{"id":10117,"date":"2026-04-09T08:24:41","date_gmt":"2026-04-09T08:24:41","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/renate-arntz\/"},"modified":"2026-04-23T07:42:48","modified_gmt":"2026-04-23T07:42:48","slug":"renate-arntz","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/renate-arntz\/","title":{"rendered":"Renate Arntz"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":12870,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-10117","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"The long-term risk of vascular disease and epilepsy after stroke in young adults","samenvatting":"De incidentie van een beroerte op jonge leeftijd neemt toe over de jaren heen. Dit lijkt met name verklaard te worden door een toename van traditionele vasculaire risicofactoren, zoals roken en een hoge bloeddruk. Vooral op deze jongere leeftijd is het belangrijk om de lange termijn kennis over de jaren na de beroerte te vergroten, omdat deze mensen over het algemeen nog een heel leven voor zich hebben. Er is echter weinig bekend over de lange termijn complicaties bij pati\u00ebnten die op jongere leeftijd een beroerte doormaken. In dit proefschrift wordt het lange termijn risico op epilepsie en het lange termijn risico op vasculaire ziekten na een beroerte op jonge leeftijd onderzocht.\nDe hoofdstukken in dit proefschrift zijn gebaseerd op het FUTURE-onderzoek. Dit is een prospectieve studie naar oorzaken en gevolgen van pati\u00ebnten met een transient ischemic attack (TIA), herseninfarct of hersenbloeding op jongere leeftijd (18 \u2013 50 jaar). Alle pati\u00ebnten die hiervoor tussen 1980 en 2010 in het Radboudumc zijn geweest, zijn ge\u00efncludeerd. Een uitgebreid follow-up onderzoek vond plaats tussen 2010 en 2012 en tussen 2014 en 2015. De opzet van het FUTURE-onderzoek staat beschreven in hoofdstuk 2.\n\nPost-stroke epilepsie na een beroerte op jonge leeftijd\nIn deel II is het risico op post-stroke epilepsie na een beroerte op jonge leeftijd beschreven en de relatie tussen post-stroke epilepsie en prognose. Hoofdstuk 3 beschrijft de incidentie van post-stroke epilepsie. Na 30 jaar was het cumulatieve risico op post-stroke epilepsie 14% en het cumulatieve risico op het optreden van herhaaldelijke insulten was 7%. Pati\u00ebnten waarbij het eerste insult later dan 2 weken na de beroerte optrad, hadden vaker herhaaldelijke insulten dan pati\u00ebnten waarbij het eerste insult binnen 2 weken na de beroerte optrad. Pati\u00ebnten met een hersenbloeding of herseninfarct hadden een 4 keer hoger risico op het ontwikkelen van epilepsie dan pati\u00ebnten met een TIA. Daarnaast was de ernst van de beroerte geassocieerd met het optreden van post-stroke epilepsie.\nIn hoofdstuk 4 hebben we de associatie tussen post-stroke epilepsie en algemeen functioneren onderzocht onder pati\u00ebnten die nog in leven waren na een beroerte op jonge leeftijd. Pati\u00ebnten met een herseninfarct die post-stroke epilepsie hadden ontwikkeld, functioneerden minder vaak zelfstandig dan pati\u00ebnten die geen epilepsie hadden ontwikkeld. Zelfs 10 jaar na de beroerte functioneerde bijna 30% van de pati\u00ebnten met post-stroke epilepsie niet zelfstandig tegenover 10% van de pati\u00ebnten die geen epilepsie hadden ontwikkeld. Dit was onafhankelijk van leeftijd, geslacht, ernst van de beroerte, follow-up duur en recidief beroertes. Voor pati\u00ebnten met een TIA of hersenbloeding bestond deze associatie niet.\nHoofdstuk 5 beschrijft de associatie tussen post-stroke epilepsie en cognitief functioneren na een TIA of herseninfarct. Hiervoor zijn 7 verschillende cognitieve domeinen gemiddeld 10 jaar na de beroerte onderzocht. Pati\u00ebnten met post-stroke epilepsie hadden een slechter algemeen cognitief functioneren dan pati\u00ebnten zonder post-stroke epilepsie, onafhankelijk van leeftijd, opleidingsniveau, ernst van de beroerte en recidief beroertes. Met name de domeinen verwerkingssnelheid en werkgeheugen waren meer aangedaan bij deze pati\u00ebnten. Daarnaast had 46% van de pati\u00ebnten met post-stroke epilepsie een cognitieve stoornis ten opzichte van 25% van de pati\u00ebnten zonder epilepsie. Er was geen verschil in cognitief functioneren tussen pati\u00ebnten die antiepileptica gebruikten en pati\u00ebnten die dit niet gebruikten. Echter, het stoppen en wisselen van epileptica gedurende de follow-up hebben we niet mee kunnen nemen in onze analyses.\nIn hoofdstuk 6 beschrijven we de associatie tussen post-stroke epilepsie en overlijden na een TIA of herseninfarct op jonge leeftijd. Pati\u00ebnten met post-stroke epilepsie hadden een hoger cumulatief overlijdensrisico binnen 30 dagen na de beroerte dan pati\u00ebnten zonder epilepsie (27% en 2% respectievelijk), onafhankelijk van leeftijd, geslacht en ernst van de beroerte. Na 20 jaar was het cumulatief risico op overlijden 57% voor pati\u00ebnten met post-stroke epilepsie en 33% voor pati\u00ebnten zonder epilepsie. Dit verschil was onafhankelijk van leeftijd, geslacht, etiologie van de beroerte, diabetes mellitus, hypertensie of recidief beroerte. Er was geen verschil in doodsoorzaak tussen de twee groepen.\n\nLange termijn vasculaire gevolgen na een beroerte op jonge leeftijd\nDeel III beschrijft de lange termijn vasculaire gevolgen na een TIA of herseninfarct op jonge leeftijd. In hoofdstuk 7 hebben we het lange termijn risico op recidief (hart- en) vaatziekten en de risicofactoren die hiermee geassocieerd zijn onderzocht. Pati\u00ebnten met een beroerte op jonge leeftijd bleven een hoog risico op nieuwe (hart- en) vaatziekten houden in de jaren na hun beroerte. Na 25 jaar was het cumulatief risico op een willekeurig arteri\u00eble vasculaire ziekte 45%; 30% voor een recidief beroerte of TIA en 27% voor andere arteri\u00eble vasculaire ziekten. Met name pati\u00ebnten die als etiologische oorzaak van hun beroerte \u2018large artery atherosclerose\u2019 of \u2018cardio-embolie\u2019 hadden, bleken een erg hoog cumulatief risico te hebben van meer dan 60%. Slechte nierfunctie, roken, voorgeschiedenis van perifeer vaatlijden en een voorgeschiedenis van een hartinfarct waren onafhankelijk geassocieerd met het optreden van recidief vasculaire ziekten. Ondanks dat het ontwikkelde predictiemodel slechts een matige voorspellende waarde had, werd wel duidelijk dat traditionele vasculaire risicofactoren een belangrijke rol spelen in het risico op recidief vasculaire ziekten.\nIn hoofdstuk 8 is de prevalentie van cerebrale micro-angiopathie na een beroerte op jonge leeftijd bepaald en vergeleken met gezonde controle personen. Na een gemiddelde follow-up van 10 jaar, had 24% van de pati\u00ebnten tenminste 1 lacune ontwikkeld, 13% had tenminste 1 microbloeding en het gemiddeld volume van witte stofafwijkingen was 1.5 mL. Pati\u00ebnten hadden bijna 7 keer zo hoog risico op het ontwikkelen van lacunes ten opzichte van controle personen, onafhankelijk van de aanwezigheid traditionele vasculaire risicofactoren (leeftijd, geslacht, roken, diabetes mellitus en hypertensie). Daarnaast hadden pati\u00ebnten hetzelfde volume van witte stof afwijkingen gemiddeld 10-20 jaar eerder in hun leven dan controle personen. De vasculaire risicofactoren leeftijd, hypertensie en roken ten tijde van de initi\u00eble beroerte waren onafhankelijk geassocieerd met het volume van witte stof afwijkingen ten tijde van follow-up.\n\nLange termijn perspectief\nDeel IV van deze thesis beschrijft de opzet en achtergrond van het ODYSSEY-onderzoek (Observational Dutch Symptomatic StrokE study) (hoofdstuk 9). Dit is een multicenter cohort onderzoek en is ontworpen om prospectief de prognose na een beroerte op jonge leeftijd te bepalen en meer inzicht te geven in de etiologie van een TIA, herseninfarct en hersenbloeding bij pati\u00ebnten tussen 18 en 49 jaar oud. Er wordt beoogd 1500 pati\u00ebnten te includeren, welke elke 6 maanden gevolgd zullen worden voor tenminste 3 jaar. De primaire uitkomstmaten zijn overlijden en het risico op nieuwe vasculaire ziekten. Secundaire uitkomstmaten zijn het risico op post-stroke epilepsie en cognitieve stoornissen. Daarnaast zullen bekende en minder bekende risicofactoren en potentiele acute trigger factoren onderzocht worden. Tevens zal het gebruik en continueren van secundaire preventie worden gedocumenteerd. De risico schattingen op nieuwe vasculaire events zouden gebruikt kunnen worden voor het ontwikkelen van een toekomstige interventie studie naar het starten en stoppen van secundaire preventie.\n\nConclusie\nDe studies in deze thesis tonen aan de post-stroke epilepsie na een beroerte op jonge leeftijd een veel voorkomend probleem is en daarnaast is geassocieerd met een slechtere prognose in de zin van overlijden, functioneren en cognitief functioneren. Daarnaast hebben we laten zien dat pati\u00ebnten een levenslang risico houden op het ontwikkelen van nieuwe vasculaire ziekten, met name pati\u00ebnten met traditionele vasculaire risicofactoren hebben dit hoge risico. Deze chronische vasculaire gevolgen van een beroerte op jonge leeftijd worden verder benadrukt door de hogere proportie pati\u00ebnten die cerebrale micro-angiopathie\u00ebn ontwikkeld in vergelijking met controlepersonen. Toekomstig onderzoek zou gericht moeten zijn op de rol van secundaire preventie bij pati\u00ebnten die op jongere leeftijd een beroerte doormaken.","summary":"Chapter 11\n\nIncidence of stroke at young age is increasing, which has been explained by an accompanying increase in the prevalence of traditional vascular risk factors. Especially for this younger age group, long-term information on the years after the stroke is of utmost importance, as these patients usually have a long life ahead. However, reliable long-term information on complications after a stroke at young age is scarce. Therefore we investigated the long-term risk of post-stroke epilepsy and its association with outcome and the long-term risk of vascular disease after a stroke at young age.\nThe studies described in this thesis are based on the FUTURE study, a prospective cohort study on causes and consequences of patients with a transient ischemic attack (TIA), ischemic stroke or intracerebral haemorrhage (ICH) aged 18-50 years old. All consecutive patients who were admitted to the Radboud University Medical Centre between 1980 and 2010 were included in the study. An extensive follow-up assessment took place between 2010 and 2012 and between 2014 and 2015. The design of the FUTURE study is described in Chapter 2.\n\nPost-stroke epilepsy after a stroke at young age\nIn part II the occurrence of post-stroke epilepsy after a stroke at young age and its association with outcome is described. Chapter 3 reports the incidence of post-stroke epilepsy. After a maximum follow-up of 30 years, cumulative risk of post-stroke epilepsy was 14% and 7% for recurrent seizures. Patients who had an initial late seizure more often developed recurrent seizures than patients with an initial early seizure. Patients with an ICH or ischemic stroke had a 4 times higher risk of developing seizures than patients with a TIA. In addition a higher National Institutes of Stroke Scale (NIHSS) was independently associated with a higher risk of post-stroke epilepsy.\nIn chapter 4 we investigated the association of post-stroke epilepsy with functional outcome in young stroke survivors. Ischemic stroke patients with post-stroke epilepsy more often had a poor functional outcome than those without both on modified Rankin Scale (mRS) and Instrumental Activities of Daily Living (IADL) after more than 10 years of follow-up; almost 30% of the patients with post-stroke epilepsy had a poor outcome compared to 10% of the patients without. This effect was independent from for sex, age, stroke severity, follow-up duration and recurrent stroke. For patients with a TIA or ICH there was no such relation. In chapter 5 we investigated the association of post-stroke epilepsy with cognitive performance after a TIA or ischemic stroke. After mean follow-up of 10 years we investigated seven cognitive domains. Patients with post-stroke epilepsy had a worse global cognitive performance than those without after adjustment for age at follow-up, education level, stroke severity and recurrent stroke. Especially the domains processing speed and working memory were more affected. In addition, 46% of the patients with post-stroke epilepsy had a cognitive impairment compared to 25% of the patients without, this difference was independent of previous mentioned confounders. There was no difference in cognitive performance between patients who used anti-epileptic drugs (AEDs) at the moment of cognitive assessment. However patients have stopped and switch AEDs during follow-up which could not be taken into account in our analyses.\nChapter 6 describes the association of post-stroke epilepsy with mortality after a TIA or ischemic stroke at young age. We found that patients with post-stroke epilepsy had a higher cumulative case fatality (death within 30 days after the initial stroke) than patients without (27% and 2% respectively), after adjustment for age, sex and stroke severity. In addition, 20-years cumulative mortality was 57% of patients with post-stroke epilepsy and 33% for those without; this difference was independent of sex, age, history of hypertension, history of diabetes mellitus, TOAST-classifications and recurrent stroke. There was no difference in cause of death between the two groups.\n\nLong-term vascular consequences after a stroke at young age\nPart III describes the long-term vascular consequences of a TIA or ischemic stroke at young age. In chapter 7 the very long-term risk of recurrent ischemic events was determined and risk factors associated with the risk of recurrent events were identified. We found that patients with a stroke at young age remain at a substantial risk of developing recurrent vascular events after their initial stroke. After 25 years of follow-up the cumulative risk of any vascular event was 45%; 30% for a recurrent stroke or TIA and 27% for other vascular events. Especially patients with a cardio-embolic stroke or large artery as a cause of their stroke have a very high cumulative risk of vascular events of more than 60% after 25 years. Risk factors independently associated with the risk of recurrent vascular events were poor kidney function, smoking, history of peripheral arterial disease and a history of myocardial infarction. Although the developed prediction model only had a moderate predictive performance, it became clear that traditional vascular risk factors play an important role in the risk of recurrent vascular disease.\nIn chapter 8 the prevalence of cerebral small vessel disease (SVD) after a stroke at young age was assessed and compared with healthy controls. After mean follow-up of 10 years, 24% of the patients had developed at least one lacune, 13% had developed at least one microbleeds and median white matter hyperintensity (WMH)-volume was 1.5 ML. Patients had an almost 7 times higher risk of developing lacunes, after adjusting for traditional vascular risk factors (age, sex, smoking, diabetes mellitus and hypertension) than healthy controls. Moreover, patients had the same volume of WMHs on average 10-20 years earlier in life compared with healthy controls. Traditional vascular risk factors age, hypertension and smoking at the time of the initial stroke, were independently associated with WMH-volume at follow-up in these patients.\n\nFuture perspective\nPart IV of this thesis describes the design and rational of the ODYSSEY study (Observational Dutch Symptomatic StrokE study) (chapter 9). This ongoing multicenter cohort study is designed to prospectively determine prognosis after a stroke at young age and get more insight in aetiology of TIA, ischemic stroke and ICH in patients aged 18-49 years old. The aim is to include 1500 patients and patients will be followed every 6 months for at least 3 years. Primary outcome will be all cause mortality and risk of recurrent vascular events. Secondary outcome will be the risk of post-stroke epilepsy and cognitive impairment. In addition well-documented and less well-documented risk factors and potentially acute trigger factors will be investigated. Moreover, the use and (dis)continuation of secondary prevention will be documented. The risk estimates of recurrent vascular events may be used to design future intervention studies on start and withdrawal of secondary prevention in these young patients.\n\nConclusion\nThe studies in this thesis show that post-stroke epilepsy after a stroke at young age is a common problem and in addition is associated with a poor outcome in terms of mortality, functional outcome and cognitive performance.\nIn addition we have shown that patients remain at a lifelong risk of developing recurrent vascular events, especially patients with traditional vascular risk factors. The chronic consequences of a young stroke are also shown by the high proportion of patients who develop SVD compared to control subjects. Future studies should investigate the role of secondary prevention in this specific age group.","auteur":"Renate Arntz","auteur_slug":"renate-arntz","publicatiedatum":"16 februari 2017","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/renatearntz?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604090821","isbn":"9789462840898","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Radboud Universiteit","afbeeldingen":12870,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Radboud Universiteit","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10117","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=10117"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10117\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":10120,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/10117\/revisions\/10120"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/12870"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=10117"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=10117"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}