie. Ik ontdekte tevens dat een volledige of gedeeltelijke re-integratie niet betekent dat medewerkers geen burn-outklachten meer ervaren. Over het algemeen lijken gecombineerde interventies effectiever voor het verminderen van burn-outklachten en het ondersteunen van het re-integratieproces dan alleen het gebruik van persoonsgerichte of organisatiegerichte interventies. Wat betreft de mechanismes die ten grondslag liggen aan de effectiviteit van deze interventies (OV 2b) heb ik ontdekt dat het re-integratieproces kan worden ondersteund en de burn-outklachten kunnen worden verminderd wanneer medewerkers meer controle krijgen (met andere woorden: hun beslissingsbevoegdheid over hun werk), meer sociale steun ervaren (bijvoorbeeld positieve feedback van leidinggevenden), meer kunnen participeren in de besluitvorming (bijvoorbeeld het kiezen van stressfactoren en aangeven als er geen sprake was van een goede match) en de werkdruk wordt verminderd. Het risico van bias in de opgenomen onderzoeken was echter aanzienlijk, dus de resultaten van deze onderzoeken moeten met enige voorzichtigheid worden gebruikt.\n\nIn hoofdstuk 6, waarin ik me heb gericht op negen medewerkers die zijn hersteld van hun burn-out, ontdekte ik inductief dat het herstelproces vier fasen omvat (OV 3). Voor elke herstelfase staan verschillende generalized resistance resources (GRR\u2019s, algemene weerstandsbronnen) en specific resistance resources (SRR\u2019s, specifieke weerstandsbronnen) centraal:\n1. De crisis aanpakken (GRR: de situatie accepteren, SRR: het etiket \u2018ziek zijn\u2019, GRR: rusten, SRR: financi\u00eble zekerheid)\n2. Het aanpakken van hoofdoorzaken (GRR: dagstructuur, GRR: lichamelijke activiteiten, GRR: natuur, SRR: behandelingen\/deskundigen, GRR: verbondenheid)\n3. Kansen grijpen en realiseren (GRR: goedkeuring, GRR: reflecteren, GRR: moed, SRR: openheid)\n4. Aan het werk blijven (SRR: zingeving, GRR: bewustzijn, GRR: zelfvertrouwen)\nTot de essenti\u00eble overkoepelende GRR\u2019s die succesvol herstel na burn-out bevorderen behoren ook het ontvangen van sociale steun van familie, vrienden en collega\u2019s, en het gevoel van controle over het herstelproces.\n\nIn hoofdstuk 7 heb ik een interventie- en evaluatiemodel ontwikkeld voor buitentherapie bij burn-out, waarbij ik heb aangetoond hoe buitentherapie voortbouwt op de mechanismes die ten grondslag liggen aan het burn-outherstelproces (OV 4). Daarvoor heb ik kwalitatieve gegevens gebruikt die zijn verzameld via semigestructureerde interviews met \u2018buitenpsychologen\u2019 en voormalige cli\u00ebnten, een inhoudelijke analyse van het interventieprotocol, en reflectiegesprekken met interventie-ontwikkelaars en deskundigen op het gebied van gezondheidsbevordering. Ik heb hierin zes belangrijke elementen voor buitentherapie ge\u00efdentificeerd: 1) actief zijn in de natuur (lichamelijke activiteit); 2) mindfulness- en meditatieoefeningen doen in de natuur (lichaam en geest weer met elkaar verbinden); 3) natuurlijke elementen gebruiken als spiegel voor reflectie (natuurmetaforen); 4) de natuur gebruiken om de relatie tussen cli\u00ebnt en behandelaar te ondersteunen (relaties aangaan); 5) de cli\u00ebnt interactie te laten ondergaan met de natuur (natuurinteracties observeren); en 6) natuurlijke elementen voor specifieke oefeningen gebruiken (ervaringsleren). Verder heb ik laten zien dat de implementatie van deze elementen na een burn-out het herstelproces kan faciliteren, waarbij proximale (bijvoorbeeld zich op zijn gemak voelen), tussenliggende (bijvoorbeeld een gevoel van controle) en distale uitkomsten (bijvoorbeeld een stabiele re-integratie) zich kunnen ontwikkelen. Dit implementatieproces is afhankelijk van de context van de therapeut (zoals het aantal cli\u00ebnten per dag), de therapie (zoals privacyvraagstukken) en de cli\u00ebnten (zoals de affiniteit met de natuur).\n\nIn hoofdstuk 8 heb ik me retrospectief gericht op de ervaren impact van buitentherapie op het burn-outherstelproces bij zes voormalige cli\u00ebnten (OV 5a). Ik kwam erachter dat alle deelnemers de buitentherapie over het algemeen als zeer positief voor hun burn-outherstelproces hadden ervaren. Wat betreft de ervaren impact van buitentherapie op de proximale uitkomsten gaven alle deelnemers aan dat er sprake was van een grote impact, resulterend in een ontspannen gevoel en lichamelijk welzijn, naast dat ze in staat waren dicht bij hun eigen gevoelens te komen. Met betrekking tot de ervaren impact van buitentherapie op de tussenliggende en distale resultaten scoorden vier deelnemers hoog of zeer hoog, wat erop wijst dat de buitentherapie hen had geholpen om zich gezond te voelen en minder burn-outklachten te hebben. Twee deelnemers gaven echter aan dat buitentherapie weinig invloed had op diverse tussenliggende en distale resultaten, zoals het gevoel van controle over het herstelproces, wat suggereerde dat buitentherapie geen rol speelde in deze resultaten. Met betrekking tot de mechanismes die de ervaren impact van buitentherapie verklaren (OV 5b) suggereren mijn bevindingen dat sommige interventie-elementen (te weten: fysieke activiteit, het aangaan van relaties, het observeren van natuurinteracties) een grotere ervaren impact opleveren dan andere elementen (te weten: het opnieuw verbinden van lichaam en geest, natuurmetaforen, ervaringsleren). Voor deze tweede groep werd de ervaren impact bepaald door de voorkeuren voor sommige oefeningen en gebruikten de therapeuten niet altijd alle interventie-elementen.\n\nConclusies en aanbevelingen\n\nMijn proefschrift is een aanvulling op de bestaande kennis over 1) burn-outpreventie, 2) burn-outherstel en 3) de waarde van buitentherapie bij een burn-out. Ten eerste concludeer ik dat medewerkers helpen om zich af te sluiten van werkgerelateerde gedachten en taken, naast dat zij nauw en emotioneel verbonden zijn met anderen buiten werktijd, veelbelovende buffermechanismes zijn om ernstige burn-outklachten te voorkomen. Ten tweede, wanneer medewerkers wel een burn-out ontwikkelen, bestaat het herstelproces uit vier fasen, waarbij telkens verschillende GRR\u2019s\/SRR\u2019s worden gebruikt. Dit lijkt er sterk op te wijzen dat de wegen naar herstel, en de betekenis van herstel, per persoon verschillen. Het belangrijkste is dat wanneer medewerkers controle ervaren over hun herstelproces en steun krijgen van vrienden, familie, professionals, werkgevers en bedrijfsartsen op het werk, ze op een stabiele en zinvolle manier weer aan de slag kunnen. Ten derde, buitentherapie bestaat uit zes veelbelovende interventie-elementen die (tot op zekere hoogte) het burn-outherstelproces ondersteunen. Waarschijnlijk afhankelijk van de context van de cli\u00ebnten, behandeling en therapeut leveren sommige interventie-elementen (zoals lichamelijke activiteit, het aangaan van relaties, het observeren van natuurinteracties) een grotere ervaren impact op het burn-outherstelproces op dan andere elementen (zoals het opnieuw verbinden van lichaam en geest, natuurmetaforen, ervaringsleren). Naast buitentherapie zijn interventies op de werkplek om GRR\u2019s te versterken (autonomie, sociale ondersteuning, participatie) en het verminderen van stressoren ook cruciaal voor het herstelproces.\n\nAanbevelingen voor toekomstige onderzoeken zijn voortbouwen op mijn contextgevoelige evaluatiemodel om longitudinaal de effecten en mechanismes van buitentherapie te onderzoeken voor medewerkers met een burn-out, bij voorkeur met zowel kwantitatieve als kwalitatieve methodes. Omdat het in de buitenlucht zijn mogelijk zowel gezondheidsbevorderend als uitputtend zou kunnen werken voor therapeuten, zou ik het bovendien de moeite waarde vinden om te onderzoeken of het werken in de buitenlucht ook daadwerkelijk gezondheidsbevorderend is voor de therapeuten. Tot slot moet verder onderzoek zich richten op de vraag hoe het gebruik van buitentherapie in de reguliere geestelijke gezondheidszorg kan worden uitgebreid en hoe de structurele oorzaken van een burn-out kunnen worden aangepakt.\n\nAanbevelingen voor de praktijk zijn om buitentherapie te combineren met interventies op de werkplek door (indien mogelijk) de werkgever en de bedrijfsarts bij het herstelproces te betrekken. Ten slotte is het, omdat het herstelproces en de betekenis van herstel per cli\u00ebnt lijken te verschillen, belangrijk om interventies af te stemmen op de specifieke hersteldoelen en behoeften van de cli\u00ebnt, en niet alleen te focussen op symptoomvermindering en re-integratie als primaire resultaten.","summary":"Research question 4: How and to what extent does outdoor therapy builds on the mechanisms underlying successful recovery after burnout?\nResearch question 5a: What is the perceived impact of outdoor therapy on the recovery process of employees with burnout?\nResearch question 5b: Which mechanisms explain the perceived impact of outdoor therapy on the recovery process of employees with burnout?\n\nMethods\n\nIn this thesis, I adopted a mixed-methods design, with one longitudinal quantitative study, one systematic review, two qualitative studies, and one retrospective (both quantitative and qualitative) study, resulting in a rich understanding of burnout prevention, burnout recovery, and outdoor therapy for employee burnout. More precisely, I used multiple data collection methods to extract relevant data from various sources, including longitudinal questionnaires (RQ 1), a systematic literature study (RQ 2), in-depth interviews (RQ 3), semi-structured interviews, and content analysis (RQ 4), and a retrospective questionnaire and interviews (RQ 5). By employing mixed methods, I was able to assess the relation between outdoor therapy and the burnout recovery process quantitatively (focusing on outcomes) and qualitatively (focusing on which mechanisms explain this relation). I first used questionnaires among the working population and a systematic literature search, and in-depth interviews focusing on burned-out employees. This allowed me to inductively explore the mechanisms underlying burnout prevention and burnout recovery in general (Chapters 4-6), followed by deductively investigating the perceived impact and underlying mechanisms of outdoor therapy among former clients with burnout (Chapters 7 and 8).\n\nResults\n\nIn Chapter 4, I present the findings of the longitudinal study focusing on the role of off-job crafting (OJC) for burnout prevention during the COVID-19 crisis, thereby enhancing insights into the mechanisms that protect against burnout (RQ 1). The study was based on a longitudinal research design, comprising one wave collected before the onset of the pandemic in March 2019 and one wave collected during the first lockdown of the crisis in April 2020 (total paired sample: N = 658). We showed that all six OJC dimensions (i.e., Detachment, Relaxation, Autonomy, Mastery, Meaning, Affiliation) and burnout correlated negatively cross-sectionally and longitudinally. Furthermore, employees who are able to \u201cswitch off\u201d from their work-related thoughts (OJC for Detachment) and experience being closely related to others (OJC for Affiliation) before the crisis reported reductions in burnout during the crisis.\n\nIn Chapter 5, I show the results from the systematic literature review, first focusing on the observed effects of nine included combined (both person- and organization-directed) interventions (RQ 2a). I found that the combined interventions led to greater improvement in exhaustion and cynicism in both the short term (after 4 months) and the long term (after 12 years) than in professional efficacy. In terms of promoting a return to work (RTW), the combined interventions showed long-term effects on the promotion of full RTW. I also found that a full or partial RTW does not mean that employees do not experience burnout complaints anymore. Overall, combined interventions seem more effective in reducing burnout complaints and supporting the RTW process than only using person- or organization-directed interventions. Concerning the mechanisms underlying the effectiveness of these interventions (RQ 2b), I found that enhancing employees\u2019 sense of job control (i.e., decision authority over their jobs), social support (e.g., positive feedback from supervisors), participation in decision-making (e.g., selecting stressors and mismatches) and reducing workload can facilitate the RTW process and reduce burnout complaints. However, the risk of bias in the included studies was considerably high, so the results of these studies have to be treated with caution.\n\nIn Chapter 6, focusing on nine employees who have recovered from their burnout, I inductively found that the recovery process comprises four phases (RQ 3). For each recovery phase, various Generalized Resistance Resources (GRRs) and Specific Resistance Resources (SRRs) are addressed:\n\n1. Facing the Crisis (GRR: accepting the situation, SRR: label being sick, GRR: resting, SRR: financial security)\n2. Addressing Root Causes (GRR: daily structure, GRR: physical activity, GRR: Nature, SRR: therapies\/professionals, GRR: connectedness)\n3. Seizing and Realizing the Opportunity (GRR: approval, GRR: reflecting, GRR: courage, SRR: openness)\n4. Staying at Work: (SRR: meaningfulness, GRR: awareness, GRR: confidence)\n\nFinally, essential overarching GRRs facilitating successful recovery after burnout included receiving social support from family, friends, and colleagues, as well as having a feeling of control over the recovery process.\n\nIn Chapter 7, I developed an intervention and evaluation model of outdoor therapy for employee burnout, thereby showing how outdoor therapy builds on the mechanisms underlying the burnout recovery process (RQ 4). For doing so, I used qualitative data collected through semi-structured interviews with outdoor psychologists and former clients, a content analysis of the intervention protocol, and reflective meetings with the intervention developers and health promotion experts. I identified six key outdoor intervention elements: 1) being more active in nature (physical activity); 2) doing mindfulness and meditation exercises in nature (reconnecting body and mind); 3) using natural elements as a mirror for reflection (nature metaphors); 4) using nature to support the relationship between client and therapist (creating relationships); 5) having the client interact with nature (observing nature interactions); and 6) using natural elements for specific exercises (experiential learning). I further showed that the implementation of these elements may facilitate the recovery process after burnout in which proximal (e.g., feeling at ease), intermediate (e.g., feeling of control), and distal outcomes (e.g., a stable RTW) emerge. This implementation process depends on the context of the therapist (e.g., number of clients per day), therapy (e.g., privacy issues), and the clients (e.g., affinity to nature).\n\nIn Chapter 8, I retrospectively focused on the perceived impact of outdoor therapy on the burnout recovery process among six former clients (RQ 5a). I found that all participants perceived outdoor therapy as very positive for their burnout recovery process in general. Concerning the perceived impact of outdoor therapy on the proximate outcomes, I found that all participants expressed having perceived a high impact on all of these outcomes, resulting in feeling relaxed and physically well, in addition to coming close to their own feelings. With regards to the perceived impact of outdoor therapy on the intermediate and distal outcomes, four participants scored high or very high, indicating that outdoor therapy had helped them to feel healthy and have fewer burnout complaints. However, two participants indicated that outdoor therapy had a low impact on various intermediate and distal outcomes, such as having a feeling of control over the recovery process, suggesting that outdoor therapy did not play a role in those outcomes. With regards to the mechanisms explaining the perceived impact of outdoor therapy (RQ 5b), my findings suggest that some interventions elements (i.e., physical activity, creating relationships, observing nature interactions) are yielding a bigger perceived impact than others (i.e., reconnecting body and mind, nature metaphors, experiential learning) \u2013 the latter depending on preferences for certain exercises and whether the therapists apply all intervention elements.\n\nConclusions and Recommendations\n\nMy thesis complements the existing body of knowledge concerning 1) burnout prevention, 2) burnout recovery, and 3) the value of outdoor therapy for employee burnout. First, enabling employees to switch off from their work-related thoughts and tasks, in addition to being closely and emotionally connected to others in their non-working time, are promising buffering mechanisms to prevent severe burnout complaints. Second, when employees do develop burnout, the recovery process entails four phases, all addressing various GRRs\/SRRs \u2013 strongly suggesting that pathways and meaning of recovery differ among employees. Most importantly, when employees experience a feeling of control over their recovery process and receive support from friends, family, professionals, employers, and occupational doctors, they are able to return to work in a stable and meaningful way. Third, outdoor therapy comprises six promising intervention elements that support \u2013 to a certain extent \u2013 the burnout recovery process. Likely dependent on the context of the clients, therapy, and therapist, some intervention elements (i.e., physical activity, creating relationships, observing nature interactions) yield a larger perceived impact on the burnout recovery process than others (i.e., reconnecting body and mind, nature metaphors, experiential learning). Besides outdoor therapy, interventions in the workplace to strengthen GRRs \u2013 autonomy, social support, participation \u2013 while reducing stressors are crucial too for the recovery process.\n\nRecommendations for future studies are to build on my context-sensitive evaluation model to longitudinally examine the effects and mechanisms of outdoor therapy for employees with burnout, preferably employing both quantitative and qualitative methods. Additionally, since the outdoors can potentially be either a health-promoting or a resources-depleting setting for outdoor therapists, I would find it worthwhile to study whether working outdoors is indeed health-promoting for therapists. Finally, research should focus on how to increase the use of outdoor therapy in mainstream mental healthcare settings and how to tackle the structural causes of burnout.\n\nRecommendations for practice are to combine outdoor therapy with interventions in the workplace by involving (if possible) the employer and occupational doctor in the recovery process. Finally, since the recovery process and meaning of recovery seem to differ among clients, it is important to tailor interventions to the specific recovery goals and needs of clients and not only focus on symptom reduction and the RTW as primary outcomes.","auteur":"Roald Pijpker","auteur_slug":"roald-pijpker","publicatiedatum":"19 oktober 2022","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/roaldpijpker?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604090939","isbn":"978-94-6447-315-5","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Wageningen University","afbeeldingen":12804,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Wageningen University","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10225","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=10225"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10225\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":10228,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10225\/revisions\/10228"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/12804"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=10225"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=10225"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}